Onderwijs-, examen- en vrijstellingenreglement Beroepsopleiding Notariaat
Opslaan
Deel deze informatie
Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB,
Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen ten aanzien van de opleiding van kandidaat-notarissen;
Gelet op artikel 33 van de Wet op het notarisambt;
Gelet op de artikelen 1 en 2 van de Verordening opleiding kandidaat-notarissen;
Gezien de raadpleging in de ledenraad;
stelt het navolgende onderwijs- en examenreglement inzake de opleiding van kandidaat-notarissen vast:
Reglement van 4 december 2024, inw.tr. 1 januari 2025 en van toepassing op de deelnemers aan de Beroepsopleiding Notariaat die starten per of na 2024.
In dit reglement wordt verstaan onder:
- examen: het examen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, dat plaatsvindt aan het einde van jaar drie;
- kick-off: de eerste bijeenkomst van jaar één;
- mentor: daartoe aangewezen trainer die deelnemers individueel begeleidt bij de ontwikkeling van deskundigheid, vaardigheden en attitude en deze ontwikkeling mede monitort;
- Opleiding: de opleiding voor kandidaat-notarissen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, die vanaf 2024 is aangevangen, ook wel bekend als de Beroepsopleiding Notariaat;
- jaar één: het eerste jaar van de Opleiding;
- jaar twee: het tweede jaar van de Opleiding;
- jaar drie: het derde jaar van de Opleiding;
- Stichting: de Stichting Beroepsopleiding Notariaat 2.0, waaraan de KNB, in artikel 3 van dit reglement, de organisatie van de Opleiding en het examen mandateert;
- trainer: degene die aangesteld is om groepen deelnemers te onderwijzen, trainen en begeleiden;
- verificatie: de wijze van examineren, beoordelen of toetsen op basis waarvan de ontwikkeling van de deelnemer wordt bijgehouden;
- verificatieportfolio: het geheel aan documenten waarin de ontwikkeling van de deelnemer wordt bijgehouden en aangetoond.
Dit reglement is van toepassing op het onderwijs, de verificatie en het examen gedurende de Opleiding.
- De volledige organisatie van de Opleiding en het examen is door de KNB aan de Stichting gemandateerd.
- De Stichting legt jaarlijks verantwoording af aan het bestuur van de KNB over de door haar in mandaat genomen besluiten en verschaft het bestuur van de KNB op diens verzoek inlichtingen.
- De Opleiding kent een totale duur van drie jaar.
- De inrichting van de Opleiding is gebaseerd op:
- de strategische opleidings- en ontwikkelvisie van de KNB;
- de vastgestelde eindtermen en leerresultaten;
- de competenties zoals gedefinieerd in het zogenaamde KNB Reflectie Instrument, zoals deze thans luiden of te zijner tijd zullen luiden.
- De Opleiding vangt twee keer per kalenderjaar aan: in het eerste semester en in het tweede semester.
- Inschrijving voor en deelname aan jaar twee is mogelijk, indien het verificatieportfolio verbonden aan de onderdelen van jaar één compleet is, met uitzondering van de situatie als bedoeld in artikel 10 lid 3.
- De Opleiding omvat:
- de bevordering van deskundigheid van de kandidaat-notarissen op de drie notariële rechtsgebieden gerelateerd aan de familiepraktijk, de vastgoedpraktijk en de ondernemingspraktijk aansluitend op de reeds aanwezig veronderstelde kennis die is opgedaan bij de universitaire opleiding;
- specifieke kennis en (beroeps-)vaardigheden die relevant zijn voor adequate uitoefening van het notarisambt, zoals de (schriftelijke en mondelinge) communicatie met cliënten, collega’s in brede zin, en andere partijen of betrokkenen, als ook technische, administratieve en procedurele kennis en vaardigheden;
- de ontwikkeling van een beroepsattitude in lijn met de kernwaarden van het notariaat en de notariële beroeps- en gedragsregels waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan morele oordeelsvorming, ethiek, integriteit en weerbaarheid; en
- kennis van andere vakgebieden die relevant zijn voor de (toekomstige) maatschappelijke rol van het notariaat.
