Dubbele pet van notaris met bestuursfunctie leidt tot schijn van partijdigheid
Casus
Klaagster en haar 68 gemachtigden (samen: klagers) zijn ieder erfpachter (geweest) van een recreatiewoning op een recreatiepark. De notarissen (twee notarissen en een kandidaat-notaris) hebben sinds 1999 een groot aantal erfpachts- en opstalakten gepasseerd. De erfpachtvoorwaarden zijn gewijzigd, maar volgens klagers is de erfpachtconversie onrechtmatig en had de canon niet verhoogd mogen worden. Notaris 1 is als testamentair bewindvoerder medebestuurder in de Stichting administratiekantoor en executele van het recreatiepark (STAK) totdat de betrokken erfgenaam 30 jaar is geworden. De STAK is enig aandeelhouder en medebestuurder van het recreatiepark (een bv). In de oorspronkelijke akte van uitgifte erfpachtrecht en vestiging opstalrecht stond dat de canon jaarlijks aangepast kan worden aan de algemene prijsontwikkeling.
In 2007 informeert het recreatiepark de erfpachters over het nieuwe model uitgifte in erfpacht en vestiging opstalrecht, waarin bepaald is dat de canon ook kan worden herzien in verband met de gewijzigde waarde in het economisch verkeer van het erfpachtgoed. Notaris 1 geeft op een informatiebijeenkomst een algemene toelichting. De erfpachters krijgen drie opties: direct instemmen met de nieuwe erfpachtvoorwaarden, te zijner tijd hun kavel verkopen op basis van de nieuwe erfpachtvoorwaarden of de nieuwe erfpachtvoorwaarden niet accepteren.
Eind 2021 dient klaagster een klacht in bij het notariskantoor omdat de erfpachtconversie van onder andere haar kavel onrechtmatig zou zijn. Gesprekken en klachtenbemiddeling via de KNB leiden niet tot toenadering van partijen. De rechtbank Den Haag oordeelt onder meer dat de erfpachtconversie niet onrechtmatig is.
De klacht
- De notarissen hebben klagers onvoldoende geïnformeerd over wat de erfpachtconversie inhield en wanneer deze is toegepast.
- De notarissen zijn niet onafhankelijk ten opzichte van de grondeigenaar.
Uitspraak: gegrond met oplegging van een maatregel
Het oordeel
In aanvulling op het oordeel van de rechtbank Den Haag dat de erfpachtconversie mogelijk was, oordeelt het Hof dat van klachtwaardig handelen alleen sprake kan zijn als:
- De canon in de koopovereenkomst niet overeenkomt met de canon in de akte van levering; of
- De conversie in de akte van levering plaatsvindt en de betreffende (kandidaat-) notaris daarover onvoldoende voorlichting heeft gegeven.
Dit klachtonderdeel is ongegrond wegens onvoldoende concrete verwijten van klagers. Wat betreft de onafhankelijkheid van het notariskantoor oordeelt het hof dat notaris 1 vanwege zijn bestuursfunctie bij de STAK de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Het recreatiepark is een grote klant voor wie de betreffende notaris al vele jaren regelmatig akten passeert. Deze klacht is gegrond.
Het Hof legt de maatregel waarschuwing op aan notaris 1.
Hof Amsterdam 27 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:354
Opmerking
Vraag u bij het aanvaarden van elke bestuursfunctie af of dit consequenties kan hebben voor uw onpartijdigheid. Het geringste risico op belangenverstrengeling moet voorkomen worden, waarbij het belangrijk is oog te hebben voor de integriteitsparadox die in Notariaat Magazine nummer 2 van 2024 is besproken.