Logo KNB.nl
English

Zwemmen leer je in het zwembad

Nora van Oostrom
Nora van Oostrom2Nora van Oostrom, woordvoerder

Zoals u wellicht weet, ben ik betrokken bij de beroepsopleiding van de advocaten. Een opleiding die drie jaar geleden radicaal is vernieuwd en die as we speak alweer uitgebreid door de orde van advocaten wordt geëvalueerd.

Aanleiding hiervan is de roep vanuit het werkveld dat de nieuwe opleiding te omvangrijk, te kostbaar en te veel een herhaling van de universitaire opleiding is. Wat er uit de evaluatie gaat komen en hoe de opleiding er uiteindelijk gaat uitzien, is nog niet helemaal duidelijk, maar wat al wel helder is, is dat deze praktijkgerichter moet. Een gevleugelde uitspraak van de zijde van de advocatenkantoren is ‘zwemmen leer je in het zwembad, niet op de kant’. Een waarheid als een koe.

Onterechte angst
Al eerder heb ik een column gewijd aan het onderwijs en de discrepantie met de praktijk, maar dan betrof het de universiteiten. Als we echter kijken naar de notariële beroepsopleiding, dan kunnen we hetzelfde zeggen. Niettegenstaande de goede voornemens bij de herziening enige jaren geleden, is de beroepsopleiding toch grotendeels een herhaling en voortzetting van de universiteit gebleven. Een veelgehoord argument om de ‘leervakken’ in de opleiding te houden, is dat voorkomen moet worden dat kandidaten te snel specialistisch worden, omdat ze anders een probleem krijgen als ze na drie jaar toch een ander rechtsgebied willen gaan beoefenen. Een onterechte angst als je het mij vraagt.

Proeve van bekwaamheid
Stel nu dat een kandidaat-notaris drie jaar ondernemingsrecht heeft gedaan en dan toch de familiepraktijk in zou willen. Zouden dan enkele bijeenkomsten in de eerste anderhalf jaar van zijn loopbaan hem toerusten voor die praktijk? Natuurlijk niet. De kandidaat zal door zijn kantoor worden ingewerkt en waarschijnlijk aanvullende cursussen gaan doen. En zo hoort het ook. Training on the job noemen we dat in moderne termen. En verder doordenkend: het is ook wat raar om juist de wat flexibeler kandidaten op deze manier te benaderen. Want wat als een notaris, na vele jaren de onroerendgoedpraktijk te hebben beoefend, ineens besluit zich toe te leggen op het levenstestament of estate planning? Hem wordt geen strobreed in de weg gelegd. Er is dan geen ‘licentie’ die hij moet halen, of aanvullende proeve van bekwaamheid die hij moet afleggen (daar zou ikzelf wel een groot voorstander van zijn overigens, maar dat terzijde). Er wordt van uitgegaan dat hij zichzelf wel ‘bijplust’ en dat de markt én het Bureau Financieel Toezicht de kwaliteit bewaken. Een gezond standpunt zou ik menen, maar ook een dat laat zien hoe gewrongen de houding ten opzichte van de opleiding is.

Afdoende startniveau
Dat een beroepsorganisatie nader onderwijs in zaken als beroepshouding en ethiek en Notariswet voorschrijft, is begrijpelijk. Voor communicatie- en schrijfvaardigheden al minder, maar voor de cognitieve vakken hebben we de universiteit. Deze moet ervoor zorgen dat de kandidaat een afdoende startniveau heeft, waarna de praktijk het verder oppakt. De praktijk (niet de tekentafel) bepaalt het gewenste praktijkniveau en laat de kandidaat de toepasselijkheid van de theorie in de praktijk zien. Daarnaast kan de duur van de opleiding, als gebruik wordt gemaakt van moderne, digitale technieken, ten minste worden gehalveerd, wat ook de afwezigheid van de deelnemer op kantoor vermindert. Zou ik een blanco blad krijgen om de opleiding opnieuw in te vullen, dan zou er een notarieel ‘bar exam’ komen voor de cognitieve vakken om er zeker van te zijn dat iedereen het gewenste ingangsniveau heeft. Vervolgens zou de beroepsopleiding nog bestaan uit ethiek, beroepshouding en notariële wet- en regelgeving, dit alles via state-of-the-art onderwijs (dus geen ‘frontaal-klassikaal’ doceren in een zaaltje meer) en veel coaching en peer review. Verdere opleiding krijgt de kandidaat op kantoor. Mocht hij na drie jaar een andere kant op willen, dan schoolt hij zich bij met aanvullende cursussen, maar met name on the job. Want, zwemmen leer je in het zwembad. Niet op de kant.


Verschenen in Notariaat Magazine nummer 4, mei 2017