Schaam je voor een tuchtklacht
‘Tuchtrecht. Die rubriek wordt altijd érg goed gelezen in het Notariaat Magazine’, vertelde de hoofdredacteur me tijdens een online bijpraatmoment. Behalve dat het me kinderachtig jaloers maakt – ik wil met m’n column óók veelgelezen zijn –, ben ik vooral verbaasd.

Zelf vind ik de rubriek niet meteen een pageturner, dankzij zinnen als 'de notaris heeft het exploot met betrekking tot het executoriaal derdenbeslag naar klager gemaild.’ Maar dat komt natuurlijk doordat ik slechts een eenvoudig psycholoog ben, niet ingewijd in jullie jargon.
Maar toch. Als ik er wat langer over nadenk, is de populariteit eigenlijk heel verklaarbaar. Schadenfreude, dát is het. Psychologisch onderzoek wijst uit dat wij mensen onszelf dolgraag vergelijken met anderen die het slechter doen. Dat geeft een heerlijke boost aan ons zelfbeeld, ook al is het maar tijdelijk. Een kort dopamineshot.
Daarnaast speelt er iets evolutionairs. Informatie over gevaar was voor onze verre voorouders van levensbelang. Wat een leeuw was voor hen, is tuchtrecht voor notarissen: een regelrechte bedreiging voor je positie en loopbaan. Zeker als je kandidaat-notaris bent en je promotie afhangt van maximaal succes en minimaal falen. Logisch dus dat je dan die tuchtrubriek met angst en beven leest.
Gestruikeld
Dan lijkt het in eerste instantie te helpen als Cok Zijerveld, plaatsvervangend notarieel lid van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, in een interview met Notariaat Magazine zegt: ‘Beschouw een klacht niet als een schande.’ Eerlijk gezegd doet die uitspraak me denken aan iemand die, nadat je in een drukke winkelstraat bent gestruikeld, je probeert te troosten met: ‘Joh, je hoeft je niet te schamen.’ Goedbedoeld, maar weinig invoelend. Je ontzegt daarmee iemand het recht om te voelen wat ‘ie nou eenmaal voelt in een status- of imagobedreigende situatie.
Dat wegmasseren van schaamte doen we in onze samenleving net wat te vaak. Alsof we ons schamen voor de schaamte. Zulke ‘schaamteschaamte’ leidt maar al te gemakkelijk tot twee ongezonde reacties: wegkruipen – ‘als maar niemand te weten komt dat ík die beklaagde notaris was’ – of agressief afweren: ‘Het was ook een strontvervelende cliënt.’
Door schade te delen, verdwijnt de pijn
Delen
Maar wat nu als schaamte er gewoon mág zijn? Als je openlijk tegen collega’s kunt zeggen: ‘Ik schaam me toch zo voor die klacht’? De pijn van de schaamte gaat namelijk niet weg zolang je haar onderdrukt of overschreeuwt. Juist door schaamte te delen, verdwijnt de pijn. Gedeelde smart is immers halve smart.
Na dat delen kan schaamte worden wat het feitelijk is: informatie. Nuttige informatie. Die aanzet tot reflectie: wat heb ik zelf niet goed gedaan? Wat hebben anderen niet goed gedaan? Hoe voorkom ik dit een volgende keer? Precies de reflectie die Zijerveld zelf ook bepleit: ‘Als je het positief oppakt, kan het zijn dat je je werk daarna beter verricht.’ Juist dat ‘positief oppakken’ lukt beter als je de schaamte niet ontkent, maar érkent en openhartig met je collega’s deelt, zodat je er met het hele kantoor van kunt leren.
Ondertussen ben ik nog steeds een beetje jaloers op die leescijfers van de tuchtrechtrubriek. Voornaamste reden waarom ik ditmaal zelf schrijf over tuchtrecht. Zodat ik me voor de leescijfers van deze column hopelijk niet hoef te schamen. Want hoezeer gedeelde schaamte dan ook halve schaamte is – het liefst schamen we ons, ik ook, nog altijd niet.