Dubbele moraal
Het verschoningsrecht van notarissen en advocaten is een groot goed. Cliënten moeten erop kunnen vertrouwen dat wat zij met deze beroepsbeoefenaren bespreken en wat hun wordt geadviseerd, onder hen blijft, zelfs als overheidsinstanties belangstelling hebben voor wat is besproken en vastgelegd. Hoewel het verschoningsrecht niet absoluut is – denk bijvoorbeeld aan de meldplicht bij witwassen – ligt de lat om het te doorbreken behoorlijk hoog.

Accountants hebben geen verschoningsrecht, maar wel een geheimhoudingsverplichting. Die kan in bepaalde situaties worden gepasseerd, bijvoorbeeld wanneer overheidsinstanties of andere belanghebbenden voldoende redenen hebben om bepaalde informatie te verkrijgen. Zo kan het Openbaar Ministerie (OM) accountantsdossiers in beslag nemen en kunnen aandeelhouders onder omstandigheden inzage krijgen in bijvoorbeeld controledocumentatie. De woorden ‘kan’ en ‘kunnen’ zijn hier van groot belang: doorbreking van de geheimhoudingsplicht is geen automatisme. Wel ligt de lat bij accountants een stukje lager dan bij advocaten en notarissen.
FIOD
In mijn tijd als opsporingsambtenaar bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst liep ik geregeld aan tegen het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht van vrije beroepsbeoefenaren. Bijvoorbeeld in een onderzoek waarin de verdenking bestond dat 17,5 miljoen gulden werd witgewassen met behulp van onder meer een advocaat, belastingadviseur en notaris. Omdat zij zelf als verdachte waren aangemerkt, faalde het beroep op het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht grotendeels.
Ook in mijn latere rollen als door het OM, curatoren, advocaten en aandeelhouders ingeschakelde deskundige kreeg ik er regelmatig mee te maken. Menigmaal kon inzage in en afschrift van dossiers van met name accountants slechts via de rechter worden verkregen. Zij beriepen zich op hun geheimhoudingsplicht en benadrukten ferm het belang ervan. Niet alleen ten behoeve van hun cliënten, maar ook uit eigenbelang: in veel van deze zaken had de accountant steken laten vallen en dreigden aansprakelijkheidsclaims. In zo’n situatie heeft de accountant(sorganisatie) weinig belang bij inzage door derden.
Klokkenluider
In Australië speelt bij KPMG een kwestie waarin de geheimhoudingsverplichting ook een belangrijke rol speelt. Een medewerker van KPMG stelde als klokkenluider eerst intern en daarna extern aan de kaak dat collega’s – met name partners – van KPMG de geheimhouding meermaals schonden om nieuwe opdrachten binnen te halen. Informatie uit de controle van cliënt A werd verstrekt aan collega’s die bezig waren met een offertetraject bij B, actief in dezelfde branche. In een ander geval kregen KPMG’ers toegang tot informatie over offertes van twee concurrerende accountantsorganisaties. Die informatie werd binnen KPMG verspreid en gebruikt om concurrenten in offertetrajecten af te troeven.
KPMG heeft de klokkenluidersmelding niet juist verwerkt: de klokkenluider werd weggewerkt en de aantijgingen verdwenen in de doofpot, met behulp van advocaten. De klokkenluider ging echter stug door en bracht de zaak onder de aandacht van Australische senatoren, met een parlementair onderzoek tot gevolg. Ook daarin beriep KPMG zich op de geheimhoudingsplicht. Zonder succes. En terecht. Het onderzoek legt de dubbele moraal van KPMG over geheimhouding pijnlijk bloot.