Logo KNB.nl
English

Waar rook is...

Nick van Buitenen
Nick van Buitenen 20170816_8276bNick van Buitenen, voorzitter KNB

De afgelopen weken heeft Het Parool veelvuldig gepubliceerd over een geschorste Amsterdamse notaris. Er zouden derdengelden zijn verdwenen en Bureau Financieel Toezicht (BFT) zou om de tuin zijn geleid met vervalste bankafschriften.

Later werd bekend dat de notaris in strijd met de regels twee eerder al ontzette notarissen voor zich liet werken. De tuchtrechter is nu aan zet: als de feiten liggen zoals door de journalist geschreven, dan hoeven we niet te gissen naar de uitspraak. Voor notarissen die zich aan dit soort praktijken schuldig maken, is in ons vak geen plaats.

Raadsel
In diezelfde krant vroeg men zich ook af hoe dit heeft kunnen gebeuren. Een terechte vraag. Schort er iets aan ons toezicht of is hier eenvoudigweg geen kruid tegen gewassen? Notarissen zijn verplicht elk kwartaal hun cijfers aan het BFT te verstrekken, maar kennelijk bleek daaruit niet van tekorten. Dat kan kloppen als een niet bestaande derdengeldenrekening wel in de boekhouding was opgenomen. Hoe de financiële administratie op dat kantoor dan was geregeld, is mij een raadsel: miste de boekhouder de bewuste bankrekening niet in zijn internetbankieren? Of deed de notaris zelf de boekhouding? Kennelijk volstaat het niet dat notarissen zelf hun posities aan het BFT opgeven.
Ik pleitte al eerder voor een slimmer financieel toezicht met minder administratieve lasten voor de notaris. Althans, voor die notaris die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Slim toezicht betekent dat het BFT onze posities rechtstreeks op de derdengeldenrekeningen kan aflezen. Binnenkort gaan KNB en BFT op werkbezoek naar België, waar men ervaring opdoet met een dergelijk digitaal financieel toezicht.

Valse naam
Dan de geruchten dat het notariaat al lang wist dat bij dit kantoor ook twee ontzette notarissen werkten. Geruchten zijn één ding, maar bewijs ze maar eens. Als het waar is wat Het Parool schrijft, namelijk dat de twee werkzaam waren onder een valse naam en op factuurbasis, dan is het logisch dat het bij geruchten bleef. Maar hoe is het hemelsnaam mogelijk dat een notaris overgaat tot deze praktijken?

Doodzonde
Ondertussen moeten alle betrokkenen in de spiegel kijken en zich afvragen wat er anders had gekund en gemoeten. Zou een notaris niet onmiddellijk ontzet in plaats van geschorst moeten worden als hij welbewust derdengelden op een Luxemburgse rekening parkeert, buiten het zicht van de toezichthouder? Ik hoop dat onze tuchtrechters zichzelf een dergelijke norm gaan opleggen, want het rommelen met derdengelden geldt als doodzonde in het notariaat. Voor elke notaris zou duidelijk moeten zijn dat een herkansing er dan niet in zit. Direct een rode kaart dus, omdat de overtreding ernstig genoeg was.
Vervolgens vraag ik mij af of deze notaris na zijn eerdere schorsing niet wat extra toezicht had verdiend. Wat mij betreft gaat het BFT zich in de toekomst vooral richten op die categorie notarissen die er zichtbaar en over­ duidelijk een potje van maken. Zeker als er tegen een notaris al meer dan eens tuchtrechtelijke maatregelen zijn opgelegd.

Geruchtenstroom
Ten slotte de vraag hoe het notariaat om moet gaan met geruchten. Is er voldoende ruimte voor het delen daarvan en wordt er voldoende mee gedaan? Elke notaris heeft wel een idee wie in zijn regio behoort tot de scheefrijders, maar wat doet hij met dat vermoeden? Advocaten hebben een plaatselijke collega die toezicht­ houder is en zij hebben onderling intensiever contact dan notarissen. Misschien dat het daardoor gemakkelijker is informeel met elkaar dit soort verhalen te delen. Wij zouden ringvoorzitters en regionale vertrouwens­ notarissen een duidelijker rol kunnen geven bij het ophalen en kanaliseren van de geruchtenstroom.
Daarnaast is de vraag of de KNB wel goed is ingericht op het verwerken van een enkel gerucht tot actiepunt. In mijn ideale wereld krijgt de KNB van meerdere kanten signalen over minder goed functionerende notarissen. We weten natuurlijk al tegen wie tuchtmaatregelen worden opgelegd, maar daarnaast zou ook het Kadaster en zelfs de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar zo’n bron kunnen zijn. Want dat pas ná schorsing van een notaris duidelijk wordt dat hij anderhalf jaar premie­ achterstand had, is veel te laat en kan grote gevolgen hebben! De KNB gaat met deze notarissen graag eerder een verbetertraject in, juist ter voorkoming van erger. Want ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Verschenen in Notariaat Magazine nummer 1, februari 2018