Stageverordening
Opslaan
Deel deze informatie
De ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB;
Overwegende dat het gewenst is regelen te stellen met betrekking tot de verplichtingen van de notaris en de kandidaat-notaris gedurende de stage;
Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen in de Stageverordening betreffende de verkorting van de stage en de waardering daarbij van de werkzaamheden die relevant zijn voor de voorbereiding op het notarisambt;
Gelet op artikel 31 lid 3 van de Wet op het notarisambt;
Gezien het ontwerp van het bestuur met bijbehorende toelichting;
Gelet op de adviezen van de kamers van toezicht;
Gelet op de adviezen van de ringen;
stelt de navolgende verordening vast:
Verordening van de KNB van 21 juni 2000, Stcrt. 2000, 182, goedgekeurd door de Staatssecretaris van Justitie bij brief d.d. 13 september 2000, nr. 5047950/00/06, inw. tr. 1 oktober 2000 en gewijzigd bij Verordening tot wijziging van de Stageverordening (Verordening Zij-instroom) van 28 september 2011 Stcrt. 2012,24617, goedgekeurd door de minister van Veiligheid en Justitie bij brief van 6 maart 2012, inw. tr. 1 januari 2013.
Artikel 1
- De notaris op wiens kantoor de kandidaat-notaris tijdens zijn stage werkzaam is draagt zorg voor een voldoende begeleiding van diens werkzaamheden tijdens de stage. Is de kandidaat-notaris werkzaam bij een maatschap waarbij meer notarissen werkzaam zijn dan rust deze verplichting op iedere notaris.
- De notaris geeft de kandidaat-notaris leiding, voorlichting en raad bij zijn functioneren als kandidaat-notaris.
- De notaris geeft de kandidaat-notaris tijdens de stage de mogelijkheid om zich in alle gebruikelijke notariële werkzaamheden te bekwamen.
- De notaris geeft de kandidaat-notaris voldoende gelegenheid om vanaf de aanvaarding van het dienstverband de beroepsopleiding te volgen, de daarbij behorende examens af te leggen en om aan de in artikel 3 eerste lid bedoelde cursussen deel te nemen die behoren bij zijn opleiding tijdens de stage.
- Wanneer de kandidaat-notaris tot waarnemer benoembaar is en zich daartoe bereid heeft verklaard dient de notaris, behoudens bijzondere omstandigheden, een verzoek in om hem tot waarnemer te benoemen als bedoeld in artikel 29 lid 2 eerste zin van de Wet op het notarisambt.
- Wanneer de kandidaat-notaris op grond van het verzoek als bedoeld in lid 5 tot waarnemer is benoemd dan stelt de notaris hem, behoudens bijzondere omstandigheden, in staat om gedurende ten minste tien werkdagen per jaar de waarneming uit te oefenen.
Toelichting
Blijkens artikel 31 Wet op het notarisambt moet een kandidaat-notaris, alvorens tot notaris te kunnen worden benoemd, gedurende een stage van ten minste zes jaar werkzaam zijn geweest op een of meer notariskantoren in Nederland. In geval van werkzaamheid in deeltijd wordt deze periode naar evenredigheid verlengd. De stage is onderdeel van de voorbereiding van de kandidaat-notaris op het notarisambt. De kandidaat-notaris is na de stage benoembaar en dient in elk opzicht op de zelfstandige uitoefening van het notarisambt voorbereid te worden. De leden 1 tot en met 3 van artikel 1 leggen in dit verband aan de notaris de verplichting op om de kandidaat-notaris te begeleiden en hem de mogelijkheid te geven om zich in alle onderdelen van de notariële beroepsuitoefening te bekwamen. De kandidaat-notaris zal er in veel gevallen verstandig aan doen van deze mogelijkheid gebruik te maken. De kandidaat-notaris die zich gedurende zes jaar in de praktijk uitsluitend met een onderdeel, bijv. het ondernemingsrecht, heeft bezig gehouden zal na die periode moeilijk als alleenstaand notaris de praktijk uit kunnen oefenen.
