‘Het was nu of nooit’
De KNB verwelkomt doorlopend nieuwe kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen. Waarom hebben zij voor het notariaat gekozen en hoe geven ze invulling aan hun vak? In deze rubriek zetten wij steeds een ander lid in de schijnwerpers. Want de leden máken onze mooie beroepsvereniging. Deze keer: Kelly Heuver, notaris bij Hoekstra & Partners.

‘Vriendinnetjes wilden altijd moeder, dokter of juf worden, maar ik wilde eigen baas worden. Het idee om mensen aan te sturen en hen mee te nemen in wat je zelf leuk vindt, sprak me enorm aan. Dat vind ik nog steeds het leuke van het runnen van mijn eigen kantoor: ik kan mijn eigen koers bepalen. Zo deel ik de omzetcijfers met de medewerkers. Dat stellen ze op prijs en het helpt hen om mijn beslissingen beter te begrijpen. Ik denk dat iedere kandidaat-notaris weleens heeft gedacht: ‘Waarom doen we dat niet anders?’ Als notaris kun je het ook echt anders doen; het kantoor is jouw eigen kindje.
Toen ik hier drie jaar geleden kwam werken, hebben we tijdens de sollicitatie al gesproken over de mogelijkheid om notaris te worden. Dat was mijn ambitie, maar de kans deed zich wat eerder voor dan verwacht. De notaris die ik ben opgevolgd, kon dichter bij zijn woonplaats aan de slag, waardoor deze plek vrijkwam. Ik werk hier met twaalf medewerkers, allemaal vrouwen. Bij Hoekstra & Partners ben ik wel de enige vrouwelijke notaris.’
Kriebelen
‘Toen ik afstudeerde, was het crisis en kon ik in het notariaat geen baan vinden. Mijn eerste baan was bedrijfsjurist op een accountantskantoor. Na een uitstapje naar de Belastingdienst ging het toch weer kriebelen. Ik was dertig jaar, had net mijn tweede kind gekregen: het was nu of nooit. Ik ben blij dat ik die stap heb gezet.
Ons werk brengt veel verantwoordelijkheid met zich mee, maar we mogen er soms best wat meer lol in hebben. Neem het niet te serieus, durf ook eens nee te zeggen. Welke functie je ook hebt op kantoor – van receptioniste tot notaris –, ik vind het belangrijk dat we er allemaal plezier in hebben. Hier drinken we regelmatig een borreltje met elkaar of we gaan ergens lunchen. Uiteindelijk moeten we het samen doen.’