Logo KNB.nl
English

Circuleren faciliteren

Nora van Oostrom
Nora van Oostrom2Nora van Oostrom, woordvoerder

Onlangs schreef ik een bijdrage voor een themaspecial van Ars Aequi over crowd ownership en de vraag of de huidige regels omtrent medeeigendom (titel 3.7 Burgerlijk Wetboek (BW)) nog wel voldoen. In dat verband moest ik natuurlijk onderzoek doen naar het fenomeen crowd ownership en kwam ik tot de conclusie dat het allemaal wel meevalt.

Hoewel aan het begin van dit millennium gezamenlijke eigendom werd genoemd als dé figuur van de toekomst, blijkt de praktijk een geheel andere kant te zijn uitgegaan, namelijk die van medegebruik. Sites als Peerby.com en Snappcar.nl gaan niet uit van het mede-eigenaar zijn van een boormachine of auto, maar veel meer van het ter beschikking stellen ervan. In de tijd dat de eigenaar het goed niet gebruikt (de ‘idle time’) kan een ander het gebruiken tegen een bepaalde vergoeding. De platforms (sites) brengen vraag en aanbod bij elkaar.

Hergebruik
De regels voor mede-eigendom zijn naar mijn mening dus nog afdoende, maar ik zie een geheel andere tendens: de verschuiving van bezit naar gebruik. Het bezitten van goederen is geen doel op zich meer, mensen willen enkel de functionaliteit ervan. Geen auto in eigendom hebben, maar vervoer willen hebben. Geen lamp willen bezitten, maar licht willen hebben. Niet meer per se een huis in bezit willen hebben, maar willen wonen. Zoals Richard Süsskind al zei: ‘We willen geen boormachine, we willen het gat in de muur.’ Voegen we daarbij de groeiende noodzaak tot het verminderen van onze ecologische voetafdruk en het hergebruiken van materialen en we zien de toekomst. Een toekomst waarin de schaarse materialen steeds worden hergebruikt en eigendom blijven van de producent. Waarin de consument betaalt voor de functie van het goed en niet meer voor het goed zelf. Waarin hergebruik het adagium is. En waarin de wet hopeloos achterloopt.

Onmogelijk
Nu zijn we gebonden aan alle regels ten aanzien van natrekking, zaaksvorming en zaakseenheid en is de eigenaar van de hoofdzaak eigenaar van al haar bestanddelen. Het ‘losmaken’ van bestanddelen kan niet zomaar, omdat opstalrechten voorbehouden zijn aan ‘gebouwen, werken of beplantingen’. Om dan onderdelen van een woning ‘los te weken’ en in eigendom te laten blijven van de leverancier die ze aan het einde van levensduur mag terugnemen, is juridisch onmogelijk. Voeg daarbij dat in het geval van gebouwen er dikwijls een hypotheek op gevestigd zal zijn die alle bestanddelen omvat en het probleem is duidelijk.

Obstakel
Toch kwam onlangs de VMRG, de branchevereniging van producenten voor metalen ramen en gevels, met een persbericht ‘Doorbraak in circulaire geveleconomie’. Het zou voor producenten door een erfpachtconstructie mogelijk zijn geworden gevels in eigendom te houden en zo circulair te bouwen. Een gek idee: een gebouw waarvan de gevels van producent A zijn en blijven, de vloeren van B, de plafonds van C, de lichtarmaturen van D enzovoorts. Voor een jurist bovendien een verrassende stellingname, omdat een erfpachtrecht geen scheiding van eigendom bewerkstelligt en ook geen ‘ius tollendi’ kent. Het kantoor dat de constructie heeft bedacht, onderkent de uitdagingen, maar is van mening dat het noodzakelijk is de grenzen van de figuren te verkennen. En dat vind ik een prachtige instelling. Niettegenstaande het feit dat op dit moment de markt niet is ingericht op het voorbehouden van onderdelen en ook financiers niet in de rij zullen staan, is het harde noodzaak om de mogelijkheden te verkennen. Want de innovaties stoppen niet en mogen ook niet stoppen gezien de mondiale uitdagingen die op ons afkomen. Dat wetgeving dan een noodzakelijk obstakel zou zijn, is lastig verdedigbaar. We hebben dus behoefte aan voorlopers die de bestaande juridische grenzen durven verkennen en een wetgever die durft te faciliteren. En aan een Preadvies over de aanpassing van Boek 3 BW.

Verschenen in Notariaat Magazine nummer 3, april 2018