- Het onderwijsprogramma gedurende jaar één en jaar twee is uniform voor alle deelnemers.
De deelnemer dient tijdig voor het aanvangsmoment van jaar drie zijn keuze in te dienen:- Uniforme verdieping algemene praktijk en specialisatie familiepraktijk;
- Uniforme verdieping algemene praktijk en specialisatie vastgoedpraktijk;
- Uniforme verdieping algemene praktijk en specialisatie ondernemingspraktijk; of
- Uniforme verdieping algemene praktijk en specialisatie algemeen.
- Het onderwijs bestaat in ieder geval uit:
- voorbereidende diagnostische toetsen, opdrachten en studiemateriaal welke voorafgaand aan elke bijeenkomst worden aangeboden in de digitale leeromgeving;
- bijeenkomsten in de vorm van een kick-off, interactieve onderwijs- en trainingssessies en masterclasses;
- (zelf)reflectie; en
- intervisie
- Deelnemers zijn verplicht zelfstandig of in samenwerking met elkaar, de voorbereidende opdrachten te maken en voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst in te leveren, tenzij voor de desbetreffende bijeenkomst anders is bepaald.
- Deelnemers zijn verplicht een verificatieportfolio op te stellen, bij te houden en te actualiseren. Dit portfolio dient ter vastlegging en monitoring van de prestaties en ontwikkeling van iedere individuele deelnemer.
- De Opleiding bevat verschillende elementen van verificatie ter beoordeling van het resultaat.
- De verificatie van de prestaties en vorderingen van deelnemers aan jaar één is overwegend formatief, wat wil zeggen dat de beoordeling is gericht op het verschaffen van feedback over de persoonlijke prestaties en ontwikkeling als ook het monitoren van corrigerende maatregelen die de deelnemer na het ontvangen van de feedback neemt c.q. de ontwikkeling die de deelnemer naderhand laat zien.
- Beoordeling en feedback over de ontwikkeling van deelnemers vindt plaats aan de hand van de vastgestelde eindtermen en leerresultaten en de daarmee samenhangende competenties zoals gedefinieerd in voormeld KNB Reflectie Instrument.
- Beoordelaars zijn de deelnemers zelf, collega-deelnemers waarmee hij/zij samenwerkt en diens trainers en mentor.
- Jaar twee en jaar drie worden afgesloten met een examen aan het einde van jaar drie. Een deelnemer is geslaagd, indien die laat zien geschikt te zijn te fungeren als waarnemend kandidaat-notaris en heeft voldaan aan de hierna in artikel 9 genoemde verplichtingen. De examencommissie als bedoeld in artikel 14 lid 6 stelt vast wie bevoegd zijn deze examens af te nemen.
- Voor het met goed gevolg afsluiten van jaar één geldt een verplichting voor het maken van alle voorbereidende opdrachten, een actieve aanwezigheidsverplichting bij de kick-off en een 90% actieve aanwezigheidsverplichting bij alle overige bijeenkomsten.
- Voor het met goed gevolg afsluiten van jaar twee en jaar drie geldt een verplichting voor het maken van alle voorbereidende opdrachten en een 90% actieve aanwezigheidsverplichting bij alle bijeenkomsten.
- Voor bijeenkomsten waar een deelnemer verzuimt, dient onverminderd te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de voorbereidende opdrachten.
- Wanneer een deelnemer gedurende jaar één meermalen verbeterpunten heeft ontvangen, maar geen blijk geeft van toepassing van deze verbeterpunten, wordt het verificatieportfolio van deze deelnemer gedurende jaar één voorgelegd aan de examencommissie.
- De examencommissie beoordeelt of de deelnemer zoals bedoeld in lid 1 aanvullende opdrachten dient te maken, of (een deel van) jaar één opnieuw dient te volgen. In het laatste geval wordt het cursusgeld als bedoeld in artikel 13, respectievelijk een gedeelte daarvan, aanvullend aan de deelnemer in rekening gebracht.
- Eventuele aanvullende opdrachten en het opnieuw te volgen onderdeel of de opnieuw te volgen onderdelen dienen volledig te zijn afgerond alvorens te kunnen starten aan jaar twee.