De kandidaat-notaris zal in het vervolg op zijn universitaire studie de beroepsopleiding, geregeld in artikel 33 Wet op het notarisambt, moeten volgen die gericht is op het verkrijgen van praktische vaardigheden en de vergroting van zijn theoretische kennis. De notaris moet de kandidaatnotaris in staat stellen die beroepsopleiding te volgen. Dit betekent dat de kandidaat-notaris binnen kantoortijd de gelegenheid moet krijgen om de cursussen van de beroepsopleiding bij te wonen.
Het behoort ook tot de taak van de notaris om de kandidaat-notaris naast de beroepsopleiding mede te vormen en te begeleiden. De kandidaatnotaris is van zijn kant gehouden om van de geboden mogelijkheden tot vorming gebruik te maken.
(Toelichting 21 juni 2000)
LID 5
In verband met de voorbereiding op de zelfstandige uitoefening van het notarisambt dient de kandidaat-notaris die aan de daarvoor gestelde wettelijke vereisten voldoet tot vaste waarnemer te worden benoemd, uiteraard alleen wanneer hij met een dergelijke benoeming instemt. De notaris moet hem vervolgens in staat stellen regelmatig waar te nemen.
(Toelichting 21 juni 2000)
LID 6
Lid 6 geeft hiervoor een minimumtermijn aan. Omdat de waarneming een essentieel onderdeel is van de stageperiode kan de notaris hiervan alleen onder bijzondere omstandigheden afzien. Te denken valt aan de omstandigheid dat meerdere kandidaat-notarissen onder verantwoordelijkheid van één notaris werkzaam zijn. Van die notaris kan niet verlangd worden dat hij alle kandidaat-notarissen in staat stelt de waarneming als bedoeld in lid 6 uit te oefenen indien daardoor zijn periode van afwezigheid te groot wordt. Ook kan worden gedacht aan de situatie dat een kandidaat-notaris minder geschikt is om de waarneming uit te oefenen. Als een kandidaat-notaris van mening is dat de bijzondere omstandigheden ten onrechte op hem van toepassing zijn verklaard, staat voor die kandidaat-notaris onder meer de weg naar de kamer van toezicht open.
(Toelichting 21 juni 2000)
Artikel 2
De kandidaat-notaris is gehouden zich tijdens de stage in te spannen voor de verkrijging van de noodzakelijke praktische vaardigheden en theoretische kennis.
Toelichting
Het niet voldoen aan de vereisten van de artikelen 1 en 2 kan er niet toe leiden dat de KNB de afgifte van de stageverklaring weigert.
(Toelichting van 21 juni 2000)
Artikel 3
- Het bestuur van de KNB stelt bij reglement vast welke cursussen de kandidaat-notaris gedurende de stage ter voorbereiding op de zelfstandige uitoefening van het notarisambt moet volgen. Deze cursussen liggen in beginsel in gelijke verhouding deels op het gebied van het management en het financieel bestuur en deels op vakinhoudelijk gebied.
- De in lid 1 bedoelde cursussen mogen er niet toe leiden dat een kandidaat-notaris meer opleidingspunten moet behalen dan door het bestuur van de KNB is bepaald op grond van artikel 2 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid.
- Het bestuur van de KNB verleent vrijstelling voor het volgen van een cursus wanneer een kandidaat-notaris aantoonbaar over de nodige kennis en ervaring met betrekking tot het onderwerp van een cursus of een deel daarvan beschikt.
- Over het in lid 1 van dit artikel bedoelde reglement wordt de ledenraad geraadpleegd. Het reglement wordt zo spoedig mogelijk na vaststelling ter kennis van het ministerie van Justitie gebracht.
