‘Bij voorkeur’ is niet genoeg: hof kritisch op notariële akte

Wat is er aan de hand?
Op 8 april 2024 richt een notaris een stichting op die als huurdersorganisatie zou gaan dienen. Vier mensen richten die stichting op, de klager is daar niet bij en hij wordt ook niet als bestuurder aangesteld. Op 17 december 2024 stuurt de klager (een betrokken huurder) wat vragen per mail over die oprichtingsakte. Op 8 januari 2025 krijgt hij een vaag antwoord terug, waarbij de notaris zich verschuilt achter zijn geheimhoudingsplicht. De klager heeft drie bezwaren: (1) de notaris zou een misleidende handelsnaam gebruiken, (2) de notaris zou fout hebben gehandeld door mee te werken aan de oprichting van de stichting en (3) de notaris zou te laat en te oppervlakkig hebben gereageerd op zijn vragen.
Uitspraak: de statuten hadden beter gemoeten en hij had zorgvuldiger moeten omgaan met zijn beroep op geheimhouding
Wat vindt de rechter?
De Kamer voor het Notariaat Arnhem-Leeuwarden verklaart klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk en klachtonderdeel 3 ongegrond. In hoger beroep ziet het hof het grotendeels hetzelfde, maar met een paar belangrijke nuances. Klachtonderdeel I is nog steeds niet-ontvankelijk, omdat de klager nooit klant was bij dit kantoor.
Bij klachtonderdeel 2 wijkt het hof af van de eerste rechter: als betrokken huurder mag de klager hier wél over klagen. Het hof knipt dit onderdeel in tweeën. Ten eerste: had het een vereniging moeten zijn in plaats van een stichting? Nee, dat maakt niet uit; de Wet op het overleg huurders verhuurder staat beide rechtsvormen toe. Ten tweede: had de notaris beter moeten vastleggen dat het bestuur door én uit de huurders wordt gekozen? – gaat het mis. Door de woorden ‘bij voorkeur’ in de statuten op te nemen, is die verplichting veel te vrijblijvend geworden. Dat vindt het hof wél klachtwaardig.
Klachtonderdeel 3: het hof vindt dat de notaris op tijd heeft gereageerd; december is nu eenmaal een drukke maand. Maar de notaris had zich niet zomaar op zijn geheimhoudingsplicht mogen beroepen. De klager heeft als huurder namelijk best een legitiem belang bij de inhoud van die akte.
De uitkomst?
Het hof geeft de notaris op twee punten een tik op de vingers: de statuten hadden beter gemoeten en hij had zorgvuldiger moeten omgaan met zijn beroep op geheimhouding. Toch legt het hof geen maatregel op. De reden? De klager heeft zich behoorlijk misdragen in zijn bewoordingen; denk aan serieus beledigend taalgebruik. Het hof vindt het dan ook ongepast om de notaris alsnog te straffen.
Notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer, Gerechtshof Amsterdam 17 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:319
Wat betekent dit voor de notariële praktijk?
Zorg bij het opstellen van akten dat u de relevante wetgeving naleeft; een vrijblijvend ‘bij voorkeur’ is niet genoeg als de wet een harde eis stelt. Als een derde informatie opvraagt, mag u niet klakkeloos achter uw geheimhoudingsplicht schuilen. Onderzoek eerst of die persoon een legitiem belang heeft en kom dan pas tot een conclusie. Tot slot: onheuse bejegening hoeft u niet te accepteren!