Onderwijs- en examenreglement opleiding kandidaat-notarissen
Opslaan
Deel deze informatie
Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB,
Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen ten aanzien van de opleiding van kandidaat-notarissen;
Gelet op artikel 33 van de Wet op het notarisambt;
Gelet op de artikelen 1 en 2 van de Verordening opleiding kandidaat-notarissen;
Gezien de raadpleging in de ledenraad;
stelt het navolgende onderwijs- en examenreglement inzake de opleiding van kandidaat-notarissen vast:
Reglement van 18 juli 2001, inw. tr. 1 augustus 2001, gewijzigd bij besluit van het bestuur van de KNB van 9 januari 2002, inw. tr. 15 januari 2002, gewijzigd bij besluit van het bestuur van de KNB 16 oktober 2002, inw. tr. 23 januari 2002 en gewijzigd bij besluit van het bestuur van de KNB 8 augustus 2012, inw.tr. 8 augustus 2012.
Artikel 1 Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- de opleiding: de opleiding voor kandidaat-notarissen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt;
- de examencommissie: de examencommissie opleiding kandidaat-notarissen, geregeld in artikel 6 van dit reglement;
- de stichting: de Stichting beroepsopleiding notariaat, waaraan de KNB de organisatie van de opleiding en het examen genoemd in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt heeft opgedragen;
- de hoofddocenten en de docenten: de hoofddocenten en de docenten die de stichting heeft belast met het onderwijs en de examens.
Toelichting
De KNB draagt op grond van artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt de zorg voor de opleiding van kandidaat-notarissen, die wordt afgesloten met een examen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de uitvoering van de beroepsopleiding kan worden opgedragen aan een andere instantie, zoals de Stichting beroepsopleiding notariaat. De staatssecretaris heeft in de Nota naar aanleiding van het verslag (TK 1996-1997, 23 706, nummer 12) uitdrukkelijk verklaard, dat de bepaling dat de KNB zorg draagt voor de beroepsopleiding er niet aan in de weg staat dat de beroepsopleiding wordt verzorgd op de wijze zoals dat op dat moment gebeurde, te weten door de Stichting beroepsopleiding notariaat. 'Zorg dragen' betekent immers niet dat de opleiding alleen door de KNB zelf verzorgd kan worden, aldus de staatssecretaris.
De organisatie van deze opleiding en het examen heeft de KNB opgedragen aan de Stichting beroepsopleiding notariaat (SBN), een samenwerkingsverband tussen de universiteiten waar notarieel recht wordt onderwezen, en de KNB. Tussen de SBN en het Centrum voor Postdoctoraal Onderwijs (CPO) van de Katholieke Universiteit Nijmegen is overeengekomen dat het CPO als cursuscoördinator van de beroepsopleiding fungeert.
(Toelichting van 18 juli 2001)
Artikel 2 De aanvangsdata van de opleiding
De opleiding neemt elk kalenderjaar een aanvang in de maanden januari of februari en in de maanden augustus of september.
Artikel 3 Driejarige opleiding
- Het onderwijsprogramma van de opleiding bestaat uit twee onderdelen, te weten pakket I gedurende één jaar en pakket II gedurende twee jaren.
- Elk van beide onderdelen van het onderwijsprogramma wordt afgesloten met een examen. Inschrijving voor en deelname aan de cursusonderdelen voor Pakket II is slechts mogelijk, indien het examen verbonden aan de cursusonderdelen van Pakket I met goed gevolg is afgelegd.
- Pakket I bestaat in ieder geval uit de volgende vakken:
- Familievermogensrecht
- Rechtspersonen- en vennootschapsrecht
- Onroerend goedrecht
- Communicatieve vaardigheden
- Ethiek
- Pakket II bestaat in ieder geval uit de volgende vakken:
- Communicatieve vaardigheden
- Ethiek
- Financiële kennis
- Opstellen notariële product en formeel notarieel recht
Naast bovenstaande vakken van Pakket II kiest de cursist twee van de volgende vakken (inclusief de daarbij behorende integratievakken):
- Familievermogensrecht
- Rechtspersonen- en vennootschapsrecht
- Onroerend goedrecht
Toelichting
Het onderwijsprogramma van de beroepsopleiding nieuwe stijl wordt ingericht met een basis (Pakket I) en een verdieping (Pakket II). De basis is verplicht voor alle deelnemers en hierin komen alle rechtsgebieden aan de orde. In de verdieping kan een deelnemer kiezen voor twee van de drie rechtsgebieden. De volgende varianten zijn mogelijk:
- Familievermogensrecht /Onroerend goedrecht
- Familievermogensrecht /Rechtspersonen- en vennootschapsrecht
- Onroerend goedrecht/Rechtspersonen- en vennootschapsrecht
Aan elke variant wordt een integratieblok toegevoegd. Tevens bevat de verdieping een aantal verplichte onderdelen, te weten: communicatieve vaardigheden, ethiek, financiële kennis en opstellen notarieel product en formeel notarieel recht.