Toelichting
Op de naleving van de uit dit artikel voortvloeiende verplichtingen wordt toegezien door de KNB. Wanneer de kandidaat-notaris bij het voltooien van de stageperiode van zes jaar (of een naar evenredigheid verlengde periode bij het werken in deeltijd) niet aan de verplichtingen van dit artikel heeft voldaan geeft de KNB aan hem niet de stageverklaring af als bedoeld in artikel 32 lid 6 Wet op het notarisambt. Tegen de weigering tot afgifte van de stageverklaring kan de kandidaat-notaris blijkens artikel 32 lid 7 Wet op het notarisambt beroep instellen bij de kamer van toezicht.
(Toelichting 21 juni 2000)
LID 1
De kandidaat-notaris moet tijdens de stageperiode niet alleen de beroepsopleiding voltooien, maar ook een aantal cursussen volgen op het gebied van het kantoor- en personeelsmanagement, het financieel bestuur en dergelijke, dit omdat hij na afloop van de stageperiode over de vaardigheden moet beschikken die vereist zijn voor de zelfstandige uitoefening van het notarisambt. Daarnaast moet de kandidaat-notaris zich ook op vakinhoudelijk gebied bij- en nascholen. Het bestuur van de KNB stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 lid 1, de inhoud van alle cursussen vast die de kandidaat-notaris tijdens de stage moet volgen.
(Toelichting 21 juni 2000)
LID 2
Deze cursussen mogen niet leiden tot een zwaardere belasting van de kandidaat-notaris dan voor hem zou gelden op grond van artikel 2 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid. Lid 2 bepaalt daarom dat hij tijdens de stage niet meer opleidingspunten behoeft te behalen dan is vermeld in artikel 2 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid.
Indien de kandidaat-notaris in deeltijd werkzaam is kan de stageperiode zodanig lang zijn dat het niet zinvol is de verplichting van de kandidaatnotaris tot het volgen van managementcursussen en vakinhoudelijke cursussen in gelijke verhouding te handhaven. Het bestuur kan daarom bij reglement van die verhouding afwijken.
(Toelichting 21 juni 2000)
LID 3
Het kan zijn dat een kandidaat-notaris reeds in een andere functie of hoedanigheid zich de noodzakelijke kennis en ervaring geheel of gedeeltelijk eigen heeft gemaakt. In dat geval wordt aan hem een gehele of gedeeltelijke vrijstelling verleend.
(Toelichting 21 juni 2000)
Artikel 4
Gedurende de stage is de kandidaat-notaris vrijgesteld van de verplichtingen voortvloeiende uit de Verordening bevordering vakbekwaamheid.
Artikel 5a
- Het bestuur van de KNB stelt een commissie in, die als taak heeft het bestuur te adviseren over verzoeken tot verkorting van de stage, indien bepaalde werkzaamheden van de verzoeker, anders dan een stage op één of meer notariskantoren in Nederland, relevant zijn voor de voorbereiding op het notarisambt.
- Het bestuur van de KNB stelt een reglement vast voor de waardering van de werkzaamheden van verzoeker, genoemd in het eerste lid. Hierin geeft het bestuur aan welke werkzaamheden in beginsel gelijk zijn te stellen aan de praktische en theoretische werkzaamheden die een kandidaat-notaris tijdens zijn stage op een notariskantoor verricht.
- Het bestuur van de KNB stelt een reglement vast voor de behandeling van verzoeken tot verkorting van de stage, waarin de te volgen procedure en de wijze van bekendmaken van het beleid worden geregeld.
- Over de in de voorgaande leden genoemde reglementen wordt de ledenraad geraadpleegd. De reglementen worden zo spoedig mogelijk na vaststelling ter kennis van het ministerie van Veiligheid en Justitie gebracht.
