KNB: zorgen om verschoningsrecht
Kan het verschoningsrecht als algemeen rechtsbeginsel nog wel worden gewaarborgd? Dat vraagt de KNB zich af in een reactie op de internetconsultatie over het conceptwetsvoorstel Tweede aanvullingswet Wetboek van Strafvordering. De voorgestelde regeling bevat namelijk ingrijpende wijzigingen ten aanzien van het verschoningsrecht. De KNB wil daarom dat het conceptvoorstel wordt herzien.
De KNB onderschrijft het belang van een efficiënte en doeltreffende opsporing, ook en juist in een steeds verder digitaliserende wereld. Met de voorgestelde wijzigingen worden echter noodzakelijke waarborgen ter bescherming van het verschoningsrecht losgelaten, schrijft de KNB in haar reactie (pdf, 1 MB). Daarmee wordt het verschoningsrecht als algemeen rechtsbeginsel aangetast. Zonder deze bescherming kan de notaris diens maatschappelijk essentiële vertrouwensfunctie niet uitoefenen. Een functie die onmisbaar is voor burgers en ondernemingen in een functionerende rechtsstaat: de cliënt moet immers op vertrouwelijkheid kunnen rekenen. Het verschoningsrecht dient hiermee niet het belang van de notaris, maar van de algehele maatschappij.
Andere benadering
Voor de toepasselijkheid van het verschoningsrecht worden hoge drempels opgeworpen. Dat komt door de nieuwe invulling van het ‘redelijk vermoeden’ dat zich over bepaalde specifieke voorwerpen of gegevens het functioneel verschoningsrecht uitstrekt. De beoordeling hiervan is neergelegd bij opsporing en Openbaar Ministerie (OM). Dit geldt eveneens voor filtering van beslagen of gevorderde gegevens, waarbij er bovendien (behoedzaam) van gegevens mag worden kennisgenomen.
Rechter-commissaris
Dit gaat in tegen de richtinggevende beslissing van de Hoge Raad, waarin de rechter-commissaris (als onafhankelijke autoriteit) juist een centrale rol is toegekend. Met deze benadering ligt de mate van bescherming van het verschoningsrecht grotendeels in handen van opsporing en OM. Dit tast de kern van het functionele verschoningsrecht aan en ondermijnt het vertrouwen in verschoningsgerechtigde communicatie, dat nu juist essentieel is voor de relatie tussen notaris en cliënt.
Capaciteitsproblemen
De voorgestelde wijzigingen zouden noodzakelijk zijn om de rechter-commissaris te ontlasten. De KNB vindt echter dat capaciteitsproblemen er niet toe moeten leiden dat een algemeen fundamenteel rechtsbeginsel wordt aangetast. Zet liever in op het vergroten van de capaciteit bij de kabinetten van rechter-commissarissen, kennis bij opsporingsdiensten en ontwikkeling van IT-software voor filtering
Advocaten
De door de KNB geuite zorgen worden breder gedeeld. Ook de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft een reactie ingediend op het conceptwetsvoorstel. Advocaten behoren evenals notarissen, artsen en de geestelijken tot de klassieke vier beroepsgroepen die een functioneel verschoningsrecht toekomt. Gezien de nagenoeg overeenkomstige standpunten in dit kader, onderschrijft de KNB de consultatiereactie van de NOvA.
Omvangrijk wetstraject
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een omvangrijk wetgevingstraject. Het huidige wetboek dateert uit 1926 en is toe aan modernisering. De verwachting is dat de nieuwe wet in 2029 in werking zal treden. Eerder dit jaar is de eerste vaststellingswet aangenomen door de Eerste Kamer. Hierin is reeds een regeling over het verschoningsrecht opgenomen. Belangrijke daarin opgenomen waarborgen zijn komen te vervallen in het conceptwetsvoorstel.
Meer informatie: KNB, Estella Schijf, e.schijf@knb.nl, 070 330 7111