Dossieronderzoek is geen bijzaak

Wat is er aan de hand?
Een man (de klager) neemt in 2010 een woonboerderij over van zijn ouders, met een meerwaardeclausule van tien jaar. Bij verkoop binnen die termijn moet hij een bedrag betalen aan zijn vader of diens erfgenamen. Op 29 december 2014 wordt de boerderij officieel aan hem geleverd via een notariële akte, waarbij de clausule wordt verlengd tot en met 29 december 2024.
In 2020 belt hij het notariskantoor op met vragen over de clausule en krijgt te horen dat deze mogelijk nog geldt. Vervolgens doet hij in 2022 iets wat achteraf niet zo handig blijkt: hij tekent een koopovereenkomst voor de verkoop van de boerderij aan een derde, zonder ontbindende voorwaarden en met een boeteclausule van 10 procent.
In 2022 passeert een toegevoegd notaris de leveringsakte, maar de meerwaardeclausule wordt niet besproken. Pas in 2023 neemt hij zelf weer contact op met het kantoor en krijgt het advies om het gesprek met zijn familie aan te gaan of eventueel naar de rechter te stappen. In 2024 komen familieleden inderdaad aankloppen: hij moet alsnog afrekenen op grond van die clausule. Dat is voor hem aanleiding om een tuchtklacht in te dienen.
Uitspraak: de notaris had gewoon goed dossieronderzoek moeten doen
De klacht en het oordeel
De klager verwijt de toegevoegd notaris dat ze haar zorgplicht schond door de meerwaardeclausule niet met hem te bespreken bij de levering. Volgens hem wist hij daardoor niet dat hij nog moest afrekenen met zijn familie. De notaris geeft eerlijk toe dat het beter was geweest om hem hierover te informeren, maar zegt dat ze ten tijde van het passeren niet op de hoogte was van de clausule; ze had het dossier overgenomen van een collega. Bovendien wíst de klager zelf al van de clausule, bleek uit het mailcontact in 2020. En trouwens: de koopovereenkomst was al getekend, hij kon er toch niet meer onderuit. Dus wat had het uitgemaakt?
Volgens de tuchtrechter had de notaris gewoon goed dossieronderzoek moeten doen en moeten opmerken dat er een lopende meerwaardeclausule in een eerdere akte stond. Door dat na te laten, heeft ze haar zorgplicht geschonden. Tegelijk vindt de kamer ook dat het niet aan de notaris is om te bepalen wat de juridische gevolgen van zo'n clausule precies zijn – dat is voorbehouden aan de civiele rechter.
De klacht wordt dus deels gegrond verklaard. Maar een maatregel blijft uit. De kamer kijkt naar het totaalplaatje: de klager wist zélf van de clausule en de koopovereenkomst lag er al met een boeteclausule eraan vast. Het belang van een mededeling door de notaris was daardoor beperkt. Ook krijgt de notaris geen kostenveroordeling opgelegd.
Kamer voor het Notariaat Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2026