Aansprakelijkheid overdrachtsbelasting ook bij antimisbruikbepaling beperkt tot inhoud akte
De hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris voor de overdrachtsbelasting is ook bij de antimisbruikbepaling bij de startersvrijstelling beperkt tot het bedrag dat volgens de inhoud van de akte is verschuldigd. Dit staat in de toelichting bij de voorgestelde wijziging van deze antimisbruikbepaling. De wijziging van deze bepaling heeft geleid tot vragen van notarissen over de eventuele gevolgen hiervan voor hun hoofdelijke aansprakelijkheid.
Om te voorkomen dat woningen niet ineens maar gesplitst worden verkregen om onder de woningwaardegrens van 400.000 euro te blijven, is in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) een antimisbruikbepaling opgenomen (artikel 9 lid 7 WBR). Op Prinsjesdag is een voorstel tot wijziging van deze bepaling ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wijziging werkt ook door naar artikel 14 WBR, waar een nieuw lid 3 wordt ingevoegd.
Informeel contact
Over de voorgestelde artikelen 9 lid 7 en 14 lid 3 WBR en de toelichting hierbij heeft afgelopen zomer informeel contact plaatsgevonden tussen het ministerie van Financiën en de KNB. Hierbij heeft de KNB nadrukkelijk opmerkingen gemaakt over de eventuele gevolgen van de wijzigingen voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris. De KNB heeft aangegeven dat de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid voor (on)juiste overdrachtsbelastingtoepassing in dit soort gevallen niet mede bij de notaris kunnen liggen als de notaris de relevante informatie niet heeft, maar uitsluitend bij de koper/verkrijger en dat zij dit graag aan de toelichting toegevoegd zou willen zien.
Inhoud van de akte
Dit contact heeft geleid tot aanpassing van de toelichting. Toegevoegd is de passage: ‘Indien de gegevens met betrekking tot de waardevermeerdering niet door de notaris in de akte zijn opgenomen, bijvoorbeeld omdat de notaris die (alleen of ook) betrokken is bij een opvolgende verkrijging redelijkerwijs niet kon weten dat de verkrijger eerder dat jaar een woning of rechten waaraan deze is onderworpen heeft verkregen,[voetnoot 25] is de notaris voor de belasting over de waardevermeerdering niet aansprakelijk op grond van artikel 42 van de IW 1990. Aansprakelijkheid op grond van artikel 42 IW 1990 is immers beperkt tot het bedrag dat ingevolge de inhoud van de akte is verschuldigd.’ In voetnoot 25 staat: ‘Denk daarbij bijvoorbeeld aan de situatie dat de verkrijger niet aan de notaris heeft gemeld dat hij eerder dat jaar een woning of rechten waaraan deze is onderworpen heeft verkregen en in het Kadaster bij raadpleging van de opvolgende verkrijging de eerdere verkrijging niet zichtbaar is.’ De toegevoegde passage brengt mee dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris is beperkt tot gevallen waarin de gegevens met betrekking tot de waardevermeerdering door de notaris in de akte zijn opgenomen. Als de notaris weet van een relevante eerdere verkrijging maar deze desondanks niet in de akte opneemt en geen toepassing geeft aan de artikelen 9 lid 7 en 14 lid 3 WBR, komt hoofdelijke aansprakelijkheid wel in beeld. Maar dat geldt ook als de notaris weet dat een startersverklaring niet juist is en toch de startersvrijstelling toepast. Voetnoot 25 brengt mee dat de notaris geen nadere kadastrale recherche hoeft te doen anders dan de reguliere kadastrale recherche met betrekking tot de opvolgende verkrijging.
Meer informatie: KNB, Jacco Sjerps, j.sjerps@knb.nl, 070 3307226


