Logo KNB.nl
English

Cliënt of crimineel?

Teska van Vuren
Teska van Vuren2.JPGTeska van Vuren, notaris

Wij, notarissen, moeten onderzoek doen naar de herkomst van de gelden van onze cliënten. Dit staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Ik merk dat deze taak tot veel vragen en onrust leidt. Niet alleen bij mij op kantoor. Ook als vertrouwensnotaris krijg ik hierover veel vragen. Onze onderzoeksplicht is een serieuze taak. Maar laten we ervoor waken iedere cliënt als een crimineel te benaderen.

Worstelen
In de praktijk zie ik een overreactie bij notarissen. Ze worstelen met dit onderwerp. Het schema van het Bureau Financieel Toezicht om notarissen te helpen bij onderzoek naar het geldverkeer heeft deze onrust bepaald niet weggenomen. Hierin staat een toelichting om notarissen te helpen bij hun onderzoek. Hierover wil ik een paar dingen met u delen. Er zijn bijvoorbeeld notarissen die standaard een inkomstenbelastingaangifte opvragen. Dat geeft namelijk een indicatie van het financiële profiel van de cliënt. Maar het zegt nog niks over de herkomst van de geldmiddelen. Daarnaast roept het veel weerstand op bij cliënten.

Verwachting
Wat wordt nu wel van de notaris verwacht? Hiervoor haal ik een stukje aan uit de Wwft (artikel 3 lid 2 onder d): ‘Een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of transactie gebruikt worden.’ Kortom: het risicoprofiel van de cliënt en de transactie moeten in kaart worden gebracht. En zo nodig moeten wij een onderzoek doen naar de herkomst van de middelen, maar dan moeten er wel redelijke vermoedens of zodanige omstandigheden zijn die dit nadere onderzoek rechtvaardigen en noodzakelijk maken. De noodzaak van dat onderzoek hangt dus af van het risicoprofiel. Uit de wet blijkt zeker niet dat we in álle gevallen onderliggende bewijsstukken moeten opvragen.

Vastleggen
Wanneer dan wel? Het begint met goed kantoorbeleid. Leg daarin vooral vast hoe het risicoprofiel van de cliënt en de transactie moeten worden bekeken en onderzocht. En stel per risicocategorie een procedure vast voor het onderzoek naar herkomst van de middelen. Daarbij moet je ook aangeven in hoeverre je als notaris uit kan gaan van de mededeling van de cliënt. Dit laat je eventueel vastleggen in een schriftelijke verklaring. Bepaal ook van tevoren in welke gevallen je verder onderzoek doet en onderliggende documenten opvraagt.

Vertrouwensrelatie
Toch zit ik met nog een punt. We krijgen als notaris – net als banken en andere partijen – steeds meer taken in opsporing en criminaliteitsbestrijding. Dat is logisch, wij zitten dicht op de keten en horen en zien veel. Ook compenseren we daarmee de capaciteitsproblemen in het opsporingsapparaat. Maar er vallen wel een paar kanttekeningen te maken. Zo missen wij als beroepsgroep het apparaat om dit onderzoek uitgebreid en uitvoerig uit te voeren. Hier is kennis en ervaring voor nodig. Hoeveel kantoren kunnen het zich permitteren om een eigen complianceafdeling in stand te houden, zoals de banken? Daarnaast: wat betekent dit allemaal voor de cliënt en voor zijn of haar vertrouwensrelatie met de notaris? Durft een cliënt in de toekomst nog wel open alles op tafel te leggen om het best mogelijke rechtsadvies te krijgen? Onderzoek van de notaris naar de cliënt is heel persoonlijk. De notaris wordt er door de cliënt op aangekeken wanneer hij of zij dienstweigert of een FIU-melding doet. De notaris kan zich niet verschuilen in de anonimiteit van het Openbaar Ministerie. Er zijn helaas gevallen bekend van bedreiging van notarissen. Wie beschermt dan de notaris?

Balans
Belangrijk is daarom om bij de verdere uitbreiding van taken van de notaris in opsporing en criminaliteitsbestrijding een zekere balans te bewaren. Onze primaire taak is het behartigen van de belangen van onze cliënten en daarvoor is een vertrouwensrelatie essentieel. Laten we dat nooit uit het oog verliezen, anders verliezen we onze legitimiteit. Natuurlijk moeten we goed weten wat we doen en daarbij onze ogen en oren openhouden en onze hersens aan!

Verschenen in Notariaat Magazine nummer 4, mei 2019