Mandaatbesluit 2013
Opslaan
Deel deze informatie
Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie:
Overwegende dat het om redenen van doelmatigheid gewenst is bepaalde bevoegdheden van het bestuur van de KNB, vervat in de Wet op het notarisambt en zijn uitvoeringsregels, te mandateren;
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
stelt het volgende mandaatbesluit vast:
Besluit van 7 augustus 2013, inw.tr. 7 augustus 2013.
In dit besluit wordt verstaan onder:
- bestuur: het bestuur van de KNB, genoemd in artikel 64, eerste lid, van de Wet op het notarisambt;
- bureau: het bureau van de KNB, genoemd in artikel 63 van de Wet op het notarisambt;
- voorzitter: de voorzitter, of de plaatsvervangend voorzitter van het bestuur;
- directie: de directie van het bureau, genoemd in artikel 64, tweede lid, van de Wet op het notarisambt;
- juristen: de juristen die zijn aangesteld op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht binnen de afdeling juridische en praktijkzaken van het bureau.
Het bestuur verleent aan de voorzitter mandaat om namens het bestuur uit te oefenen
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 7, tweede lid, van de Wet op het notarisambt, om inlichtingen te verstrekken aan de Commissie van deskundigen in verband met een ondernemingsplan;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 8, zesde lid, juncto artikel 30c, tweede lid, van de Wet op het notarisambt, om de Minister van Veiligheid en Justitie te adviseren met betrekking tot een verzoek om benoeming tot notaris, respectievelijk de goedkeuring van de aanwijzing als toegevoegd notaris;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 10, derde lid, van de Wet op het notarisambt, om de Minister van Veiligheid en Justitie in kennis te stellen van eventuele feiten of omstandigheden welke tot weigering zouden kunnen leiden van een verzoek tot wijziging van een vestigingsplaats;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 15 van de Wet op het notarisambt, om te worden gehoord omtrent de toewijzing van een protocol.
Het bestuur verleent aan de juristen ieder afzonderlijk mandaat om namens het bestuur uit te oefenen
- de bevoegdheid, vervat in artikel 32, vijfde lid, van de Wet op het notarisambt, om te beslissen over de afgifte van een stageverklaring;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 3, derde lid, van de Stageverordening, om te beslissen over een verzoek om vrijstelling voor het volgen van een cursus.
Het bestuur verleent aan de juristen ieder afzonderlijk mandaat om namens het bestuur uit te oefenen
- de bevoegdheid genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van het Reglement bevordering vakbekwaamheid om goedkeuring te verlenen aan onderwijs en het aantal opleidingspunten te bepalen dat aan een onderwijsvorm wordt toegekend;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 4, vierde lid, van het Reglement bevordering vakbekwaamheid, om te beslissen over een verzoek om vrijstelling voor het behalen van opleidingspunten;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Reglement bevordering vakbekwaamheid om jaarlijks aan ieder lid van de KNB een overzicht te verstrekken van de door hem gevolgde cursussen die door de KNB zijn geadministreerd en waaruit blijkt hoeveel opleidingspunten hij heeft behaald;
- de bevoegdheid, genoemd in artikel 7, tweede lid, van het Reglement bevordering vakbekwaamheid om aan de kamer voor het notariaat mee te delen dat een lid onvoldoende opleidingspunten heeft behaald.
Het bestuur verleent aan de juristen ieder afzonderlijk mandaat om namens het bestuur uit te oefenen de bevoegdheid, vervat in artikel 10 van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003, om te beslissen over een voorgenomen interdisciplinair samenwerkingsverband.
Het bestuur verleent aan de directie mandaat om namens het bestuur uit de oefenen de bevoegdheid, vervat in artikel 4 van het Reglement inzake de financiële bijdrage, om een lid voor wie het om financiële redenen bezwaarlijk is de bijdragen te betalen, daarvan geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen, telkens voor ten hoogste een jaar, of met een lid een betalingsregeling te treffen.
Het bestuur verleent aan de voorzitter van het bestuur tezamen met een van de andere leden van het bestuur mandaat om namens het bestuur de bevoegdheid uit te oefenen om beslissingen op bezwaar te nemen.
Het bestuur verleent aan de directie mandaat om namens het bestuur de bevoegdheid uit te oefenen om een bezwaar kennelijk niet ontvankelijk te verklaren.
Het bestuur verleent aan de voorzitter van het bestuur mandaat om namens het bestuur de bevoegdheid uit te oefenen om beslissingen te nemen over verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
Het bestuur en de voorzitter van het bestuur verlenen aan de directie en de juristen ieder afzonderlijk en aan de onder hun verantwoordelijkheid werkzame medewerkers van het bureau de bevoegdheid om de besluiten bedoeld in de voorgaande leden te ondertekenen.
- Dit besluit kan worden aangehaald als Mandaatbesluit 2013. Het treedt direct in werking.
- Het Mandaatbesluit 2009 en de Mandaatbesluiten van 7 september 2011, 13 juni 2012, 19 december 2012, 12 juni 2013 en 10 juli 2013 worden tegelijkertijd ingetrokken.
Uit doelmatigheidsoogpunt en in lijn met het streven naar het besturen op afstand heeft het bestuur de afgelopen jaren verschillende bevoegdheden die voortvloeien uit de Wet op het notarisambt en zijn uitvoeringsregelingen gemandateerd aan zijn voorzitter, de directie en medewerkers van het bureau van de KNB. Door de wijziging van de Wet op het notarisambt (Wetsvoorstel Hammerstein) en als gevolg van de reorganisatie van het bureau waardoor verschillende functies zijn gewijzigd, is het nodig deze mandaatbesluiten aan te passen.
Bij mandaat nemen de gemandateerden de beslissing namens het mandaterende bestuursorgaan. Zij nemen niet, zoals het geval is bij delegatie, de bevoegdheid over van het delegerende bestuursorgaan. Dus zodra de betrokken gemandateerden in een zaak het gevoel hebben dat het gehele bestuur bij de beslissing op het verzoek om informatie moet worden betrokken, kunnen zij het mandaat in die zaak terug geven.
(Toelichting van 7 augustus 2013)