Logo KNB.nl
English

Als het stoplicht op oranje springt

Nick van Buitenen
Nick van Buitenen 20170816_8276bNick van Buitenen, voorzitter KNB

Ministerieplicht en dienstweigeren, het zijn twee onlosmakelijk aan elkaar verbonden begrippen. De wetgever heeft ze voor de notaris in hetzelfde artikel verwerkt (artikel 21 Wet op het notarisambt). Maar hoe actueel is die koppeling nog?

Exclusieve bevoegdheid
Voor het goed functioneren van onze markteconomie is de rechtsstaat en rechtszekerheid van groot (publiek) belang. Ter bescherming daarvan schrijft de overheid voor diverse transacties en rechtshandelingen de inschakeling van een notaris voor. Voor de overdracht en uitgifte van aandelen in vennootschappen gebeurde dat pas ruim twintig jaar geleden. Belangrijk argument was destijds dat de mogelijkheid tot fraudebestrijding daardoor zou verbeteren. Vanwege deze exclusieve bevoegdheid is de notaris ook verplicht de door een klant verzochte rechtszekerheid te verschaffen: als een consument is aangewezen op een notaris, dan moeten zijn diensten ook vrij beschikbaar en toegankelijk zijn. Dat is nogal een klus voor de notaris, want hij moet dan ook deskundig zijn op al die in de wet genoemde diensten. Sinds het vrijgeven van de vaste tarieven in het notariaat eind vorige eeuw is er meer specialisatie ontstaan. Doorverwijzen naar een meer gespecialiseerde collega mag. Tegenwoordig wordt de ministerieplicht meer gezien als een collectieve verantwoordelijkheid: iedereen die zich tot een notaris wendt, moet ook daadwerkelijk op een goede manier worden geholpen. In de wet lezen we echter nog steeds over de plicht van de individuele notaris.

Overtuiging
Een notaris moet dus meewerken, maar niet altijd. Soms mág hij niet meewerken. We moeten dus als we mogen en als we mogen, dan moeten we. De wetgever heeft een opsomming met gronden voor dienstweigering gemaakt, maar daarmee zijn we er niet. Wat is een redelijke overtuiging of vermoeden? Wat zijn andere gegronde redenen voor weigering? Ook als hij gerede twijfel heeft aan de goede bedoelingen van zijn cliënt moet de notaris weigeren. Hij moet dan nader onderzoek doen dat hem kan overtuigen van het geoorloofde karakter ervan. Is die overtuiging nodig om dienst te mogen weigeren? Of geldt ook dat een overtuiging nodig is om dienst te mogen leveren? Maar al te vaak zal een notaris bij zijn nadere cliënten- of dossieronderzoek die laatste overtuiging niet hebben. Wat dus als het stoplicht niet groen of rood is, maar op oranje springt? Moet de notaris dan gas geven of stoppen? Volgens mijn (net achttienjarige) zoon is dat heel simpel: als je nog kunt remmen, moet je stoppen, zo leerde zijn rijinstructeur hem.

Normbesef
Begin dit jaar ging het KNB-bestuur tijdens regiobijeenkomsten met de leden in gesprek over ethiek en integriteit en de dilemma’s van alle dag. Opvallend was het grote aantal notarissen dat stelde dat voor dienstweigeren toch echt een overtuiging nodig was van een foute cliënt of foute transactie. Een gevoel dat het niet pluis was, werd door velen niet voldoende gevonden om dienst te weigeren. Maar hoewel stoppen voor een oranje stoplicht wettelijk niet verplicht is, wordt het door de wetgever wel als wenselijk ervaren. Meer dan vroeger wordt betoogd dat de notaris moet opereren vanuit een eigen normbesef. Daarbij dient hij niet alleen rekening te houden met zijn eigen belangen of die van zijn cliënten, maar ook met die van derden (zoals de overheid en de Belastingdienst). De ministerieplicht zou geen argument of excuus mogen zijn om mee te werken aan een akte waar de notaris geen goed gevoel bij heeft en de vinger niet achter kan krijgen. Doe niet wat ongewenst is.

Moed
Na die eigen afweging moet de notaris een beslissing nemen en dat vraagt om moed. Niet soms, maar dagelijks zal de notaris keuzes moeten maken en een daad moeten stellen. Verschuilen achter de wet of de rechter is door de daarin gestelde open normen vaak niet mogelijk. Dat maakt ons vak lastig, maar tegelijk zo interessant. Het is bij uitstek dé reden waarom de notaris niet door een computer kan worden vervangen of door blockchain. Het maken van de juiste afwegingen en het zijn van een goede notaris is een collectieve verantwoordelijkheid, van de hele beroepsgroep dus. Bij voortduring moeten wij werken aan bewustwording en onze overtuigingen ter discussie durven stellen. In de opleiding van de rechtenstudent en de jonge kandidaat-notaris, maar ook in de permanente educatie is meer aandacht hiervoor van het grootste belang.

Verschenen in Notariaat Magazine nr 9, november 2017