Onzorgvuldige communicatie en schending geheimhoudingsverplichting
Casus
De moeder van klaagster is overleden en heeft een testament gemaakt bij de kandidaat-notaris (toen nog notaris). Klaagster is enig erfgenaam onder de last van een legaat aan twee kleinkinderen. De kandidaat-notaris is benoemd tot executeur en de klaagster is bewindvoerder voor de kleinkinderen tot hun 23ste jaar.
De klacht
- belangenverstrengeling rol van kandidaat- notaris en executeur;
- de rol waarin de kandidaat-notaris handelt als executeur namens de erfgenaam;
- schending van de geheimhoudingsplicht. De kandidaat-notaris heeft klaagster verteld: 'In eerste instantie is uw moeder bij mij gekomen met de wens haar huis 100 procent na te laten aan uw kinderen en u er geheel buiten te laten. Zij wilde per se niet dat u de regie zou krijgen over wat er na haar overlijden met haar woning zou gebeuren.' De klaagster ervoer deze informatie als kwetsend en heeft hier veel verdriet van gehad;
- urendifferentiatie en (urenoverzicht) werkzaamheden executeur.
Het verweer
De klacht is niet-ontvankelijk, omdat als executeur is gehandeld. De geheimhoudingsplicht geldt niet voor een op het notariskantoor gevoerd 'oriënterend gratis en vrijblijvend gesprek'.
Uitspraak: deels gegrond met oplegging van een maatregel
Het oordeel
De klacht is ontvankelijk omdat volgens vaste jurisprudentie de gedragingen van een executeur voldoende verband houden met het daarbij passende gedragsniveau van een notaris.
Op grond van artikel 22 Wet op het notarisambt is de (kandidaat-)notaris verplicht tot geheimhouding ten aanzien van alles wat haar in die hoedanigheid is toevertrouwd. Het verweer dat deze verplichting niet geldt voor een op het notariskantoor gevoerd 'oriënterend gratis en vrijblijvend gesprek' is onbegrijpelijk. Het beroepsgeheim raakt de kern van het notarisambt. De kandidaat-notaris heeft zelfs tijdens de zitting onder de geheimhouding vallende informatie gedeeld. Dit klachtonderdeel is gegrond.
De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De opdracht als executeur heeft de kandidaatnotaris van erflaatster gekregen en zij handelt dus niet namens de erfgenaam. Artikel 4:145 lid 2 BW moet slechts worden gezien in het licht van het feit dat het zelfstandig handelen van de executeur uiteindelijk wordt toegerekend aan de erfgenamen.
Het is gebruikelijk om de nota voor de executeurswerkzaamheden te verzenden vanuit het notariskantoor en er is geen sprake van excessief declareren. De communicatie van de kandidaat-notaris laat te wensen over. De wijze waarop het dossier is behandeld, getuigt van weinig inlevingsvermogen. Ook siert het de kandidaat-notaris niet dat zij heeft gekozen voor het nemen van het executeursloon vóór de betaling van de uitvaartkosten.
De kamer legt de maatregel ontzegging van de waarnemingsbevoegdheid voor de duur van vier weken op.
Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 22 december 2023, ECLI:NL:TNORARL:2023:65