Voorwaarden verkoop onder voorwaardenvrijstelling gewijzigd, verklaring in akte

/
Publicatiedatum: 21 december 2023

Opslaan

Deel deze informatie

De voorwaarden voor de verkoop onder voorwaardenvrijstelling (VoV-vrijstelling) in de overdrachtsbelasting worden per 1 januari 2024 gewijzigd. De woningwaarde-voorwaarde wijzigt en uit de notariële akte van teruglevering moet voortaan blijken dat is voldaan aan enkele voorwaarden voor de vrijstelling. Volstaan kan worden met een verklaring in de akte.

De VoV-vrijstelling bestaat sinds 1 januari 2022 en is opgenomen in artikel 15 lid 1 onderdeel t van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Voor toepassing van deze vrijstelling gelden een aantal voorwaarden, die zijn opgenomen in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. Deze voorwaarden worden per 1 januari 2024 gewijzigd door middel van artikel V van het Eindejaarsbesluit 2023.

Waarde woning

Voortaan geldt als voorwaarde dat de waarde van de woning ten tijde van de eerdere verkrijging niet hoger was dan de toen geldende woningwaardegrens voor de startersvrijstelling. Voor eerdere verkrijgingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 april 2021 geldt een woningwaardegrens van 400.000 euro. Doel van deze wijziging is het voorkomen van een onwenselijk neveneffect van de huidige woningwaarde-voorwaarde.

Notariële akte

Verder moet voortaan uit de notariële akte van teruglevering blijken dat is voldaan aan de voorwaarden dat: (1) de waarde van de woning ten tijde van de eerdere verkrijging niet hoger was dan de toen geldende woningwaardegrens voor de startersvrijstelling en (2) de woning bij de eerdere verkrijging is verkregen met een koperskorting van ten minste 10 procent en ten hoogste 50 procent van de waarde van de woning ten tijde van de eerdere verkrijging.

Kennisneming

Volgens artikel 21a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen moet de notaris in de akte alle gegevens opnemen waarvan kennisneming van belang is of kan zijn voor de heffing van overdrachtsbelasting. Als een beroep op de VoV-vrijstelling wordt gedaan, is het - voor de beoordeling of de vrijstelling kan worden toegepast - relevant of is voldaan aan voormelde voorwaarden van de woningwaardegrens en de koperskorting. Daarom moeten ook die gegevens uit de inhoud van de akte van teruglevering blijken.

Verklaring in de akte

De notaris kan echter volstaan met de opname van een verklaring in de notariële akte van teruglevering waaruit blijkt dat aan voormelde twee voorwaarden is voldaan, tenzij de notaris redelijkerwijs wist of had moeten weten dat dit niet het geval is. De verklaring die in de akte moet worden opgenomen is:
Partijen verklaren over de verkoop onder voorwaardenvrijstelling (VoV-vrijstelling) het volgende:
- Ten tijde van de eerdere verkrijging is de waarde van de woning, bedoeld in artikel 52 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, zonder rekening te houden met het verkoopregulerend beding, *niet hoger dan de toen geldende woningwaardegrens, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4° van de Wet op belastingen van rechtsverkeer* / *niet hoger dan € 400.000* [indien de woning is verkregen vóór 1 april 2021];
- De woning is bij de eerdere verkrijging verkregen met een koperskorting van ten minste 10% en ten hoogste 50% van de waarde van die woning ten tijde van de eerdere verkrijging.

VoV-vrijstelling

De VoV-vrijstelling is bedoeld voor gevallen waarin een woning wordt teruggekocht en -verkregen van een natuurlijke persoon in verband met een verkoopregulerend beding dat bij de eerdere verkrijging aan deze persoon is opgelegd. In deze situaties is het – onder bepaalde voorwaarden – niet wenselijk de terugverkrijging tegen 10,4 procent te belasten, ondanks dat de terugverkrijger (bijvoorbeeld een woningcorporatie) de woning niet als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Meer informatie: KNB, Jacco Sjerps, j.sjerps@knb.nl, 070 3307226