Veelgestelde vragen informatieplicht derdengelden
Opslaan
Deel deze informatie
Het informatieverzoek kan uitsluitend gericht zijn op de financiële afwikkeling van transacties bij de notaris. De notaris moet gegevens verstrekken over de (rechts)personen die betrokken zijn bij betalingen via de derdengeldenrekeningen en de bijbehorende financiële informatie zoals de hoogte van de betalingen en de rekeningnummers.
De inspecteur kan ook verzoeken om de aard van de transactie of handeling aan te duiden die ten grondslag ligt aan de betalingen, om die betalingen te kunnen duiden.
Bij het verstrekken van de gegevens geeft de notaris hun onderlinge verband aan.
Zie het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (Stcrt. 2016, nr. 9680).
De notaris kan aan de informatieverstrekking niet de voorwaarde verbinden dat de betrokken derde daarmee instemt.
Zie het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (Stcrt. 2016, nr 9680).
Het OM kan alleen de gegevens opvragen die betrekking hebben op het betalingsverkeer dat via de derdengeldenrekening loopt. Deze informatieplicht omvat mede de gegevens die onder de informatieplicht ten opzichte van de belastingdienst vallen (artikel 25 lid 8).
De gegevens die onder de reikwijdte van artikel 25 lid 8 Wna vallen, houden verband met een bepaalde notariële transactie of handeling dan wel met een specifieke betaling naar of vanaf de bijzondere rekening van de notaris. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om informatie over de hoogte van de betalingen, wie de betaling heeft gedaan of ontvangen en wie van welke bankrekening gebruik heeft gemaakt. Ook de rol van de betrokkenen bij de betaling dient bij het verstrekken van de gegevens door de notaris te worden aangeduid. Het gaat hier om een aanduiding van de aard van de transactie, zoals de overdracht van een onroerende zaak, de vestiging van een hypotheekrecht op die zaak en de rol van de betrokkenen bij de betalingen in dat verband, bijvoorbeeld wie van de verstrekte namen de koper, de verkoper en de hypotheek- of geldverstrekker was. De vordering uit lid 9 is ruimer dan die uit lid 8.
De vordering uit lid 9 kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de vraag of een bepaalde persoon een of meer transacties heeft verricht, waarvan de betaling via de derdengeldenrekening is verlopen. Ook kan worden gedacht aan het vorderen van gegevens over de natuurlijke personen die verbonden zijn aan de rechtspersonen die partij zijn bij de transactie (de uiteindelijk belanghebbende of UBO (ultimate beneficial owner)).
Ten aanzien van de opdrachtgevers of derden die betrokken zijn bij een transactie geldt dat hun gegevens slechts onder de informatieplicht van de notaris vallen, voor zover zij bij de betaling via de derdengeldenrekening betrokken zijn.
Artikel 25 leden 8 en 9 Wna verplichten tot het verstrekken van gegevens, niet tot het verstrekken van (afschriften van) bepaalde documenten. De notaris kan echter wel financiële overzichten, zoals bankafschriften of de nota van afrekening, verstrekken mits daarop alleen de gegevens staan of zichtbaar zijn die onder de wettelijke informatieplicht vallen.
De akten en andere bescheiden ter zake van de notariële dienstverlening die ten grondslag liggen aan betalingen via de bijzondere rekening, vallen onverminderd onder het notariële ambtsgeheim.
In de vordering hoeft niet te worden vermeld op welke verdachte of veroordeelde het onderzoek betrekking heeft. De vordering hoeft geen betrekking te hebben op gegevens over de verdachte zelf. Er kunnen ook gegevens worden gevorderd over personen die geen verdachte zijn.
De notaris moet de vordering geheim houden.
Een vordering ex artikel 25 lid 9 Wna kan niet worden gericht tot de notaris die zelf wordt verdacht van een (ernstig) strafbaar feit. Indien de notaris als verdachte is aangemerkt, verdient het aanbeveling dat de officier van justitie contact opneemt met de ringvoorzitter van de KNB. De ringvoorzitter kan de officier van justitie van advies voorzien en hij kan ook optreden als intermediair.
De notaris kan uitgaan van de rechtmatigheid van de vordering en hoeft geen onderzoek te doen naar de redenen die aan de vordering ten grondslag liggen. De notaris hoeft zich alleen ervan te vergewissen dat er daadwerkelijk sprake is van een vordering in de zin van artikel 25 lid 9 Wna.
Als de notaris fouten of verschrijvingen in de vordering constateert en hij daardoor of om een andere reden twijfelt aan de rechtmatigheid van de vordering, ligt het in de rede dat hij daarover contact opneemt met de officier van justitie.
Met de wet informatieplicht derdengeldenrekening notariaat is er een goede balans gevonden tussen het belang van de geheimhoudingsplicht en het belang van de bestrijding van criminaliteit en belastingfraude. De geheimhoudingsplicht wordt niet verder doorbroken dan strikt noodzakelijk.
De geheimhoudingsplicht is een noodzakelijke voorwaarde voor een goede juridische dienstverlening. Een notaris mag aan derden, waaronder de overheid, behoudens enkele wettelijke uitzonderingen, geen informatie verstrekken over of afkomstig van zijn cliënten.
Een cliënt moet zich te allen tijde vrij voelen om zijn notaris alle relevante informatie te verschaffen. Alleen dan kan een notaris zijn cliënt optimaal bijstaan. Een notaris mag uiteraard niet meewerken aan malafide transacties en zijn geheimhoudingsplicht inzetten om dergelijke transacties aan het zicht te onttrekken. De KNB is voorstander van regelgeving die de strijd met criminaliteit en belastingfraude aanbindt.
Lees verder:
- het advies dat de KNB op 1 september 2008 aan het ministerie van Justitie heeft uitgebracht over het concept wetsvoorstel informatieplicht derdengeldenrekening notariaat.
- Het standpunt dat de KNB op 20 april 2011 aan de leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft gezonden over het wetsvoorstel.