Veelgestelde vragen derdengeldenrekening
Opslaan
Deel deze informatie
Regels over het vergoeden van rente vindt u in de Regeling op het notarisambt (Rna). Rentevergoeding hoeft niet plaats te vinden bij kortlopende transacties (maximaal 5 werkdagen) en over de overdrachtsbelasting. U moet de rente berekenen aan de hand van het percentage dat gebruikelijk is in het normale economische verkeer.
Er bestaan 2 soorten wettelijke rente:
- 'Gewone' wettelijke rente voor alle transacties waarbij een particulier of consument is betrokken (niet-handelstransacties).
- Wettelijke rente voor transacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties of tussen ondernemingen en overheidsinstanties onderling (handelstransacties).
Meer uitleg vindt u op de website van de rijksoverheid.
Nee, dat mag niet. Dit is niet vastgelegd in regelgeving, wel in jurispudentie. Het hof Amsterdam heeft bepaald dat geld op een derdenrekening niet toebehoort aan de notaris, maar aan de rechthebbende. Dit mag door de notaris niet eigenmachtig worden gebruikt om zijn declaratie te verrekenen (uitspraak van 9 november 2010, nummer 200.065.732/01 NOT).
In WPNR 2002, nr. 6511, blz. 789-791 verdedigt mr. S.C.J.J. Kortmann dat de notaris zijn honorarium niet kan verrekenen met het bedrag dat hij van de kwaliteitsrekening moet uitkeren aan een cliënt. De rechtsverhouding die bestaat tussen de notaris en de belanghebbenden bij de kwaliteitsrekening verzet zich daartegen, aldus Kortmann.
Bij een negatieve bewaringspositie bedragen de vorderingen van cliënten die geld op de derdengeldenrekening hebben gestort in totaal meer dan het saldo van die rekening. Is dat het geval? Dan dient het BFT altijd een klacht in bij de kamer voor het notariaat.
Zolang de waarnemer bevoegd is, is de notaris onbevoegd het notarisambt uit te oefenen (artikel 29 lid 7 Wna). De waarnemer neemt ook de plaats in van de notaris als het gaat om de bevoegdheid tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekeningen. Artikel 29 lid 8 Wna bepaalt dan ook dat de bank hiervan direct op de hoogte moet worden gesteld. Als aan de vaste waarnemer een volmacht is verleend in de zin van artikel 25 lid 2 Wna, is hij bij de bank al bekend als bevoegd. Alleen dan kan (nog) een melding achterwege blijven. Uit praktisch oogpunt is het aan te bevelen om te werken met een volmacht als bedoeld in artikel 25 lid 2 Wna.
De kwaliteitsrekening is in het leven geroepen om de gelden van cliënten te beschermen. Dit is alleen te rechtvaardigen wanneer er voldoende waarborgen zijn dat dit vertrouwen niet kan worden beschaamd. Artikel 25 lid 1 Wna bepaalt dat de notaris een bijzondere rekening moet aanhouden. De memorie van toelichting bij lid 2 geeft aan dat de notaris ter zake van beheer of beschikking volmacht kan verlenen. Hieruit kan worden afgeleid dat een volmacht níet mogelijk is voor het openen van een rekening. Anders was dit expliciet vermeld.
De bescherming van cliëntengelden vereist zoveel mogelijk waarborgen voor het beheer ervan. Stel dat de notaris een gecombineerde volmacht geeft, voor zowel het openen als het beschikken en beheren van een kwaliteitsrekening. Dan krijgt een gevolmachtigde medewerker vrij spel. Dit risico moet zoveel mogelijk worden uitgesloten. De conclusie is dan ook dat alleen een notaris een kwaliteitsrekening kan openen.
Bij transacties met registergoederen bent u gebonden aan de beleidsregels over uitbetaling van gelden.
