BFT is te laat met indienen klacht over Wwft-schendingen
Casus
Notarissen X en Y zijn kantoorgenoten. Zij passeerden tussen 2017 en 2019 leveringen van onroerende zaken in hun regio. De kopers waren geboren in Albanië en de Verenigde Arabische Emiraten en woonden in het buitenland (Griekenland, Italië, België, de Verenigde Staten, Albanië, Duitsland). Een Nederlandse koper woonde in Servië en Montenegro. De koopprijs werd telkens uit eigen middelen voldaan, al dan niet deels door onbekende derden via bankoverschrijvingen uit het buitenland (Albanië, Italië, Kosovo en Duitsland) en tweemaal voor een klein deel in contanten. In vier zaken maakten de notarissen op de passeerdatum of kort daarna melding bij de FIU van een ongebruikelijke transactie.
De politie heeft de notarissen in 2019 als getuigen gehoord in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar onder- mijnende criminaliteit bij de levering van onroerende zaken in hun regio. Begin februari 2020 informeerde de politie het Bureau Financieel Toezicht (BFT) over dit onderzoek, waarvoor inmiddels bij twaalf notariskantoren onderzoek werd/was gedaan.
Het BFT informeerde de notarissen op 11 februari 2020 dat een onderzoek werd ingesteld en kondigde een kantoorbezoek aan op 6 en 7 april 2020. Op 9 maart 2020 ontving het BFT een schriftelijk signaal van de politie over de levering van panden waarbij de notarissen betrokken waren. Op 16 maart 2020 hebben de notarissen de door het BFT gevraagde stukken aangeleverd. Vervolgens zegde het BFT het kantoorbezoek af vanwege Covid. Op 2 oktober 2020 volgde een update van het BFT: men ging inventariseren of er nog informatie miste. Op 19 februari 2021 verzocht het BFT om dertien dossiers en begin november 2021 volgde het kantoorbezoek. Eind december volgden weer vragen en eind februari 2022 vroeg het BFT nogmaals om nadere stukken.
Het BFT verzond in oktober 2022 een concept van de onderzoeksrapporten met het verzoek om alsnog een melding te doen van een ongebruikelijke transactie naar aanleiding van zeven leveringen, en eind november 2022 verschenen de definitieve onderzoeksrapporten. De kamer ontving de klachten op 12 april 2023.
De klacht
Het BFT verwijt de notarissen schending van hun onderzoekplicht (onvoldoende onderzoek naar de beweegredenen, althans daarover niets vastgelegd), schending van hun weigeringsplicht/ opschortingsplicht, overtreding van de verplichting tot het doen van (verscherpt) cliëntenonderzoek, overtreding van de meldingsplicht, overtreding van het Reglement beperking uitbetaling derdengelden (BUD, geld overmaken naar een bankrekening aan een niet-partij) en overtreding van artikel 12 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 (aanname 6.000 euro en 4.995 euro in contanten).
Het verweer
De klachten zijn niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. De notarissen benadrukken dat het hen spijt dat zij betrokken zijn geweest bij de door het BFT omschreven transacties. De werkwijze op hun kantoor hebben ze inmiddels aangepast om hun rol als poortwachter zo goed mogelijk te kunnen vervullen.
'Niet-ontvankelijk'
Het oordeel
Gelet op uitspraken van de hoogste notariële tuchtrechter hanteert de kamer voor de driejaarstermijn als uitgangspunt dat het moment waarop het BFT kennisneemt van het klachtwaardig handelen of nalaten, in beginsel niet eerder is dan het moment dat het BFT een onderzoek start. Dit uitgangspunt lijdt volgens bedoelde rechtspraak echter uitzondering wanneer het BFT geruime tijd laat verstrijken tussen de ontvangst van serieuze signalen en de start van het onderzoek.
Het schriftelijke signaal van de politie van 9 maart 2020 was een dermate serieus signaal dat van het BFT meer voortvarend- heid had mogen worden verwacht.
Daarom moet worden teruggegrepen op de hoofdregel van artikel 99 lid 21 van de Wet op het notarisambt, zodat de vervaltermijn is gaan lopen op 10 maart 2020. Nu de klachten op 12 april 2023 zijn ingediend, zijn beide klachten niet-ontvankelijk.
De notariskamer verklaart het BFT niet ontvankelijk.
Kamer voor het notariaat ‘s-Hertogenbosch 17 juli 2023, ECLI:NL:TNORSHE:2023:13
Opmerking
De kamer geeft het BFT een flinke tik op de vingers. In ECLI:NL:TNORARL:2022:35 was het BFT ook te laat. In die zaak kreeg het BFT een melding van een FIOD-inval. De kamer oordeelde toen eveneens dat de vervaltermijn aanving op de datum van die melding.