De rechtsgebieden Personen- en familierecht en erfrecht worden samengevoegd tot het rechtsgebied Familievermogensrecht.
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 4 Examenstof
De examens worden afgestemd op:
- de eisen van een goede praktijkuitoefening;
- het studiemateriaal van de cursusonderdelen en de tijdens de bijeenkomsten behandelde stof;
- recente ontwikkelingen in de voor de notariële praktijk relevante wetgeving en rechtspraak.
Artikel 5
Het examen genoemd in artikel 33, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, bestaat uit huiswerkopgaven, het examen dat pakket I afsluit en het examen dat pakket II afsluit.
Artikel 6 Examencommissie
- Er is een examencommissie opleiding kandidaat-notarissen.
- De examencommissie bestaat uit de hoofddocenten en een door het algemeen bestuur van de stichting uit zijn midden te benoemen lid. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een ander lid aan, dat het benoemde lid kan vervangen.
- Als voorzitter van de examencommissie fungeert het lid van het bestuur van de stichting. Bij zijn afwezigheid kiezen de aanwezigen een voorzitter uit hun midden.
- De examencommissie kan ten tijde van het afnemen van de examens en bij het opmaken van de eindbeoordelingen worden uitgebreid met andere docenten en examinatoren die daartoe door de hoofddocenten zijn aangewezen.
Artikel 7 Examinatoren
De examencommissie stelt vast wie bevoegd zijn de examens af te nemen.
Artikel 8
De stichting benoemt de hoofddocenten en docenten die worden belast met de beoordeling van de huiswerkopdrachten en met het afnemen van de examens.
Artikel 9 Huiswerk
Voorafgaand aan de cursusbijeenkomsten wordt aan de cursisten het te bestuderen studiemateriaal ter beschikking gesteld. De cursisten zijn verplicht zelfstandig de huiswerkopdrachten te maken en voorafgaand aan de desbetreffende cursusbijeenkomst in te leveren, tenzij voor de desbetreffende cursusbijeenkomst anders is bepaald.
Toelichting
Overwogen wordt om in het tweede en derde jaar de cursisten gezamenlijk huiswerkopdrachten te laten maken. Omdat het huidige artikel 9 voorschrijft dat de cursist verplicht is zelfstandig de huiswerkopdracht moet maken en inleveren, wordt voorgesteld aan dit artikel de volgende woorden toe te voegen: ", tenzij voor de desbetreffende cursusbijeenkomst anders is bepaald."
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 10 Beoordeling huiswerkopdrachten
De docenten beoordelen de huiswerkopdrachten en voorzien deze opdrachten van een cijfermatige waardering, die aan de cursisten wordt medegedeeld.
Artikel 11 Examen Pakket I
- Het examen van Pakket I wordt mondeling afgenomen door twee examinatoren over het vak dat niet wordt gekozen in Pakket II.
- Het examen wordt afgenomen door middel van open vragen. Het examen duurt 30 minuten.
Toelichting
Aangezien de cursist zich tijdens de verdieping (pakket II) twee van de drie rechtsgebieden kiest om zich verder in te bekwamen is ervoor gekozen aan het einde van pakket I de basiskennis van de cursist te toetsen op het rechtsgebied dat de cursist niet kiest in de verdieping. Aangezien de cursist weet op welk rechtsgebied hij wordt geëxamineerd kan hij zich hierop voorafgaand aan de examendag voorbereiden. Voorbereiding ter plekke is dan niet meer nodig. Dit brengt tevens met zich mee dat de examinatoren het examen niet meer afnemen aan de hand van een casus, maar door het stellen van open vragen.
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 12 Examen Pakket II
- Het examen van Pakket II wordt mondeling afgenomen door twee examinatoren aan de hand van de twee gekozen vakken (inclusief de daarbij behorende integratievakken) als bedoeld in artikel 3 lid 4 sub b.
- Het examen wordt afgenomen door middel van de behandeling van twee casus.
