Logo KNB.nl
English

Voor wie doen we dit eigenlijk?

Nora van Oostrom
Nora van Oostrom2Nora van Oostrom, woordvoerder

Deze vraag bekroop me bij het lezen van een recente thema-WPNR. De verschillende bijdragen, zonder uitzondering van de hand van gerenommeerde specialisten, belichtten allerlei mogelijke perikelen rond vastgoedtransacties.

Daarbij ging mijn aandacht met name uit naar de bijdrage rond het faillissement van de koper. De reden daarvan was dat bij NautaDutilh, waaraan ik als adviseur ben verbonden, we net een discussie hadden over de redactie van een notary letter en de vraag welke risico’s redelijkerwijs moesten (of konden) worden weggeschreven. Bij het lezen van het genoemde artikel zonk de moed me in de schoenen. Hoewel ik goed in de materie zit en de al enkele jaren spelende discussie steeds heb gevolgd, vind ik het steeds lastiger precies te doorgronden hoe het zit, zeker omdat de wetgever zaken niet nadrukkelijk heeft geregeld en er dus veel ‘naar de gedachte van de wet’ wordt ingevuld.

Onnavolgbare redeneringen
De Faillissementswet, artikel 7:26 Burgerlijk Wetboek (BW), de regeling rond de kwaliteitsrekening in de Wet op het notarisambt, alles grijpt op elkaar in, maar niets past naadloos. Er is dus geen duidelijk goed of fout, alleen veel angst om iets te missen. De inmiddels op de vierkante micrometer gevoerde discussie maakt dit voor de praktijk niet beter en ik kan me ook nauwelijks voorstellen dat er nog veel mensen zijn die de discussie volgen. Het zijn steeds dezelfde namen die opdoemen met steeds dezelfde verwijzingen en steeds onnavolgbaarder redeneringen. Genoeg om na een vluchtig koppensnellen door te bladeren en over te gaan tot de orde van de dag. En dat kan toch de bedoeling niet zijn van een blad dat hoort bij het lidmaatschap van de KNB. Als de KNB het als taak ziet haar leden wetenschappelijk op te voeden, is het vreemd dat de artikelen in het WPNR door de gemiddelde notarieel jurist vrijwel niet meer te volgen zijn.

Draak van een wet
De wetenschap dicteert de praktijk. En dat geldt overigens niet alleen voor het WPNR: steeds vaker lijken wetenschappers te bepalen wat voor de praktijk interessant is en sterker nog: wat de norm zou moeten zijn. Een tenenkrommend voorbeeld hiervan vind ik de inmiddels in werking getreden Wet tot wijziging van het huwelijksvermogensrecht. Nergens was aantoonbaar dat de praktijk om wijziging schreeuwde (afgezien van enkele tenenkrommende niet-representatieve polls van aan de schrijvers gelieerde partijen), maar dat maakte de wetenschap niet uit. Niettegenstaande de droevige praktijken van niet uitgevoerde verrekenbedingen zitten we nu opgescheept met een draak van een wet, die niemand echt doorgrondt en met vele elementen waarover de specialisten – zie het wetgevingsproces – het helemaal niet eens zijn. En ik voorzie meer situaties waarin de wetenschap de praktijk gaat dicteren: de afschaffing van de legitieme portie (terwijl het overgrote deel van de Nederlanders blijkens een KNB-enquête deze wil behouden) en regelingen in Boek 5 BW.

Grootste gemene deler
Waarom hebben wetenschappers zo veel invloed op de praktijk, zelfs als blijkt dat er geen behoefte aan hun tekentafelproducten is? Wie schiet er nu iets op met stellingnames die resulteren in lastige boekhoudverplichtingen of het een dag eerder overboeken van aankoopgelden? Natuurlijk is het altijd mogelijk om een situatie te bedenken waarbij de bestaande praktijk gierend uit de hand zal lopen, maar moeten die situaties nu tot norm worden verheven? Moeten we, net als bij de genderneutrale toiletten, gaan werken rond de uitzonderingssituatie of moeten we volstaan met de grootst gemene deler en op de uitzondering zo goed mogelijk anticiperen? Voor wie doen we dit eigenlijk? U voelt mijn voorkeur, zonder dat ik overigens de wetenschap in het algemeen wil diskwalificeren. Sterker nog: zelf schrijf ik ook nog geregeld in wetenschappelijke tijdschriften, maar steeds houd ik daarbij in gedachten dat de wetenschap er niet is voor de wetenschap, maar om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Niet om meer dan nodig te problematiseren.

Verschenen in Notariaat Magazine nummer 2, maart 2018