Van der Steur en Dijkhoff informeren Kamer over verschoningsrecht

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie (V&J) vindt dat de rechtstaat groot belang heeft bij het verschoningsrecht van notarissen en advocaten, maar dat dit niet mag worden misbruikt om de opsporing van fraude te vermoeilijken. Van der Steur reageert hiermee op de zorgen van het Openbaar Ministerie (OM) over misbruik van het verschoningsrecht. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van V&J gaf deze week antwoord op Kamervragen over het verschoningsrecht.

In zijn Kamerbrief wijst de minister op gesprekken die zijn en nog worden gevoerd met het OM, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Er wordt gesproken over de dienstverlening van notarissen en advocaten die zich over een steeds breder terrein uitstrekt. Volgens Van der Steur is het de vraag of, zoals door het OM wordt gesteld, het domein dat wordt bestreken door het beroepsgeheim van de sector hiermee verder is verbreed. Hij vraagt zich daarbij ook af of het spanningsveld tussen het belang van geheimhouding en het daaraan verbonden verschoningsrecht enerzijds en het belang van effectieve fraudebestrijding anderzijds, is vergroot. Ook staatssecretaris Dijkhoff heeft deze passage opgenomen in de beantwoording van de Kamervragen.

Dijkhoff
Dijkhoff reageerde op Tweede Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA), die vragen stelde naar aanleiding van berichten in de media over het inperken van het verschoningsrecht van notarissen en advocaten. De staatssecretaris wijst erop dat er bij het OM geen cijfers beschikbaar zijn over het aantal zaken waarin door een advocaat of notaris een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan. Het door bedrijven of personen opnemen van advocaten of notarissen in correspondentie en e-mail met de bedoeling daarmee gegevens aan de openbaarheid te kunnen onthouden, is volgens Dijkhoff een geval waarin twijfel kan bestaan of een beroep op het verschoningsrecht gerechtvaardigd is.

Wetboek van Strafvordering
Ook wijst de staatssecretaris op artikel 98 van het Wetboek van Strafvordering. Hierin is de procedure waarin een rechterlijke beoordeling van een beroep op het professionele verschoningsrecht plaatsvindt, nader geregeld. Daarbij zijn onder andere termijnen opgenomen om de procedure te versnellen. 'In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering die thans in voorbereiding is, zal bezien worden of er aanleiding bestaat verdere procedurele verbeteringen voor te stellen', aldus de staatssecretaris.

Informeren
De Kamerbrieven van Van der Steur en Dijkhoff zullen waarschijnlijk tijdens de eerstvolgende Procedurevergadering Veiligheid en Justitie op 9 september 2015 worden besproken. De minister heeft toegezegd de Kamer na de zomer over de uitkomsten van het overleg met OM, KNB en NOvA te informeren.

Verder in het nieuws

Minister Hoekstra: ‘Privacy UBO verbeterd’

UBO’s krijgen inzicht in hoe vaak hun informatie wordt geraadpleegd. Ook wordt de identificatie van raadplegers van het UBO-register verbeterd. Met deze twee maatregelen wil minister Wopke Hoekstra va...