- De examenkandidaten worden gedurende 90 minuten direct voorafgaand aan het examen in de gelegenheid gesteld de casus voor te bereiden.
- Het examen duurt 40 minuten.
Toelichting
Artikel 12 gaat over het examen van pakket II. De beide rechtsgebieden die in de verdieping worden gevolgd inclusief de integratievakken worden mondeling geëxamineerd aan de hand van twee casus. In beide casus dienen ook onderdelen uit de integratievakken aan de orde te komen. De voorbereidingstijd direct voorafgaand aan het examen wordt verlengd van 45 minuten naar 1,5 uur. Vervolgens wordt per rechtsgebied gedurende 20 minuten geëxamineerd. In totaal duurt het examen dus 40 minuten.
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 13 Beoordeling
- De examinatoren leggen na afloop van het examen schriftelijk het cijfer vast.
- Bij Pakket I wordt het examen door beide examinatoren tezamen beoordeeld. Bij Pakket II geeft elk van beide examinatoren voor zijn onderdeel een cijfer. Het gemiddelde daarvan is het eindcijfer van het examen van Pakket II.
Artikel 14 Eindbeoordeling
- Aan het einde van een examendag stelt de examencommissie de eindbeoordelingen vast.
- De eindbeoordeling bestaat uit de waardering van de huiswerkopdrachten en het examenresultaat.
- Voor zowel Pakket I als Pakket II geldt bij de vaststelling van het eindresultaat een waarderingsverhouding van 50 % huiswerk en 50 % examen.
- Een examenkandidaat is geslaagd, indien het vastgestelde gemiddelde cijfer voor de huiswerkopdrachten van de cursusonderdelen gevoegd bij het eindcijfer voor het examen, leidt tot een gemiddeld eindresultaat van 6.0 of hoger. Daarbij dient de examenkandidaat voor de huiswerkopdrachten ten minste een 6.0 te hebben behaald en voor het examen ten minste een 6.0, waarbij voor elk van de in artikel 12, tweede lid genoemde onderdelen van het examen van Pakket II ten minste een 5.0 moet zijn behaald.
Toelichting
In het huidige reglement wordt geëist dat voor de onderdelen van het examen van Pakket II ten minste een 4.0 moet zijn behaald. Aangezien de cursist zich in de nieuwe beroepsopleiding verdiept in twee van de drie rechtsgebieden vindt de SBN dat de cursist voor de onderdelen van het examen tenminste een 5.0 moet halen. De commissie kandidaat-notarissen en het bestuur vinden dat de examenkandidaat een 6.0 moet behalen voor het examen. Het bestuur van de KNB vindt dat de deelnemer tevens voor het huiswerk gemiddeld een 6.0 moet behalen.
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 15 Cum laude
De kwalificatie "cum laude" wordt verleend indien een examenkandidaat tenminste een 7.8 gemiddeld voor de huiswerkopdrachten en een 8.0 voor het examen heeft behaald. De kwalificatie "cum laude" wordt vermeld op het certificaat.
Artikel 16 Herkansing
- Een examenkandidaat, die als eindresultaat een onvoldoende heeft behaald, wordt in de gelegenheid gesteld om op een door de examencommissie te bepalen moment het examen opnieuw af te leggen.
- De herkansing van het examen van Pakket I vindt zo mogelijk plaats voor de aanvang van het onderwijsprogramma van Pakket II. De herkansing voor het examen van Pakket II vindt zo mogelijk plaats binnen drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip van het examen.
- De examencommissie bepaalt of volstaan kan worden met een herkansing van het examen, dan wel dat tevens een of meer cursusonderdelen opnieuw dienen te worden gevolgd.
- Indien een examenkandidaat bij de herkansing een onvoldoende eindresultaat behaalt, beslist de examencommissie of de kandidaat alle cursusonderdelen in het desbetreffende Pakket, dan wel een bepaald deel daarvan, opnieuw dient te volgen. Aan de examenkandidaat wordt in dit geval het cursusgeld, respectievelijk een deel daarvan, in rekening gebracht. Indien een examenkandidaat voor Pakket II bij de tweede herkansing opnieuw een onvoldoende eindresultaat behaalt, dient de kandidaat in elk geval alle cursusonderdelen in Pakket II opnieuw te volgen.
Artikel 17 Geldigheidsduur examen Pakket I
- Het examen van Pakket I verliest zijn geldigheid indien de examenkandidaat het examen, verbonden aan Pakket II, niet binnen vijf jaar na het behalen van het examen van Pakket I heeft behaald.
