De tweede liefde
Iemand met andere gedachten, is even wennen
Waarom ben je kandidaat-notaris geworden?
‘Ik wilde advocaat worden. Waarschijnlijk had ik iets te veel van die advocatenseries gekeken, want ik vond dat er enorm interessant uitzien. Tijdens de studie kwam ik erachter dat het recht erg breed is. De rechtsgebieden van het notariaat, en dan vooral het vastgoed, trokken mij veel meer. Het idee van die toga heb ik toen losgelaten en ik ben toch gegaan voor wat ik het leukste vakkenpakket vond. Na bijna acht jaar fulltime werken, werk ik sinds oktober nog twee dagen als kandidaat-notaris. Ik heb een tweede liefde gevonden: edelsmid.’
Waar gaat jouw hart sneller van kloppen?
‘De combinatie werken als kandidaat-notaris en werken als edelsmid vind ik fantastisch. Ik kan niet waarnemen, omdat ik niet voldoe aan de 21-uursgrens. Maar ik vind dat geen probleem en werkgevers tot nu toe ook niet. Een dossier opstarten, een collega helpen, de notaris ondersteunen, ik kan het allemaal. Ik wil dan ook echt een lans breken voor dat hele idee dat je niet drie dagen of minder kan werken in het notariaat. Dat kan zeker wel. Als je maar goede afspraken maakt. Dan is iedereen blij. Ik vind kandidaat-notaris zijn heel mooi, maar ik heb nu ook een nieuwe passie. En ik wil niet kiezen. Hoe ik bij het edelsmidvak ben gekomen? Ik kreeg een hersenschudding, moest gedwongen niets doen, tekende en maakte sieraden. Ik wilde geërfde sieraden van mijn oma laten omsmelten tot een nieuw juweel. Ik zag dat er een edelsmid in Utrecht was die ook nog eens cursussen gaf, deed die cursus en vond dat zo leuk, dat ik daar óók mijn beroep van heb gemaakt. Nu heb ik mijn eigen atelier in een oude Utrechtse gevangenis. Ik was als kind al echt een ekstertje, dus zo gek is deze stap eigenlijk niet. Zonder het ongeluk had ik deze stap waarschijnlijk nooit gemaakt.’
Welke eigenschappen heb jij als kandidaat-notaris?
‘Het is heerlijk om creatief bezig te zijn. Het is een andere manier van denken. Je andere hersenhelft gaat ook aan. Ik neem dat ook mee naar mijn werk als kandidaat-notaris. Je kunt creatief zijn met iets maken, maar je “maakt” ook een akte en je “maakt” een oplossing voor je cliënt. Daarin kun je ook heel creatief nadenken. Toch zie je collega’s wel eens vreemd kijken als ik met een ander idee kom. Het notariaat is toch vrij klassiek en veel oplossingen zijn al bedacht. Iemand met andere gedachten, is dan even wennen. Mijn zachtere kant komt nu veel beter naar voren. Ik vind het fijn om iets moois te maken voor iemand. Dat neem ik nu mee in het notariaat. Dat maakt mij ook een betere kandidaat-notaris.’
Welk moment blijft jou altijd bij en waarom?
‘Ik doe vooral vastgoed en ondernemingsrecht. Toen ik op een groot kantoor op de Zuidas werkte, kreeg ik een enorm vastgoedproject toegespeeld. Eerste dacht ik: hoe ga ik dit regelen? Maar op het moment toen het gelukt was, kwam de ontlading. Ik had het maar mooi even gedaan. Ik was zo trots op mezelf. Toch is dat niet het enige uit het notariaat dat mij bijblijft. Ik heb de afgelopen jaren bij verschillende kantoren gewerkt. En wat ik heb gemerkt, is dat er altijd heel veel typen notarissen zijn. Ook de manier waarop ze met hun mensen omgaan, verschilt. Het mooiste vind ik de notaris die zelf ook echt meewerkt in een dossier en even een stuk nakijkt als je feedback wil. Daar leer je als kandidaat-notaris echt het meeste van. Dat geeft hoop voor de toekomst.’