- Het eindresultaat van jaar één, zoals blijkt uit het verificatieportfolio van de deelnemer, verliest zijn geldigheid indien de deelnemer niet binnen vijf jaar na afronding daarvan jaar twee en jaar drie succesvol heeft afgerond.
- De Stichting kan in bijzondere gevallen de in lid 1 genoemde termijn op verzoek verlengen.
- De Stichting draagt er op verzoek van een deelnemer met een functiebeperking, zoals een lichamelijke of psychische aandoening, zorg voor dat deze deelnemer redelijkerwijs in de gelegenheid worden gesteld de Opleiding te volgen en aan de verplichtingen van de Opleiding te voldoen op een zoveel mogelijk aan de individuele beperking aangepaste wijze.
- In bijzondere gevallen kan de Stichting op verzoek van een deelnemer een afzonderlijke regeling voor hem vaststellen ten aanzien van de verplichtingen van de Opleiding.
- Een verzoek als bedoeld in lid 1 en lid 2 moet schriftelijk en voorzien van onderbouwing aangevuld met bewijsstukken bij de Stichting worden ingediend.
- De Stichting stelt jaarlijks het verschuldigde cursusgeld vast.
- Het verschuldigde cursusgeld dient voor aanvang van jaar één respectievelijk jaar twee te worden voldaan.
- Uitval van een deelnemer gedurende de eerste helft van jaar één leidt tot een restitutie van de helft van het cursusgeld voor jaar één. Uitval van een deelnemer gedurende jaar twee leidt tot een restitutie van de helft van het cursusgeld voor jaar twee en jaar drie. In het geval dat een deelnemer uitvalt gedurende de tweede helft van jaar één respectievelijk gedurende jaar drie, is er geen recht op restitutie.
Bij de Opleiding zijn de volgende partijen en instanties betrokken:
- KNB
De KNB is eindverantwoordelijk voor en ziet toe op de integrale kwaliteit van de Opleiding als onderdeel van de strategische opleidings- en ontwikkelvisie van de KNB en haar wettelijke verantwoordelijkheid, zoals neergelegd in artikel 33 van de Wet op het notarisambt. - Commissie van Toezicht
- Bestaat conform artikel 34, eerste lid, van de Wet op het notarisambt en de Verordening commissie van toezicht van 13 september 2000, welke per 1 oktober 2000 in werking is getreden.
- Bestaat uit vijf leden, waarvan drie benoemd door het Ministerie van Justitie en twee door het bestuur van de KNB.
- Stichting
De Stichting is krachtens mandaat – neergelegd in artikel 3 - verantwoordelijk voor de volledige organisatie van de Opleiding en het examen. De Stichting kent ingevolge haar statuten:- Onderwijsraad
- Bestaat uit een vertegenwoordiging van beroepsbeoefenaars, andere experts en trainers aan de beroepsopleiding.
- Fungeert als gevraagd en ongevraagd adviseur van de Stichting inzake integrale kwaliteit en inhoudelijke (door)ontwikkeling van het curriculum van de Opleiding.
- Benoemt uit zijn midden drie leden die de examencommissie vormen.
- Wetenschappelijke commissie
- Bestaat in ieder geval uit hoogleraren verbonden aan het notarieel curriculum.
- Fungeert als gesprekspartner en adviseur van de Stichting inzake het wetenschappelijke niveau en kwaliteit van de Opleiding.
- Treedt op als gevraagd en ongevraagd adviseur van de Stichting en het Ministerie van Justitie en Veiligheid inzake de algehele kwaliteit en het vereiste niveau van de Opleiding.
- Examencommissie
- Bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf afgevaardigden uit de Onderwijsraad, te weten minstens een beroepsbeoefenaar (notaris, kandidaat-notaris of toegevoegd notaris), een trainer deskundigheid (expert op -minimaal- een der notariële rechtsgebieden) en een trainer vaardigheden of attitude.
- De examencommissie benoemt uit haar midden een voorzitter, steeds voor de duur van één jaar.