Soms mag de notaris aan een ander dan de rechthebbende uitbetalen. Artikel 1 van het Reglement beperking uitbetaling derdengelden (BUD) bepaalt dat er omstandigheden kunnen zijn waarbij (een deel van) het geld dat de notaris onder zich heeft, is bedoeld om bepaalde schulden te voldoen. In dat geval mag u aan een ander dan de rechthebbende uitbetalen. Het is aan u om te beoordelen of de omstandigheden een afwijking van de hoofdregel van artikel 1 rechtvaardigen. De toelichting noemt een aantal uitzonderingen op het reglement. Deze zijn niet-limitatief en doen geen afbreuk aan de beoordelingsruimte van de notaris om in een voorkomend geval af te wijken van het reglement en de toelichting daarop.
De volgende praktijkvoorbeelden kunnen een afwijking van artikel 1 rechtvaardigen:
- betaling van de afkoopsom wegens de beëindiging van een managementovereenkomst in het kader van het opheffen van een joint-venture door levering van aandelen en afstand pandrechten;
- betaling van een verkoopopbrengst die niet kan plaatsvinden aan de verkopende aandeelhouder (een tussenhoudster in een groot concern), omdat die geen afzonderlijke bankrekening heeft of geen bankrekening in de desbetreffende valuta;
- aanhouding van een escrowbedrag ten behoeve van een derde die een mogelijke claim heeft, bijvoorbeeld de Belastingdienst;
- het ‘licht’ maken van een targetvennootschap bij een transactie via een dividenduitkering aan de koper;
- uitbetaling aan de corporate finance adviseur die bij de totstandkoming van de transactie heeft bemiddeld;
- betaling van een bonus aan werknemers die bij een transactie is toegekend;
- betaling aan optiehouders bij een transactie;
- betalingen aan een groepsvennootschap van een verkoper op grond van een cashpool agreement in de groep, waarbij de desbetreffende vennootschap is aangewezen als treasurer;
- terugbetaling van aandeelhoudersleningen bij een transactie.
Nee, een notaris mag niet als bank fungeren (artikel 25 Wna). De kwaliteitsrekening is uitsluitend bestemd voor gelden die u in verband met uw werkzaamheden onder u neemt. Zo mag u geen gouden handdruk in depot nemen zonder dat u een opdracht tot oprichting van een stamrecht-bv heeft ontvangen. Titel III van de Wna (waaronder artikel 25) is ‘in beginsel’ niet van toepassing op buitenwettelijke werkzaamheden van de notaris. ‘In beginsel’, want het is evident dat een notaris die bijvoorbeeld een overdracht van een onderneming begeleidt (niet altijd een wettelijke werkzaamheid) en de koopsom onder zich heeft, daarvoor zijn kwaliteitsrekening moet gebruiken.
Volgens de minister van Financiën valt de derdengeldenrekening van een notaris onder het depositogarantiestelsel op grond van artikel 29.02 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft. In dit artikel is bepaald dat indien een depositohouder – zoals een notaris – een deposito aanhoudt op eigen naam maar ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, de garantie geldt voor deze derde en deze derde voor de toepassing van het depositogarantiestelsel als depositohouder wordt aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld vóórdat het depositogarantiestelsel wordt toegepast. In dat geval is de derde gerechtigd tot een vergoeding van maximaal 100.000 euro. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in haar Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel aangegeven dat deposito’s van derden waarvan de identiteit niet vooraf blijkt uit de administratie van de bank, maar wel uit de professionele administratie van de rekeninghouder zoals een notaris, worden gedekt door het depositogarantiestelsel. Uit de administratie van de bank moet dan wel vooraf blijken dat het deposito ten behoeve van één of meer derden wordt gehouden. Dit kan bijvoorbeeld uit de tenaamstelling van de rekening blijken.
Naast (en onverminderd) de algemene garantie van deposito’s tot 100.000 euro per depositohouder per bank, geldt voor deposito’s voor zover deze direct verband houden met de aan- of verkoop van een eigen woning een aanvullende garantie tot een bedrag van 500.000 euro per depositohouder. De aanvullende garantie is tijdelijk en geldt gedurende 3 maanden na storting van het deposito.
Implementatiebesluit depositogarantiestelsel 16 november 2015, Stb. 2015, 434
Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel DNB