Moet de hogere schenkvrijstelling voor kinderen verdwijnen?

Anders bekeken
/
Tekst: Wilma van Hoeflaken

Opslaan

Deel deze informatie

Voor schenkingen van ouders aan kinderen geldt al ruim een eeuw een hogere belastingvrijstelling dan voor andere schenkingen. Ooit werd die ingevoerd om belastingontwijking tegen te gaan en kleinere schenkingen van ouders aan kinderen te ontzien. Volgens het ministerie van Financiën is die voorkeurspositie inmiddels achterhaald. Is dat inderdaad zo?

Inge van Vijfeijken

Emeritus hoogleraar belastingrecht en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant
anders bekeken Inge van Vijfeijken‘De Successiewet is gebaseerd op het draagkrachtbeginsel. Het is niet in overeenstemming met dat uitgangspunt dat de belastingvrijstelling afhangt van wie je de gift krijgt. Er is dus geen enkele reden voor een extra hoge vrijstelling voor kinderen. Zoals er ook geen reden is om de eenmalige verhoogde vrijstelling voor kinderen te handhaven. Ouders voelen zich misschien moreel gedwongen om hun kind financieel op weg te helpen, maar dit vloeit niet voort uit de wettelijke verzorgingsplicht. De scheve vermogensverdeling in Nederland is een extra argument om deze vrijstelling af te schaffen. En dan heb ik het nog niet eens over de studievrijstelling als een kind een studie volgt die meer dan 20.000 euro per jaar kost. Dat is helemaal een draak van een ding. Waarom de overheid moet bijdragen aan zo’n dure studie, is onduidelijk.

Op grond van het draagkrachtbeginsel hoeft niemand een vrijstelling te krijgen. Maar als je de vrijstelling op nul euro zet, krijg je gedoe met verjaardagscadeautjes. Vanwege de uitvoerbaarheid moet er een bepaalde vrijstelling zijn voor giften. De hoogte daarvan moet in elke situatie hetzelfde zijn. En of die vrijstelling nu 2.000 of 3.000 euro moet zijn, is een politieke keuze.

Idealiter laten mensen zich niet beïnvloeden door fiscaliteit, maar schenken ze aan wie ze willen schenken op een moment dat het hun goed uitkomt. Ik ben er voorstander van dat iedereen gedurende zijn hele leven een vrijstelling krijgt van een bepaald bedrag, bijvoorbeeld 100.000 euro. Alle schenkingen en erfenissen die je ontvangt, boek je daarvan af, totdat de vrijstelling op is. Dat kun je eenvoudig regelen met een persoonlijke pagina bij de Belastingdienst, waarop je aangifte doet van elke erfenis of schenking. Hiermee voorkom je dat ouders gaan plannen hoeveel ze in een jaar nog belastingvrij kunnen geven aan hun kinderen en je bent meteen van de papieren schenkingen af.’

Nienke Westerhof

Notaris en estate planner bij Kuhlmann, Westerhof en De Kok notarissen in Borne
anders bekeken nienke westerhof‘In mijn praktijk hoor ik van veel ouders dat ze het bijzonder vinden om gebruik te kunnen maken van de schenkingsvrijstelling. Vijftigers en vooral zestigers hebben vaak veel vermogen opgebouwd en vinden het fijn om hun kinderen startkapitaal te geven, bijvoorbeeld voor de aankoop van een woning. Voor families vind ik het heel mooi dat deze vrijstelling er is. Dit doet recht aan de bijzondere band tussen ouders en kinderen en aan het verantwoordelijkheidsgevoel van ouders ten opzichte van hun kinderen.

Omdat er steeds meer samengestelde gezinnen zijn, zou ik de schenkingsvrijstelling voor kinderen het liefst uitbreiden. Wat mij betreft geldt deze ook voor adoptie-, pleeg-, stief-, kleinkinderen en misschien zelfs stiefkleinkinderen. Dat zou dan ook moeten gelden voor de erfbelasting, want schenk- en erfbelasting hangen nauw met elkaar samen. Zo ervaren mensen dat ook, merk ik.

Voorstanders van afschaffing wijzen vaak op de maatschappelijke ongelijkheid. Rijke families kunnen wel vermogen overdragen aan hun kinderen, arme families niet. Maar als je de kloof tussen arm en rijk wilt verkleinen, moet je niet alleen naar vermogensbelasting kijken. Je kunt beter de inkomstenbelasting verlagen, zodat arbeid meer beloond wordt. Tegelijkertijd zou je kunnen nadenken over differentiatie van het vermogen. Nu betalen kinderen die iets meer dan 159.000 erven, over het meerdere 20 procent. Het maakt daarbij niet uit of ze 10.000 euro meer erven of een miljoen. Dat is raar. Je kunt ook werken met staffels. Dan geldt er bijvoorbeeld voor de eerste 100.000 euro een heel laag tarief, zeg 5 procent. Als er meer dan 100.000 euro is, belast je dat met bijvoorbeeld 20 procent en meer dan 300.000 euro met 40 procent. Maar dit betekent natuurlijk wel dat het hele systeem op de schop moet.’

‘Schenkbelasting is een heel rare belasting’

Jan Struijs

Tweede Kamerlid voor 50PLUS
anders bekeken Jan Struijs‘Als je hard gewerkt hebt en belasting hebt betaald, is het aan jou om te bepalen aan wie je je geld geeft. De meeste mensen geven hun geld het liefst aan hun kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen. Die willen ze helpen om een huis te kopen of een studieschuld af te lossen. Ik spreek veel politiemensen en mensen in de zorgsector. Zij zeggen vaak dat ze eigenlijk te hard gewerkt hebben. Ze hebben te veel overuren gemaakt en daar heeft hun gezin last van gehad. Daarom zijn ze blij dat ze hun kinderen wat extra’s kunnen geven. Dan is het te gek voor woorden dat die kinderen daar belasting over moeten betalen.

Schenkbelasting is een heel rare belasting. Ook als jij je geld aan je buurvrouw wilt geven of aan iemand anders, hoeft er wat ons betreft geen belasting betaald te worden. Soms zeggen mensen: een schenking is inkomen voor de ontvanger, dus die moet daar dan toch belasting over betalen? Daar ben ik het niet mee eens, want degene die de schenking doet, heeft over dat geld al meerdere keren belasting betaald. Hetzelfde geldt voor erven. Als jij aantoonbaar voor je geld gewerkt hebt en belasting hebt betaald, hoeven je erfgenamen geen erfbelasting te betalen.

Afschaffing van schenk- en erfbelasting gaat de schatkist veel geld kosten. Wij zijn realistisch, dus we begrijpen dat dit niet ineens kan. Maar in tijden van hoogconjunctuur kun je deze belastingen trapsgewijs gaan afbouwen. Van de Belastingdienst weten we dat heel rijke families de schenk- en erfbelasting goed weten te ontwijken. Daar kunnen zij hun accountants voor aan het werk zetten. Dan gaat het er bij mij niet in dat je gewone mensen, die hard hebben gewerkt en een eigen huis en wat spaargeld bezitten, wél de volle mep laat betalen.’

Advertentie

Advertentie