- De examencommissie bewaakt de kwaliteit van de aard en inhoud van de verificatieportfolio‘s en examinering en bevestigt daarmee wie bevoegd zijn de betreffende onderdelen te examineren en/of te beoordelen.
- De examencommissie is de beroepsinstantie voor deelnemers in geval van onenigheid over de door, in het verificatieportfolio vastgelegde, beoordelaars verkregen beoordelingen of feedback op geleverde prestaties en doet in geval van onenigheid uitspraken over voldoen aan de gestelde criteria door deelnemers.
- De examencommissie besluit, in geval van twijfel over het voldoen aan de overgangscriteria van een deelnemer van jaar één naar jaar twee, welke aanvullende eisen gesteld worden aan betreffende deelnemer.
- De examencommissie, bij machtiging van examinatoren, beoordeelt de resultaten van de examinering aan het eind van jaar drie bij afsluiting van de Opleiding ter verkrijging van het diploma.
- De examencommissie kan indien nodig worden uitgebreid met andere trainers en examinatoren die daartoe door de examencommissie zijn aangewezen.
- De examencommissie legt jaarlijks verantwoording af aan de Commissie van Toezicht over de door haar genomen besluiten en verschaft de Commissie van Toezicht op haar verzoek inlichtingen.
- Onderwijsraad
- Klachtenfunctionaris
- De klachtenfunctionaris beoordeelt klachten over de Opleiding en stelt oplossingen en maatregelen ter verbetering voor aan de Stichting.
- De klachtenfunctionaris wordt aangesteld door de Commissie van Toezicht, welke daartoe uit zijn midden een lid benoemt.
- Vertrouwenspersoon
- De functie van de vertrouwenspersoon is het begeleiden en adviseren van deelnemers aan de Opleiding en eventuele andere betrokkenen in geval van ongewenste omgangsvormen.
- De functie van vertrouwenspersoon is toebedeeld aan de bestaande vertrouwelijke hulplijn voor het notariaat, waarvan de gegevens te vinden zijn op het intranet van de KNB.
- De vertrouwenspersoon signaleert problemen en rapporteert geanonimiseerd en niet-herleidbaar aan de Stichting, die op haar beurt toeziet op de uitvoering van verbetermaatregelen.
- Onderdelen van jaar één komen in beginsel niet in aanmerking voor vrijstellingen.
- De Stichting kan vrijstelling verlenen voor een of meerdere specifieke onderdelen van jaar twee en jaar drie van de Opleiding, inclusief de bijbehorende onderdelen van de verificatie en het bijbehorende onderdeel op het examen. De Stichting kan aan een vrijstelling voorwaarden verbinden.
- Een verzoek tot vrijstelling dient schriftelijk en voorzien van onderbouwing aangevuld met bewijsstukken te worden ingediend bij de Stichting.
- De Stichting is bevoegd om onder omstandigheden een uitzondering te maken op het bepaalde in dit artikel.
Dit reglement wordt aangehaald als Onderwijs-, examen- en vrijstellingenreglement Beroepsopleiding Notariaat (OEVR). Het treedt in werking op een door het bestuur van de KNB vast te stellen tijdstip.
Voor alle deelnemers die vóór 2024 startten aan de opleiding voor kandidaat-notarissen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, zijn en blijven de regels van toepassing zoals neergelegd in:
- het Onderwijs- en Examenreglement opleiding kandidaat-notarissen, welke laatstelijk is gewijzigd bij besluit van het bestuur van de KNB op 8 augustus 2021 en per die datum in werking is getreden; en
- het Vrijstellingenreglement opleiding kandidaat-notarissen, welke laatstelijk is gewijzigd bij besluit van het bestuur van de KNB op 9 januari 2002 en per 15 januari 2002 in werking is getreden.
Op grond van de artikelen 1, 2 en 3 van de Verordening opleiding kandidaat-notarissen stelt het bestuur van de KNB i. een onderwijsreglement, ii. een examenreglement en iii. een vrijstellingenreglement vast. In het onderhavige Onderwijs-, examen- en vrijstellingenreglement zijn de onderwerpen die volgens de verordening nader moeten worden geregeld omtrent het onderwijs, het examen en de vrijstellingen achtereenvolgens geregeld.