Veelgestelde vragen tolken en taal van de akte
Opslaan
Deel deze informatie
De notaris is zelf verantwoordelijk voor de beoordeling of iemand voldoende Nederlands spreekt. Bij die beoordeling kan de notaris de volgende omstandigheden betrekken:
- de cliënt woont al geruime tijd in Nederland;
- partijen binnen een affectieve relatie communiceren onderling (ook) in het Nederlands;
- u heeft aan de hand van controlevragen vastgesteld dat het mogelijk is een bespreking in het Nederlands te voeren;
- na bespreking in het Nederlands en ontvangst van een Nederlandstalig concept is niet om een vertaling gevraagd.
De toegevoegde waarde van een eigen verklaring dat iemand voldoende Nederlands verstaat, is gering. De verplichting om een tolk in te schakelen vloeit voort uit de voorlichtingsplicht. De voorlichting moet ten minste worden verstaan om te kunnen worden begrepen. De notaris blijft zelf verantwoordelijk voor het op de juiste wijze nakomen van de voorlichtingsplicht. Partijen kunnen de notaris niet van die verplichting ontslaan, zie art. 3 Verordening beroeps- en gedragsregels 2011. Het laten ondertekenen van een verklaring kan er dan ook niet toe leiden dat de verantwoordelijkheid bij de cliënt komt te liggen.
Spreken de betrokken partijen ieder een andere vreemde taal, dan moet voor ieder van die talen een tolk worden ingeschakeld. Dat is alleen anders als de ene partij de taal van de andere partij voldoende verstaat en de desbetreffende partij zelf aangeeft dat bijstand van een tolk in de taal van de andere partij voldoende is. Voorwaarde voor deze keuze (voor niet een eigen tolk) is dat de notaris heeft beoordeeld en vastgesteld dat de desbetreffende partijen de taal van de andere partij, die wel een eigen tolk heeft, voldoende verstaat. Als de notaris dat niet kan beoordelen omdat hij de gekozen voertaal zelf niet verstaat, dan blijft de bijstand van twee tolken noodzakelijk.
Als de akte in het Nederlands is gesteld, dan geldt de ‘gewone’ regel van artikel 42 Wna. Er is ook dan een vertaling nodig en een bij voorkeur beëdigde tolk. De wet kent geen uitzondering voor dit geval. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat artikel 42 Wna een uitvloeisel is van de voorlichtingsplicht van de notaris en dat voorstelbaar is dat de notaris die voldoende Engels spreekt, ook aan die voorlichtingsplicht kan voldoen door zelf de inhoud van de Nederlandstalige akte in het Engels met partijen te bespreken. De notaris doet dat echter altijd op eigen risico. Als partijen achteraf betwisten dat de notaris heeft voldaan aan de voorlichtingsplicht, is het aan de notaris om aan te tonen dat hij of zij dat wel heeft gedaan.
Als er een tolk moet worden ingeschakeld, dan moet dat in beginsel een tolk in de moedertaal zijn. Gaat het om een tweetalige partij, dan mag die partij kiezen in welke taal zij de voorlichting wenst te ontvangen. Omdat die partij in dat geval zelf kiest uit twee ‘moedertalen’, ligt de verantwoordelijkheid voor de juistheid van die keuze bij die partij.
Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een beëdigde tolk. Als het familielid beëdigd tolk is, mag hij of zij optreden als tolk mits hij of zij geen direct of indirect eigen belang heeft bij de inhoud van de akte. Heeft de tolk wel een eigen belang bij de inhoud van de akte, direct of indirect, dan moet een andere tolk worden gezocht.
U kunt een beëdigde tolk en vertaler zoeken via de website van de Raad voor de rechtsbijstand.
Schrijf- en gebarentolken vindt u op de website tolkcontact.nl.
Als er sprake is van spoed en het is niet mogelijk tijdig een tolk te vinden, of voor de betreffende taal is geen tolk beschikbaar in het register, dan kan aansluiting gezocht worden bij art. 28 Wet beëdigde tolken en vertalers. Op grond van die bepaling mogen overheidsinstanties die verplicht zijn gebruik te maken van beëdigde tolken in dat geval een niet-ingeschreven tolk inzetten.
De niet-ingeschreven tolk moet indien mogelijk vooraf - en anders achteraf - een VOG of een integriteitsverklaring laten zien. Een integriteitsverklaring is een verklaring betreffende de integriteit die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in het land van herkomst, zie art. 4 lid 2 Wet beëdigde tolken en vertalers.
De keuze voor de niet-ingeschreven tolk moet met redenen worden omkleed. In dit verband volstaat het te vermelden dat niet tijdig een ingeschreven tolk kon worden gevonden. Dat volgt uit HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:222.
De kosten voor het maken van een vertaling en de bijstand van een tolk komen voor rekening van de cliënt. De notaris moet de cliënt vooraf wijzen op die kosten.
Doven, doofblinden en slechthorenden kunnen via het UWV een vergoeding krijgen voor een tolk. Kijk voor meer informatie op de website van het UWV.
Voor de kwaliteit van de vertaling is in eerste instantie de tolk verantwoordelijk. Vloeit er schade voort uit fouten van de tolk, dan is de tolk daarvoor aansprakelijk. Maar als evident is dat een tolk is ingeschakeld die niet de juiste kwaliteiten bezit, dan kan daaruit ook aansprakelijkheid van de notaris voortvloeien.
De akte mag alleen in een vreemde taal worden verleden als de notaris die taal beheerst en partijen de notaris vragen de akte in de vreemde taal te verlijden.
De notaris is zelf verantwoordelijk voor de beoordeling of hij of zij zelf de vreemde taal voldoende beheerst en of partijen de taal van de akte voldoende beheersen.
Kiezen partijen voor een akte in een vreemde taal, dan mag de notaris ook in die taal voorlichten. Het ‘verlijden’ van een akte zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 Wna omvat het hele passeerproces, dus ook het voorlezen en toelichten van de akte. Er is dan dus geen tolk nodig.
Gaat het om een akte die moet worden ingeschreven in een openbaar register, dan zal in verband met art. 35 lid 1 van de Wet beëdigde tolken en vertalers van de akte toch een Nederlandse vertaling moeten worden gemaakt door een beëdigde vertaler.
Zijn er discrepanties tussen de originele akte en de vertaling daarvan of uitlegkwesties, dan prevaleert in ieder geval tussen partijen de tekst van de originele akte. Is die in een vreemde taal gesteld, dan gaat die dus boven de Nederlandse vertaling. Dat geldt ook als het gaat om een akte die alleen in vertaling mag worden ingeschreven in een Nederlands openbaar register. Derden mogen echter afgaan op de ingeschreven vertaling. Gaat het om een akte die niet wordt ingeschreven, dan zal ook in de verhouding tot derden de tekst van de originele akte prevaleren.
Volgens artikel 42 lid 2 Wna mag een akte ook tweetalig worden verleden, mits de notaris die tweede taal ‘verstaat’. In dat geval geldt, net als bij het verlijden van een akte in een vreemde taal, dat de notaris zelf in die tweede taal mag voorlezen en toelichten.
Verstaan alle betrokken partijen beide talen, dan volstaat het in één van die talen het passeerproces te laten plaatsvinden.
Bij een tweetalige akte kunnen vragen ontstaan welke tekst voorgaat. De wet kiest niet voor het voorgaan van een van beide teksten. Het verdient aanbeveling partijen daarin een keuze te laten maken en die vast te leggen in de akte. Kiezen zij voor het voorgaan van de vreemde taal, dan geldt weer dat derden zich op de ingeschreven Nederlandse vertaling zullen mogen beroepen.