- Het bestuur van de KNB kan in bijzondere gevallen de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste drie jaar verlengen.
Artikel 18 Bijzondere omstandigheden
- Indien het voor een kandidaat wegens bijzondere omstandigheden zeer bezwaarlijk is zich te onderwerpen aan de bepalingen inzake het afleggen van de examens, kan de stichting voor hem een afzonderlijke regeling vaststellen.
- De stichting draagt er zorg voor dat lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte kandidaten redelijkerwijs in de gelegenheid worden gesteld de examens af te leggen.
Artikel 19 Toelating
- Tot de examens, verbonden aan Pakket I en Pakket II, worden slechts toegelaten de examenkandidaten die aan de verplichtingen van het onderwijsprogramma hebben voldaan.
- De in het eerste lid bedoelde verplichtingen hebben betrekking op het bijwonen van de bijeenkomsten van de cursusonderdelen en het ter beoordeling voorleggen van de huiswerkopdrachten.
- In uitzonderlijke gevallen kan het bestuur van de KNB van bovengenoemde voorwaarden afwijken.
Toelichting
Van de gelegenheid wordt gebruikt gemaakt om de voorwaarde dat de cursist het ontwikkelassessment moet hebben doorlopen te schrappen, nu de ontwikkelassessments in 2010 zijn afgeschaft. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de uitkomsten van de ontwikkelassessments ten grondslag liggen aan de opzet van het vaardighedenprogramma van de beroepsopleiding. Door deelname aan het vaardighedenprogramma krijgt de kandidaat-notaris inzicht in zijn of haar talenten en eigenschappen die nog ontwikkeling behoeven. Ook voorziet het programma in periodieke feedback over de ontwikkeling die de kandidaat-notaris doormaakt. Doel hiervan is de beroepshouding te verstevigen, alsmede de communicatieve en commerciële vaardigheden verder te ontwikkelen.
(Toelichting van 8 augustus 2012)
Artikel 20 Geen toelating tot het examen
- Het bestuur van de KNB kan besluiten om examenkandidaten die te vaak afwezig zijn geweest, te vaak huiswerk hebben verzuimd of huiswerkopdrachten onvoldoende hebben gemaakt, niet toe te laten tot het examen.
- Het bestuur van de KNB bepaalt of het onderwijs van het desbetreffende pakket geheel of ten dele opnieuw moet worden gevolgd.
- Indien een examenkandidaat meer dan drie jaar voor het tijdstip van het examen de cursusonderdelen van het desbetreffende pakket heeft gevolgd, wordt hij niet toegelaten tot het examen.
- In uitzonderlijke gevallen kan het bestuur van de KNB van bovengenoemde bepalingen afwijken.
Artikel 21
Het bestuur van de KNB stelt jaarlijks het door de kandidaat-notaris verschuldigde cursus- en examengeld vast.
Artikel 22
Het bestuur van de KNB kan aan de stichting de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 17, tweede lid, 19, derde lid, 20 en 21, mandateren.
Toelichting
Het ligt voor de hand de beslissingen die op grond van de reglementen moeten worden genomen te mandateren aan de SBN. Op het bureau van de KNB ontbreekt, anders dan bij de SBN, de capaciteit voor het nemen van al deze beslissingen. Overwogen is ook de behandeling van de beroepszaken bij de commissie van Toezicht te mandateren aan de SBN, maar het lijkt niet juist, dat het bevoegde orgaan, het bestuur van de KNB, ook deze 'uit handen geeft'.
Ten aanzien van de opleiding en het examen wordt de mogelijkheid van mandaat gegeven in het reglement. Daardoor is een apart mandaatsbesluit nodig. In het Vrijstellingenreglement is het mandaat in het reglement zelf opgenomen in de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid en 7, tweede lid.
(Toelichting van 18 juli 2001)
Artikel 23
Dit reglement wordt aangehaald als Onderwijs- en examenreglement opleiding kandidaat-notarissen. Het treedt in werking op een door het bestuur van de KNB vast te stellen tijdstip.
Op grond van de artikelen 1 en 2 van de Verordening opleiding kandidaat-notarissen stelt het bestuur van de KNB een onderwijs-, een examenreglement en een vrijstellingenreglement vast. In het onderhavige Onderwijs- en examenreglement zijn de onderwerpen die volgens de verordening nader moeten worden geregeld omtrent het onderwijs en het examen, achtereenvolgens geregeld. De vrijstellingen zijn in een apart vrijstellingenreglement geregeld.
(Toelichting van 18 juli 2001)