Verklaringen onder ede: glad ijs?

'Verklaringen ‘van horen zeggen’ nopen tot nader onderzoek'
Een notaris heeft eind 2023 twee verklaringen onder ede in een notariële akte neergelegd. De verklaringen werden afgelegd door iemand die zich presenteerde als ‘auteur, researcher en onderzoeksjournalist’. Het ging om een langlopend en deels in de openbaarheid uitgevochten conflict tussen een bekende IT-ondernemer en diens nieuwe partner enerzijds en de ex-partner van de ondernemer anderzijds.
Op enig moment hebben de partijen in dit conflict over en weer bewijsbeslag gelegd. De verklaringen onder ede gingen over de gang van zaken bij het in opdracht van de ex-partner gelegde beslag. De auteur die de verklaring aflegde, was bij die beslaglegging niet zelf aanwezig. Hij verklaarde over wat hij – beweerdelijk – had gehoord van een deskundige die daarbij wél aanwezig was. De inhoud van de verklaring was opmerkelijk. De deskundige zou van de deurwaarder de instructie hebben gekregen de software van de auto van de ondernemer zo te manipuleren dat die altijd getraceerd kon worden en dat het noodstopsysteem werd uitgeschakeld.
Meineed
De ondernemer had de betrokken notaris al eerder ingeschakeld. Hij was in verschillende procedures bijgestaan door advocaten van het kantoor waaraan de notaris was verbonden. De verklaringen onder ede zijn ter beschikking gesteld aan de advocaten van de ondernemer. Zij hebben die ingebracht in verschillende procedures tegen de ex-partner. Daardoor raakte de ex-partner op de hoogte van de verklaringen.
De ondernemer beschuldigde de betrokken deurwaarder en de deskundige van meineed omdat zij in een van die gevoerde procedures verklaringen aflegden die in strijd waren met de inhoud van de verklaringen onder ede die de notaris had vastgelegd. In die procedures stelde de rechter vast dat de verklaringen vals waren. Van meineed was geen sprake.
Daarna heeft de raadsman van de ex-partner de notaris gevraagd hoeveel afschriften van de valse verklaringen waren afgegeven en hoe die ‘teniet konden worden gedaan, dan wel konden worden aangetast.’ De notaris antwoordde dat zij vanwege de ministerieplicht de gevraagde dienst niet kon weigeren, dat het niet aan haar was om over de inhoud van de afgelegde verklaring te oordelen en dat haar geheimhoudingsplicht haar verhinderde verdere informatie te geven. De ex-partner heeft vervolgens een klacht ingediend tegen de notaris. Volgens haar had de notaris dienst moeten weigeren.
Schijn van legitimiteit
Een verklaring die onder ede bij de notaris is afgelegd als bedoeld in artikel 52 lid 1 Wna levert uitsluitend dwingend bewijs op van het verschijnen van de betrokken persoon op een bepaalde dag, het afleggen van een verklaring met een bepaalde inhoud en het afleggen van de eed dat de inhoud van die verklaring volledig in overeenstemming is met de werkelijkheid. De verklaring zelf heeft geen dwingende bewijskracht: een rechter is vrij in de bepaling van de waarde die hij aan de verklaring toekent.
Een notariële akte waarin een beëdigde verklaring is vastgelegd, geeft de verklaring echter een zekere schijn van legitimiteit. In de praktijk wordt aan zo’n verklaring veel waarde gehecht omdat degene die de verklaring aflegt de notaris uitdrukkelijk verzekert dat die verklaring volledig in overeenstemming is met de werkelijkheid. Daarom mag van notarissen worden verwacht dat zij bedacht zijn op een mogelijk ongeoorloofd doel dat ermee wordt nagestreefd. Ook moeten ze beoordelen welke gevolgen de verklaring kan teweegbrengen. Volgens de tuchtrechter is deze notaris daarin tekortgeschoten.
Complotdenker
Artikel 6 lid 2 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 verplicht de notaris dienst te weigeren als hij de redelijke overtuiging of het vermoeden heeft dat de inhoud van de akte waarvoor zijn tussenkomst is ingeroepen in strijd is met de waarheid. Ook zonder wetenschap van de geschillen tussen de ondernemer en de ex-partner had deze notaris aanleiding om gerede twijfel te hebben aan de goede bedoelingen van de auteur en/of aan het waarheidsgehalte van de door hem afgelegde verklaringen.
De notaris kende de inhoud van de verklaring, omdat zij die al eerder had gezien in onderhandse vorm. Zij wist dus dat de deurwaarder en de door hem ingeschakelde deskundige werden beschuldigd van betrokkenheid bij een levensdelict. Dit roept op zijn minst de vraag op waarom de betrokken deskundige (nota bene) aan de auteur van een boek zou bekennen dat hij zelf betrokken is bij het plegen en verhullen van een levensdelict.
De notaris heeft op internet gezocht naar informatie over de auteur. De opbrengsten waren ook eind 2023 aanleiding voor extra alertheid: de auteur stond bekend als complotdenker en voor een eerder boek gold een publicatieverbod. Alle exemplaren van het boek moesten worden vernietigd. De auteur heeft deze veroordeling naast zich neergelegd en moest een bedrag van 200.000 euro aan dwangsommen betalen. Hij is daarnaast veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van twee maanden voor smaadschrift wegens de beschuldiging van een man van betrokkenheid bij een moord. Volgens het Algemeen Dagblad had de rechter daarbij overwogen dat de auteur en zijn medeauteur geen inzicht hadden getoond in het kwalijke van hun handelen.
Berisping
Daar komt nog bij dat het ging om een verklaring ‘van horen zeggen’. Dat noopt tot nader onderzoek, dat de notaris niet heeft gedaan. Opmerkelijk is verder dat de notaris de verrichte werkzaamheden niet aan de auteur (haar opdrachtgever) in rekening heeft gebracht en dat zij zelf (in ieder geval) een afschrift van de eerste notariële akte aan de advocaten van de ondernemer heeft verstrekt. De notaris moest er dan ook rekening mee houden dat deze advocaten de in de akte opgenomen verklaring zouden (kunnen) gebruiken als bewijs van de ernstige beschuldigingen. De klacht is gegrond en de notaris krijgt een berisping (Kamer voor het notariaat 23 juni 2025, ECLI:NL:TNORSHE:2025:11).