Onderzoek naar risico’s poortwachtersrol notaris

/
Publicatiedatum: 24 april 2026

Opslaan

Deel deze informatie

Opsporingsinstanties en overheden moeten terughoudender zijn met het neerzetten van notarissen als facilitators van criminaliteit. Dat stelt de KNB op basis van een nieuw onderzoeksrapport van Bureau Beke naar de poortwachtersrol van notarissen, in opdracht van het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (RIEC AA). Daaruit blijkt dat voorbeelden die publiciteit halen zelden leiden tot strafrechtelijke vervolging van notarissen.

Bij het oprichten van een bv of een aandelenoverdracht moet een ondernemer ‘langs’ de notaris. Die onderzoekt onder meer of er mogelijk sprake is van fraude of witwassen. Als dit het geval is dan meldt hij dit bij de FIU (Financial Intelligence Unit). Zo nodig weigert de notaris dienst.

Verschillende invalshoeken

Bureau Beke onderzocht de risico’s die de uitoefening van de poortwachtersrol van notarissen in het vennootschapsrecht beïnvloeden. Het RIEC AA wil met dit onderzoek inzicht krijgen in de werkprocessen, de eventuele knelpunten en de bijzondere positie van de notaris uitlichten. Ook wil het RIEC AA meer bewustzijn van de complexiteit van de rol van notarissen in het vennootschapsrecht, en de factoren die hierop van invloed zijn. Het resultaat is een rapport dat op evenwichtige wijze vanuit verschillende invalshoeken diverse aspecten van de poortwachtersrol van de notaris in het vennootschapsrecht belicht.

Veel verhalen, weinig verbalen

De onderzoekers vroegen de RIEC’s om zaken waarin notarissen een faciliterende rol hebben gespeeld bij criminele activiteiten in het vennootschapsrecht. Ook onderzochten ze tuchtzaken. Dat leverde alleen twee RIEC-casus en een gering aantal tuchtzaken op, op een totaal van meer dan 1 miljoen bv-oprichtingen en aandelenoverdrachten. De conclusie: er zijn veel verhalen, maar weinig verbalen. Zij adviseren opsporingsinstanties beter gebruik te maken van data of anders te stoppen met het verspreiden van losse vermoedens. De KNB onderschrijft dat, maar benadrukt dat het tuchtrecht de meest effectieve route blijft om vermeend malafide notarissen aan te pakken.

Beter gebruik van het tuchtrecht

Opsporingsinstanties wijzen vaak op de geheimhouding waar vermeend malafide notarissen zich achter zouden verschuilen. Vergeten wordt dat de onafhankelijke toezichthouder, Bureau Financieel Toezicht, wél effectief onderzoek kan doen. Die kan gericht dossiers inzien, klachten indienen en notarissen die bewust de fout ingaan via de tuchtrechter op non‑actief laten zetten. Strafrechtelijke vervolging kan daarna altijd nog. Volgens de KNB zouden opsporingsinstanties vaker voor deze route moeten kiezen. Binnen het notariaat is daar brede steun voor, omdat ook goedwillende notarissen hinder ondervinden van de negatieve uitstraling van een kleine groep collega’s.

Complexe rol en knelpunten

Het onderzoek laat zien hoe complex de poortwachtersrol van de notaris in de praktijk is. Notarissen opereren in een spanningsveld tussen drie rollen: dienstverlener, ondernemer en poortwachter tegen witwassen en fraude. Door deze verschillende rollen en de spanningsvelden die daarmee gepaard gaan, bevinden notarissen zich soms in een spagaat.

Samenwerking cruciaal

Uit het rapport blijkt verder dat notarissen niet altijd de juiste middelen hebben om goed onderzoek te doen naar een ondernemer. Ook is er niet altijd voldoende kennis van de wetgeving en de verantwoordelijkheid van de notaris hierin. Ook is gebleken dat samenwerking tussen verschillende partijen hierbij cruciaal is. De KNB onderstreept dit en is blij met de uitkomsten van het onderzoek. Het RIEC AA verkent mogelijkheden voor het versterken van de samenwerking met de KNB en werkt toe naar een gezamenlijk congres in 2026/2027.

Lees hier het gehele rapport (pdf, 1.7 MB)


Meer informatie: KNB, Hens Meengs
h.meengs@knb.nl