Kwaliteitszorg en audits
De KNB heeft de wettelijke taak kwaliteitstoetsen uit te voeren bij haar leden, die worden verricht door deskundigen die zijn aangewezen door het bestuur van de KNB.
In het notariaat wordt gebruik gemaakt van intercollegiale toetsing om de kwaliteit en integriteit van notariskantoren te toetsen. De toetsing gebeurt in de vorm van peer reviews (de auditdag). Samen met beroepsgenoten heeft de KNB hiervoor een model met criteria en een gespreksopzet vastgesteld.
Jaarlijks worden zo’n 320 peer reviews uitgevoerd zodat ieder kantoor eens in de drie jaar wordt bezocht. Dit gebeurt door speciaal voor dit doel opgeleide auditoren.
Regelgeving
Auditoren
De auditoren zijn beroepsgenoten die de KNB voor dit doel heeft geworven en opgeleid. Na afronding van de opleiding wordt de auditor in een register ingeschreven. Een auditor heeft minimaal 7 jaar notariële praktijkervaring, is notaris, kandidaat-notaris of oud-notaris. Oud-notarissen kunnen tot 3 jaar na hun defungeren peer reviews uitvoeren.
Een auditor wordt voor 3 jaar aangesteld, met mogelijkheid tot verlenging van nog eens 3 jaar. Een auditor voert minimaal 5 audits per jaar uit.
Intercollegiale toetsing
Op de auditdag (het peer review) wordt het kantoor met de daaraan verbonden notarissen en kandidaat-notarissen getoetst. De opzet van de intercollegiale toetsing is beschreven in het Reglement op de kwaliteit Intercollegiale kwaliteitstoetsingen.
Toetsing vindt plaats aan de hand van een aantal criteria. Per criterium zijn de relevante juridische grondslagen genoemd. De auditor probeert structuren te achterhalen en is niet op zoek is naar incidenten.
Niet alle criteria worden getoetst. De auditor maakt een keuze en laat zich hierbij leiden door wat hij/zij signaleert tijdens de gesprekken met de medewerkers en de dossierinzage. Alleen de wijze waarop de notaris vormgeeft aan de naleving van de WWFT wordt altijd onderzocht.