- In beginsel worden de volgende werkzaamheden aangemerkt als werkzaamheden gelijkwaardig aan werkzaamheden binnen het notariaat ter voorbereiding op de zelfstandige uitoefening van het notarisambt:
- civielrechtelijke werkervaring op het terrein van het familie- en erfrecht, het ondernemings- en vennootschapsrecht en het onroerend goed;
- werkervaring inzake het financieel bestuur en management van een organisatie;
- werkzaamheden waarop de leden a en b niet van toepassing zijn slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden.
- De waardering van de als gelijkwaardig aangemerkte werkzaamheden vindt plaats aan de hand van wegingsfactoren en wel op de volgende wijze:
- vastgesteld wordt of sprake is van vakinhoudelijke werkzaamheden of werkzaamheden op het gebied van management en/of financieel bestuur van een organisatie. Voor vakinhoudelijke werkzaamheden geldt een wegingsfactor van vier/vijfde (0,8) en voor werkzaamheden op het gebied van management en/of financieel bestuur geldt een wegingsfactor van een/vijfde (0,2).
- vastgesteld wordt op welke opleidingsniveau de werkzaamheden zijn verricht. Voor werkzaamheden op WO-niveau geldt wegingsfactor één, voor werkzaamheden van in het notariaat werkzame klerken geldt wegingsfactor zeven/tiende (0,7), voor werkzaamheden op HBO-niveau geldt wegingsfactor een/tweede (0,5) en voor werkzaamheden op MBO-niveau geldt wegingsfactor twee/tiende (0,2).
- Vervolgens wordt het aantal uren per week dat de werkzaamheden zijn verricht en de periode dat de werkzaamheden zijn verricht vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde wegingsfactoren. Voor wat betreft het aantal uren per week wordt zesendertig uur of meer als fulltime aangemerkt.
- Een verzoek tot verkorting van de stage kan maximaal leiden tot tweeëndertig maanden korting op de zesjarige stage.
- Een verkorte stage eindigt niet eerder dan nadat de verzoeker gedurende dertig (30) volle werkdagen de waarneming heeft uitgeoefend. Binnen deze periode moeten minimaal dertig (30) akten worden verleden.
- Het bestuur van de KNB is bevoegd om onder omstandigheden een uitzondering te maken op het bepaalde in lid 4 van dit artikel.
- Het beleid inzake de waardering van de werkzaamheden wordt gepubliceerd op de website van de beroepsorganisatie.
Toelichting
Sinds enkele jaren verbond het bestuur van de KNB een voorwaarde aan de verkorting van de stageperiode, indien was gebleken dat de verzoeker op minder dan dertig werkdagen een akte in de waarneming had gepasseerd. Deze voorwaarde hield in dat de verzoeker minimaal 30 werkdagen moest hebben waargenomen alvorens de stageperiode eindigde en hij/zij tot (toegevoegd) notaris kon worden benoemd, waarbij de verzoeker iedere werkdag minimaal één akte in de waarneming diende te passeren. Indien voor de periode van 30 werkdagen niet werd voldaan aan het passeren van minimaal één akte in de waarneming, werd de periode van 30 werkdagen zodanig verlengd totdat wel was voldaan aan deze aanvullende eis.
Het was wenselijk om een dergelijke voorwaarde te bestendigen in het Reglement stage. Op die manier wordt voorkomen dat de voorwaarde niet verenigbaar is met de regels die de KNB heeft opgesteld met betrekking tot de verkorting van de stage. Die regels voorzien namelijk in een stageverkorting van maximaal drie jaar, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de stageperiode op hetzelfde moment eindigt als het moment waarop een kandidaat-notaris waarnemingsbevoegd wordt. Deze laatste omstandigheid is niet verenigbaar met voormelde voorwaarde.
Bij het bestendigen van de voorwaarde in het Reglement stage heeft het KNB-bestuur afgeweken van de voorwaarde die tot voorheen aan de verkorting van de stageperiode werd verbonden. Het bestuur acht het in het vervolg voldoende dat in een periode van dertig volle werkdagen minimaal dertig akten worden verleden. Het aantal van dertig dagen sluit aan bij art. 1 lid 6 van de Stageverordening, op basis waarvan een waarnemingsbevoegde kandidaat-notaris in beginsel minimaal tien werkdagen per jaar de waarneming moet krijgen.
Gekozen is om alleen werkdagen te laten meetellen waarop de kandidaat-notaris de volle werkdag waarneming heeft gehad. De ratio achter de volle werkdag is dat de kandidaat-notaris op die manier bredere ervaring opdoet dan wanneer sprake is van deelwaarneming gedurende een kortere tijdsperiode. De kandidaat-notaris komt dan redelijkerwijs – naast het passeren van akten – ook in aanraking met andere ambtshandelingen waartoe een notaris bevoegd is, zoals het afgeven van afschriften en het beschikken over derdengelden.
Art. 4 lid 5 Reglement stage
Het bestuur van de KNB kan onder omstandigheden een uitzondering maken op het vereiste dat de verzoeker gedurende een periode van dertig werkdagen minimaal dertig akten dient in de waarneming dient te passeren. Met dergelijke omstandigheden wordt onder meer gedoeld op het plotseling overlijden van een notaris of de omstandigheid dat de verzoeker werkzaam is in een passeerpraktijk waarin het niet reëel is om dertig akten in dertig werkdagen te passeren.
Art. 4 lid 3 Reglement stage
Een verzoek tot verkorting van de stageperiode kan worden ingediend op het moment dat de beroepsopleiding is afgerond. De verzoeker is dan (grofweg) minimaal drie jaar aan het werk als kandidaat-notaris. Op basis van het voormalige artikel 4 lid 3 van het Reglement stage kon een verzoek maximaal leiden tot 36 maanden korting op de zesjarige stage. Dat zou betekenen dat de verzoeker de stageperiode – bij toekenning van de maximale stagekorting – direct na het afronden van de beroepsopleiding had kunnen beëindigen.
In de praktijk bleek dat echter onmogelijk, omdat de procedure voor de toekenning van de stagekorting formeel gezien maximaal vier maanden duurt. De commissie Zij-instroom brengt immers binnen twee maanden advies uit aan het bestuur van de KNB (art. 3 lid 4 Reglement stage) en het KNB-bestuur beslist uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het advies van de commissie (art. 3 lid 4 Reglement stage). Gezien de geldende termijnen voor de behandeling van een verzoek tot stagekorting, is een maximale verkorting van de stageperiode van 32 maanden in plaats van 36 maanden passender.
Voorts correspondeert een maximale stagekorting van 36 maanden niet met voormelde voorwaarde die aan de stagekorting wordt verbonden ingeval de verzoeker het verzoek direct na afronding van de beroepsopleiding indient. De verzoeker zal dan immers redelijkerwijs nog niet in de gelegenheid zijn geweest om dertig dagen te kunnen waarnemen en in die periode minimaal dertig akten in de waarneming te passeren.