Tips: voorkom problemen bij aangifte en afdracht overdrachtsbelasting
Het proces van aangifte en afdracht van overdrachtsbelasting verloopt niet in alle gevallen vlekkeloos. Dat zorgt onnodig voor extra werk en risico’s bij de Belastingdienst en notariskantoren. De Belastingdienst komt daarom met een aantal tips voor het notariaat.
De notaris doet de aangifte overdrachtsbelasting via het CDR (Centraal Digitaal Repertorium). Het CDR-systeem genereert daarbij een betalingskenmerk, waarmee de notaris de belasting afdraagt aan de fiscus. Via het CDR kan in bepaalde gevallen ook een correctie worden gedaan. Het aangifteproces met de termijnen is beschreven in de handleiding CDR (voor deze link moet u inloggen).
Uitvoeringsproblemen
In veel gevallen leidt het proces van aangifte en afdracht tot een handmatig dossier bij de Belastingdienst. In sommige gevallen hebben zelfs cliënten er last van of ontstaan er risico’s op aansprakelijkheid. Veel voorkomende redenen voor extra werk en risico’s zijn problemen met het betalingskenmerk, onjuiste bedragen, te late betaling en onjuiste correctie-methoden. Hieronder volgt een aantal tips om uitvoeringsproblemen te voorkomen.
Tips bij betaling
- Het bedrag van de overdrachtsbelasting moet worden afgerond op hele euro’s.
Het komt geregeld voor dat notariskantoren een bedrag betalen met centen achter de komma. Deze betaling wordt dan niet goed verwerkt, waardoor er een (heel klein) bedrag open blijft staan in de betalingsadministratie van de Belastingdienst. - Vermeld bij betaling geen gegevens vóór het betalingskenmerk. De Belastingdienst kan betalingen niet goed verwerken als het betalingskenmerk niet uitgelezen kan worden. Dat komt meestal doordat vóór het kenmerk andere gegevens worden vermeld, bijvoorbeeld het woord 'betalingskenmerk' of een referentie van het notariskantoor zelf.
Een referentie kan wel áchter het betalingskenmerk worden vermeld, met een spatie tussen het betalingskenmerk en de referentie. Uit het betalingskenmerk zelf kan overigens ook worden afgeleid op welke akte de betaling betrekking heeft. Onderdeel van het betalingskenmerk zijn namelijk het protocolnummer van de notaris en het repertoriumnummer van de akte. - Betaal de overdrachtsbelasting binnen een maand na de akte. Het komt regelmatig voor dat er te laat wordt betaald. Iedere betaling die te laat is leidt bij de Belastingdienst tot een handmatig af te handelen dossier. De Belastingdienst verzoekt het notariaat daarom de betalingstermijn binnen hun kantoor nog eens onder de aandacht te brengen en op tijd te betalen. Het bedrag moet binnen een maand na het passeren van de akte op de rekening van de Belastingdienst staan.
In enkele gevallen is gebleken dat late betalers zich niet bewust waren van deze late betalingen, omdat in hun software standaard een te lange betaaltermijn was ingesteld. Daardoor ontving de Belastingdienst de betalingen vaak net buiten de termijn. Kantoren die op deze manier werken, wordt geadviseerd de gehanteerde standaardtermijn te controleren.
Tips bij de aangifte
- Voorkom een incomplete aangifte. Controleer of de aangifte via het CDR compleet is. De aangifte bestaat uit het afschrift van de akte, het aangiftebericht voor de overdrachtsbelasting en – bij toepassing van de startersvrijstelling of het lage tarief – ook uit de verklaring(en) van de koper(s). Is deze set niet compleet, dan is geen juiste aangifte gedaan.De optie om het aangiftebericht in te vullen, wordt alleen zichtbaar als bij de betreffende akte de indicatie is aangegeven dat overdrachtsbelasting van toepassing is. Let er dus op dat deze 'indicatie overdrachtsbelasting' altijd op 'ja' staat als er aangifte moet worden gedaan.
- Correctie van de aangifte en gebruik van de CDR-opties 'bezwaar' en 'verzoek'. Als achteraf blijkt dat niet het juiste bedrag is aangegeven, kan deze fout vaak nog worden hersteld. Of correctie dan nog mogelijk is, hangt af van de situatie: Is er te weinig aangegeven, dan kan gebruik worden gemaakt van de optie 'verzoek' in het CDR en in het vrije-tekst-veld verzoeken om het opleggen van een naheffingsaanslag.
- Vóór betaling én binnen 30 dagen na de akte: corrigeer het bedrag in het aangiftebericht via het CDR en stuur de aangifte opnieuw in.
- Na betaling en/of buiten 30 dagen na de akte: is een te hoog bedrag aangegeven, dan kan gebruik worden gemaakt van de optie 'bezwaar' in het CDR (vrije tekst). Is de bezwaartermijn (zes weken) al verstreken, dan is dit niet meer mogelijk. Eventueel kan via de optie 'verzoek' in het CDR een verzoek om ambtshalve aanpassing worden verstuurd.
Bezwaar en verzoek
Gebruik de opties 'bezwaar' en 'verzoek' niet voor andere doelen dan hiervoor is aangegeven. Andere verzoeken langs deze weg neemt de Belastingdienst niet in behandeling.
Meer informatie: KNB, Praktijkzaken, praktijkzaken@knb.nl, 070 3307111


