Logo KNB.nl
English

Standaard

Marianne Heuvelmans
Marianne Heuvelmans externMarianne Heuvelmans

Iedere week nemen tientallen cliënten plaats aan mijn spreektafel, ieder met een eigen verhaal, met eigen zorgen en wensen. Ik luister, stel vragen, we praten over de omstandigheden waarin ze zich bevinden en filosoferen over situaties die zich in de toekomst nog kunnen voordoen. Uiteindelijk nemen de cliënten beslissingen die voor mij de uitgangspunten vormen voor het opstellen van de gewenste akte.

Kapstok
Zo’n akte, testament, samenlevingscontract of wat het ook is, komt tot stand op basis van een model. Want eerlijk is eerlijk, ondanks het feit dat iedere cliënt zijn eigen verhaal vertelt, zijn er altijd vergelijkbare gevallen. Het model is een hulpmiddel, een kapstok. De cliënt behoeft niet in het model te passen. Het model moet op maat gemaakt worden voor de cliënt. Toch ken ik in mijn praktijk modellen die de vrijheid van de cliënten beperken.

Zorgplicht
Er is een periode geweest dat een grote geldverstrekker in de model geldleningsovereenkomst had opgenomen dat, wanneer ongehuwden samen een schuld aangingen, die gedekt werd door een levensverzekering. Daarbij moesten zij elkaar tot begunstigde voor die polis benoemen. Dit terwijl de begunstigde de verzekeraar machtigde om de uitkering aan te wenden voor de aflossing van de schuld. Door deze constructie werd de nalatenschap van diegene die als eerste van beiden overleed uitgehold. De schuld bestond immers bij overlijden nog en verkleinde de nalatenschap. Niet zo erg als je allebei dezelfde erfgenamen hebt, maar niet oké voor tweede relaties tussen mensen die al kinderen uit een eerdere relatie hebben. Het ging dan ook mis met dit standaardcontract. De rechter oordeelde dat de geldverstrekker die een cliënte dit standaardcontract had laten ondertekenen, zijn zorgplicht jegens haar had geschonden.

Standaardregeling
Wanneer mag je verwachten dat cliënten met verschillende achtergrond en uiteenlopende wensen een standaardregeling accepteren? Cliënten die samen een geldlening met Nationale Hypotheekgarantie willen aangaan voor de aankoop van een eigen woning, moeten die woning in mede-eigendom verwerven. Een cliënt die samenwoont of buiten gemeenschap van goederen gehuwd is en eigenaar is van een eenmanszaak of vennoot in een vennootschap onder firma, zal dit doorgaans jammer vinden. Zijn of haar inkomen zal wellicht bepalend zijn voor de vraag of de lening kan worden verkregen, maar door hem of haar te verplichten ook eigenaar te worden, wordt het dak boven het hoofd een zaak waarop ook de schuldeisers van de onderneming zich kunnen verhalen.

Neveneffecten
Vaker heb ik meegemaakt dat iemand die al een eigen woning bezit, gaat samenwonen en dan samen met de nieuwe partner een lening wenst aan te gaan voor de verbouwing van de woning. Dit kan alleen met Nationale Hypotheekgarantie als de nieuwe partner ook eigenaar wordt. Omdat cliënten aanhikken tegen de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting, wordt in zo’n geval vaker 1 procent van de woning aan de nieuwe partner overgedragen of gaan zij, sneller dan gepland, een huwelijk of geregistreerd partnerschap aan. In de praktijk geeft dit allerhande neveneffecten voor hun onderlinge verhouding en voor de vererving van hun vermogen. Was het dan niet voldoende geweest om in de geldleningsovereenkomst de verklaring van de eigenaar op te nemen dat hij of zij op eerste verzoek van de niet-eigenaar zal meewerken aan het verzoeken van ontslag van aansprakelijkheid?

Onnodig beperkend
Het spijt mij te moeten constateren dat er inmiddels ook geldverstrekkers zijn, die zelfs bij leningen waarvoor geen Nationale Hypotheekgarantie wordt gevraagd, verlangen dat alle debiteuren ook eigenaar zijn of worden van het aan te kopen of te verbouwen registergoed. ‘Standaard’ moet toch niet onnodig beperkend zijn?