Toelichting
Het Wetsvoorstel Hammerstein maakt zij- en herinstroom gemakkelijker. Aan artikel 31 van de Wet op het notarisambt zijn twee leden toegevoegd, luidende:
- Op verzoek van een kandidaat-notaris kan de KNB besluiten tot verkorting van de in het eerste lid bedoelde termijn indien bepaalde werkzaamheden van de verzoeker, anders dan bedoeld in het eerste lid, relevant zijn voor de voorbereiding op het notarisambt.
- Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende de behandeling van het verzoek, bedoeld in het derde lid, en de waardering van de werkzaamheden.
Tijdens de stage bereidt de kandidaat-notaris zich in elk opzicht voor op de zelfstandige uitoefening van het ambt. Volgens artikel 31, eerste lid van de Wna moet de kandidaat-notaris, alvorens tot notaris te kunnen worden benoemd, gedurende een stage van ten minste zes jaren werkzaam zijn geweest op één of meer notariskantoren in Nederland. In geval van deeltijd wordt die periode naar evenredigheid verlengd. Volgens de Stageverordening moet de kandidaat-notaris tijdens zijn stage praktische en theoretische kennis verkrijgen (art. 2), alle gebruikelijke notariële werkzaamheden verrichten (art. 1, derde lid) en ten minste tien werkdagen de waarneming uitoefenen (art. 1, zesde lid). Het niet voldoen aan deze eisen leidt overigens niet tot weigering van de stageverklaring door het KNB-bestuur, zo staat in de toelichting.
Het bestuur stelt een commissie in, die tot taak krijgt het bestuur te adviseren over deze verzoeken tot verkorting van de stage. Tot leden worden benoemd een notarieel hoogleraar (als voorzitter) een notaris en een kandidaat-notaris en het secretariaat kan worden gevoerd door het bureau van de KNB.
De commissie zou om te beginnen kunnen adviseren over de waardering van de vergelijkbare werkzaamheden die relevant zijn voor de voorbereiding op het notarisambt. Deze zouden vervolgens in uitvoeringsregels kunnen worden neergelegd. Het soort te waarderen werkzaamheden lijkt immers casuïstisch. In grote lijnen kan worden gedacht aan
- advocaten, rechters of fiscalisten, die hun carrière graag in het notariaat willen voortzetten;
- notariële medewerkers van notariskantoren (Nederlands rechtjuristen, klerken, HBO-juristen) die naast hun baan als medewerker op een notariskantoor notarieel recht hebben gestudeerd en vervolgens als kandidaat-notaris werkzaam zijn;
- kandidaat-notarissen die gedurende hun stage werkzaam zijn geweest op de voormalige Nederlandse Antillen;
- degenen die parttime in de notariële praktijk werken én als universitair docent of onderzoeker op het terrein van het notariële recht;
- degenen die op andere wijze relevante werkervaring hebben opgebouwd.
Het gaat bij de hier bedoelde stageverkorting om werkzaamheden, niet om de opleiding tijdens de stage. De eis van het afsluitende examen van de beroepsopleiding op grond van artikel 6 Wna blijft onverkort gehandhaafd. Bovendien moet de kandidaat-notaris ter voorbereiding op de zelfstandige beoefening van het notarisambt cursussen volgen, evenveel op het gebied van management en financieel bestuur als op vakinhoudelijk gebied 9 art. 3 Stageverordening). Daarbij zijn wel vrijstellingen mogelijk.
Vergelijkbaar met het systeem van de beroepsopleiding in de Verordening BO kandidaat-notarissen wordt voorgesteld administratieve aspecten verder uit te werken in uitvoeringsregels van het bestuur. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing, die bijvoorbeeld de termijnen regelt die in acht moeten worden genomen.
(Toelichting 28 september 2011)
Artikel 5
Deze verordening wordt aangehaald als Stageverordening.
Artikel 6
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000 of zoveel later als de termijn van tien dagen na publicatie in de Staatscourant als bedoeld in artikel 91 lid 2 van de Wet op het notarisambt is verstreken.