Scheiden zonder rechter niet beter of slechter dan met
Scheiden zonder rechter is niet per se beter of slechter dan de huidige echtscheidingsprocedure in Nederland, waar altijd een rechter aan te pas komt. De voor- en nadelen hangen sterk af van hoe de procedure dan wordt ingericht. Dat is de uitkomst van het WODC-onderzoek ‘Scheiden zonder rechter’.
Het onderzoek laat zien dat er een duidelijke maatschappelijk en praktische behoefte is aan vereenvoudiging en flexibilisering van de huidige echtscheidingsprocedure. De waarborging van adequate rechtsbescherming – met name voor de zwakkere partij – is daarbij essentieel. De kernvraag is volgens het onderzoek dus niet zozeer óf een buitengerechtelijke echtscheidingsprocedure wenselijk is, maar hoe je deze op verantwoorde wijze kunt vormgeven. Het onderzoek concludeert dat alternatieve echtscheidingsprocedures niet per definitie beter of slechter zijn dan de bestaande procedure: de voor- en nadelen hangen sterk af van de gekozen inrichting van het alternatief en de waarborgen die daarbij gelden.
Vergelijking met andere EU-landen
In Nederland kunnen echtparen nu alleen scheiden via de rechter, met tussenkomst van een of meerdere advocaten. Ook als zij geen minderjarige kinderen hebben en het volledig of grotendeels eens zijn over de verdeling en onderlinge afspraken. Dit leidt al (veel) langer tot de vraag of echtscheiding zonder tussenkomst van een rechter mogelijk zou moeten zijn.
Het WODC-onderzoek laat zien dat buitengerechtelijke echtscheiding in veel landen binnen de EU inmiddels de dominante vorm is bij echtscheidingen op gemeenschappelijk verzoek. Als overwegingen voor de inrichting van zo’n procedure worden genoemd: ontlasting van de rechtspraak, korter tijdsverloop, lagere kosten en betere toegankelijkheid van procedures voor burgers. In veel van deze landen is de rechter alleen nog betrokken als partijen geen overeenstemming bereiken of als er minderjarige kinderen in het spel zijn. Dit komt ook naar voren in het JuWiLi-onderzoek waaraan de KNB deelneemt.
De concrete invulling van de buitengerechtelijke echtscheidingsprocedures in de EU-landen verschilt sterk. Zo wordt de bevoegdheid om de echtscheiding ‘uit te spreken’ bij verschillende professionals neergelegd, namelijk de ambtenaar van de burgerlijke stand, de notaris of de officier van justitie.
Aandachtspunten
Burgers die de afgelopen 15 jaar zelf zijn gescheiden op gemeenschappelijk verzoek vinden de huidige rol van de rechter bij een echtscheiding beperkt. Een buitengerechtelijke echtscheiding zou volgens hen mogelijk moeten zijn, zij het onder bepaalde voorwaarden, zoals het verplicht maken van afspraken over de gevolgen van de echtscheiding en een toetsing van deze afspraken op eerlijkheid door een onafhankelijke professional. Over de noodzaak van verplichte begeleiding door een deskundige zijn de meningen verdeeld.
Uit interviews met professionals en een expertmeeting waarbij ook de KNB betrokken was, kwam een aantal andere aandachtspunten naar voren, zoals voorlichting over de rechtsgevolgen, het nagaan of er geen minderjarige kinderen in de echtscheiding betrokken zijn, het al dan niet verplicht stellen van afspraken en wie uiteindelijk de echtscheidingsbeslissing neemt.
Geen harde conclusie
Het WODC-onderzoek concludeert dat scheiden zonder rechter geen algemene voor- of nadelen heeft ten opzichte van de gerechtelijke echtscheidingsprocedure. Mogelijke voordelen, zoals efficiëntie, kostenbesparing en verlichting van de druk op de rechtspraak kunnen door het onderzoek niet worden bevestigd en zijn bovendien afhankelijk van de wijze waarop de buitengerechtelijke echtscheidingsprocedure wordt ingericht. Ook het vaak genoemde nadeel van een buitengerechtelijke echtscheiding, verminderde rechtsbescherming voor de echtgenoten, is geen absoluut feit en wederom volledig afhankelijk van de gekozen route. De rechtsbescherming wordt in de huidige echtscheidingsprocedure ook niet bewerkstelligd door een inhoudelijke toetsing door de rechter, maar door de begeleiding van (juridisch) professionals in het voortraject. Het onderzoek stelt dat scheiden zonder rechter – afhankelijk van de manier waarop de procedure wordt ingericht – dezelfde rechtsbescherming kan bieden als de huidige gerechtelijke echtscheidingsprocedure.
KNB-standpunt
Het rapport werkt verschillende opties uit om te scheiden zonder rechter, waarbij in een aantal een rol is weggelegd voor de notaris. Daarbij wordt benadrukt dat notarissen en advocaten moeten voldoen aan eisen als deskundigheid en zorgplicht, waar dit voor andere beroepsgroepen die betrokken kunnen zijn bij een echtscheiding niet het geval is. Aangezien dit beroepsgroepen zijn zonder beschermde titel en uniforme beroeps-en gedragsregels, is bij hen geen sprake van garantie voor uniformiteit van de inhoud van de begeleiding en de rechtsbescherming.
De KNB pleit dan ook voor een wettelijke bevoegdheid voor notarissen om echtscheidingen te formaliseren. Dit biedt een alternatief naast de bestaande procedure via advocaat en rechter en kan zo voorzien in de maatschappelijke behoefte aan een buitengerechtelijke echtscheiding. Zo is het nu ook al mogelijk om een geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden bij de notaris te ontbinden. Als er geen (groot) conflict is en echtgenoten het (grotendeels) eens zijn, ligt betrokkenheid en begeleiding van de notaris zelfs meer voor de hand, omdat onafhankelijkheid en onpartijdigheid inherent zijn aan het notarisambt.
Meer informatie: KNB
Gineke Barelds
g.barelds@knb.nl
Monica Pascale
m.pascale@knb.nl