Logo KNB.nl
English

'Vrije jongen(s)'

Fred Teeven
Fred Teeven.JPGFred Teeven, xxx

Net als de meeste Nederlanders maakte ik voor het eerst kennis met de notaris toen ik mijn eerste woning kocht, in 1980. Goed voorbereid, vond ik zelf, vertrok ik (enigszins nerveus) naar het toenmalige kantoor in Zuid- Scharwoude.

Behalve de altijd bij een notariskantoor geschonken versnaperingen trof ik een ietwat statige medewerker van het kantoor aan, die mij de procedure van het tekenen van de transportakte nog eens goed uitlegde. Zelfverzekerd liet ik weten alles wel te snappen, maar niets bleek minder waar toen ‘De Notaris’ binnenschreed. Totaal overrompeld beantwoordde ik vragen over overlijdensrisicoverzekeringen, eventuele nalatenschapsvragen en andere wetenswaardigheden. Mijn interesse was gewekt. Het kwam me goed van pas bij mijn latere klus als fiscaal rechercheur bij de FIOD in Haarlem.

Rots in de branding
Toch werd ik toen al een beetje teleurgesteld en mismoedig – u moet weten ik ben een echte ‘Tedje van Es’ (van de Tegenpartij. Voor de jongere lezers onder u: een typetje van Wim de Bie. Hopelijk zegt díe naam u wel iets …) – van alle onzin en shit die door partijen in het maatschappelijk verkeer soms over het notariaat worden uitgestort. De notaris, rots in de branding, die wordt ‘lastiggevallen’ door louche figuren die proberen zwart te betalen bij een onroerendgoedtransactie. Liefst als het kan nog op het kantoor van de statige dienstverlener ook. Ook in die roerige jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen de berichten binnen van een enkele notaris die was gezwicht voor het grote malafide geld. Beroemd en berucht was natuurlijk ‘de affaire’ van het kantoor S.S. te A. U leest het goed, ik gebruik in dit soort situaties altijd initialen. Niets is vervelender als je als hardwerkende Nederlander (u kent hem nog wel van de verkiezingsspeeches van Mark Rutte) met naam en toenaam wordt vermeld door het journaille. Publiciteit is mooi als het de bekendheid en de omzet vergroot, maar o wee als er een wat mindere periode aanbreekt. Dan kun je als HWN (hardwerkende Nederlander) messcherp worden getroffen door roddel en achterklap in de krant en op tv, en tegenwoordig ook in sociale media. Zo ook dus De Notaris.
Tsja, die roerige jaren tachtig, toen kwamen we nog de echte klassieke fraudeurs tegen, die ook tegen het notariaat op stuiterden. En ook toen werd er gepraat over interne protocollen, wetgeving, gedragscodes, tuchtrecht die het zogenaamde ‘uit de bocht vliegen’ zouden moeten voorkomen. Wat is nieuw?, is hierbij de echte vraag.

Schakelfiguur
Gelukkig werd mijn zicht op en inzicht in het notariaat vergroot toen ik ervoor koos om me tijdens de rechtenstudie ook te gaan bekwamen in de leerstukken rond het notariaat. De Notariswet, het familievermogensrecht, huwelijksgoederenrecht, erfrecht, internationaal privaatrecht. Ik draaide mijn hand er niet voor om. Maar ik heb weleens gedacht: hoe vaak zou een notaris nou te maken krijgen met zo’n ingewikkelde scheiding en deling en er dan nog geld aan verdienen ook? In de notariële opleiding van toen werd weinig aandacht besteed aan ondernemerschap. Het viel op en de enkele wakkere (deeltijd)student stelde er nog vragen over ook. Docenten en hoogleraren trokken veelal een vies gezicht en opperden toch vooral de leerstukken in de Notariswet door te nemen. Alhoewel geen ambtenaar was de notaris toch min of meer een verlengstuk van de overheid, een schakelfiguur in het openbare leven tussen de HWN en de instituties en wetten die er in ons staatsbestel nou eenmaal moeten zijn. Een echte vertrouwenspersoon aan wie je, net als bij de huisarts, jouw bloedeigen rechtsvragen kon toevertrouwen. En zo zou het altijd moeten zijn.

Droom
In een tijd dat er wordt geadverteerd door de beroepsgroep met de ‘goedkoopstenotaris.nl’ mijmer ik nog weleens over die jaren tachtig. Trrr … De wekker gaat op een broeierige ochtend eind juli. Ik ontwaak uit een mooie droom. Ik ga mijn eerste column schrijven. 

Verschenen in Notariaat Magazine nummer 7, september 2018