Beginnend ondernemer: consument of niet?
Een notaris is een 'verkoper' in de zin van artikel 2 onder c van de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen. De notaris die diensten verricht voor een consument, moet zich aan de richtlijn houden. Maar is iemand die een bv wil oprichten ook een consument? Het Europese Hof van Justitie geeft antwoord.
Een Slowaak wil samen met iemand anders een bv in Slowakije oprichten en wordt aandeelhouder en bestuurslid. Hij schakelt een advocaat in op basis van een mondelinge overeenkomst. De advocaat stelt documenten op en stuurt een rekening, die onbetaald blijft. De advocaat spant een rechtszaak aan. De kern van de procedure is welke Europese richtlijn geldt: Richtlijn 2011/7 over handelsbetalingen of Richtlijn 93/13 over consumentenbescherming? Met andere woorden: is de opdracht om een bv op te richten een handelstransactie of een consumentenovereenkomst? De Slowaakse rechter legt hierover prejudiciële vragen voor aan het Europese Hof van Justitie.
Handelstransactie
Richtlijn 2011/7 heeft tot doel betalingsachterstanden bij handelstransacties tegen te gaan en geldt voor alle betalingen voor zulke transacties. Handelstransacties zijn volgens artikel 2: ‘Transacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.’ Transacties met consumenten zijn van het toepassingsgebied uitgesloten.
Een ‘onderneming’ in de zin van Richtlijn 2011/7 is elke organisatie, met uitsluiting van overheidsinstanties, die handelt in het kader van haar zelfstandige economische of beroepsmatige activiteit, ook wanneer deze activiteit door slechts één persoon wordt uitgeoefend. Het Hof heeft eerder geoordeeld dat die persoon, ongeacht rechtsvorm of nationaal statuut, de activiteit gestructureerd en duurzaam moet uitoefenen. Het mag niet om een enkele verrichting gaan, en de transactie moet in het kader van die activiteit plaatsvinden (HvJ EU 15 dec. 2016, EU:C:2016:954).
Of het gaat om een onderneming, moet worden beoordeeld naar het moment waarop de transactie wordt gesloten (HvJ EU 14 nov. 2024, EU:C:2024:959). Een verandering van hoedanigheid als gevolg van de transactie is daarom niet relevant (HvJ EU 20 mrt. 2025, EU:C:2025:192). Het afnemen van juridische diensten met het oog op een toekomstige onderneming maakt iemand dus niet automatisch tot onderneming, maar kan wel meespelen bij de beoordeling of Richtlijn 2011/7 van toepassing is.
Consument
Iemand die een bv wil oprichten, kan een consument zijn in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Artikel 2, onder b) van de richtlijn bepaalt dat onder ‘consument’ wordt verstaan iedere natuurlijke persoon die een overeenkomst sluit voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen. Ook overeenkomsten tot het verlenen van juridische diensten vallen onder het bereik van de richtlijn. Of de betrokken persoon een consument is, moet worden bepaald aan de hand van een ‘functioneel criterium’: hoort de overeenkomst bij activiteiten die niets te maken hebben met de uitoefening van een beroep of bedrijf? Zo ja, dan is de Richtlijn oneerlijke bedingen van toepassing. Het begrip ‘consument’ is een objectief begrip dat losstaat van de concrete kennis of informatie waarover de betrokken persoon werkelijk beschikt. Beslissend is of iemand handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit (HvJ EU 8 juni 2023, EU:C:2023:456).
Op het tijdstip waarop de Slowaakse aspirant-oprichter de advocaat inschakelde, had hij nog geen onderneming. Daarom is Richtlijn 2011/7 níet van toepassing. Dat de oprichting van een bv zijn ondernemerschap inluidde, maakt dat niet anders. Kortom: hij was consument en genoot de bescherming van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
Verstoord evenwicht
Alle bedingen waarover niet individueel is onderhandeld tussen dienstverlener en consument, vallen onder de Richtlijn oneerlijke bedingen, zoals standaardvoorwaarden (artikel 3 lid 2, eerste alinea). Een beding is oneerlijk als het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1). Het beding hoeft geen ernstige financiële gevolgen te hebben; het is voldoende dat het de rechten van de consument beperkt, extra verplichtingen oplegt of de uitoefening van zijn rechten belemmert. Beoordeling gebeurt in de context van de hele contractuele verhouding en de manier waarop die tot stand gekomen is. Schriftelijke bedingen moeten duidelijk en begrijpelijk zijn. Bij twijfel over de betekenis van een beding geldt de interpretatie die gunstig is voor de consument.
De Richtlijn oneerlijke bedingen verplicht de EU-lidstaten om in hun wetgeving te regelen dat oneerlijke bedingen de consument niet binden. Nederland heeft gekozen voor de sanctie vernietigbaarheid. De Nederlandse rechter moet echter altijd toetsen aan de richtlijn en zal dus ook zonder een expliciet beroep op de vernietigbaarheid kunnen oordelen dat het beding ongeldig is. Zo is een beding in algemene voorwaarden van een advocaat over vaste (hoge) buitengerechtelijke incassokosten vernietigd (Rechtbank Noord-Holland 28 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1001). Hetzelfde gebeurde met een vervaltermijn voor aanspraken op grond van beroepsfouten, ook opgenomen in de algemene voorwaarden van een advocaat (Rechtbank Zeeland-West Brabant 31 december 2024, ECLI:NL:RBZWE:2024:9397).
Bij inschakeling van de advocaat had de Slowaak nog geen onderneming