Vervallen nationaliteitsvereiste
Iemand die tot notaris benoemd wil worden, moet voldoen aan bepaalde in de wet omschreven eisen. Een van deze eisen is het Nederlanderschap. Al bij de evaluatie van de Wet op het notarisambt (2005) heeft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ervoor gepleit deze eis te laten vervallen. De wetgever heeft hier gehoor aan gegeven en hiervoor een wetsvoorstel ingediend. Hiervoor in de plaats komt wel de eis dat een notaris de Nederlandse taal goed moet beheersen.
De Eerste Kamer is op 12 juni 2012 akkoord gegaan met dit wetsvoorstel, maar daaraan wel de voorwaarde gesteld dat het notarisambt beperkt moet worden tot burgers van de Europese Unie (EU) en de Europese Economische Ruimte (EER), zoals Noorwegen en IJsland.
Afschaffing van de nationaliteitseis in zijn geheel, zodat het notariaat in Nederland ook mogelijk zou worden voor nationaliteiten uit de hele wereld, vond de Kamer te ver gaan. Door het stellen van deze voorwaarde treedt de wet niet eerder in werking totdat deze reparatie is aangebracht via een vervolgwet. In een aparte
brief heeft de staatssecretaris aangegeven dat personen die niet de nationaliteit van een EU- of EER-land bezitten, niet tot notaris kunnen worden benoemd ook al beschikt men over een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Het wetsvoorstel dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie daarvoor heeft ingediend is 16 mei 2013 aangenomen door de Tweede Kamer.
Standpunt KNB
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) kan zich verenigen met het wetsvoorstel. De toegang tot het notariaat kent tal van eisen die de rechtszekerheid en de kwaliteit van de notariële dienstverlening waarborgen. Nationaliteit is daarvoor niet relevant.