De doorzoeking is geregeld in het Wetboek van Strafvordering. De van belang zijnde wettelijke bepalingen en jurisprudentie vindt u terug in de Handleiding voor notarissen en de Aanwijzingen voor ringvoorzitters.
Voor de advocatuur is er een aanwijzing in de zin van artikel 130 lid 4 Wet RO:
Aanwijzing toepassing opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen tegen advocaten, Stcrt. 2011, nr 4981.
Waarschuw de betrokken notaris of een kantoorgenoot en vraag de toezichthouder(s) om een legitimatie. Laat de toezichthouder(s) in afwachting van de komst van de notaris plaatsnemen in (zo mogelijk) een aparte wachtkamer.
Vraag tegen wie het onderzoek zich richt. Indien het onderzoek tegen uzelf gericht is, bent u niet tot antwoorden verplicht en heeft u het recht om een advocaat te raadplegen. Beroep u verder op uw geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht voorzover het cliëntgegevens betreft.
Vraag om een legitimatie en vraag tegen wie het opsporingsonderzoek zich richt: tegen uzelf en/of één of meer cliënten. Indien het onderzoek tegen uzelf is gericht, bent u niet tot antwoorden verplicht en heeft u het recht zich door een advocaat te laten bijstaan. Bij de doorzoeking zijn een rechter-commissaris en de ringvoorzitter aanwezig.