Reglement bevordering vakbekwaamheid
Opslaan
Deel deze informatie
Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB,
Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen met betrekking tot de bevordering van de vakbekwaamheid;
Gelet op artikel 3, tweede en derde lid van de Verordening bevordering vakbekwaamheid;
Gelet op de raadpleging in de Ledenraad;
stelt het navolgende reglement vast:
Reglement van 18 juli 2001, inw. tr. 1 januari 2002, gewijzigd bij besluit van het KNB-bestuur van 5 december 2001 en 9 januari 2002, inw. tr. 15 januari 2002, bij besluit van 17 december 2003, bij besluit van 4 mei 2005, bij besluit van 19 oktober 2005, bij besluit van 12 oktober 2022 en bij besluit van 8 maart 2023.
In dit reglement wordt verstaan onder:
- Beroepsopleiding Notariaat: de opleiding voor kandidaat-notarissen, genoemd in artikel 33 Wet op het notarisambt;
- notaris of notarissen: iedere notaris, toegevoegd notaris en kandidaat-notaris;
- onderwijs: elke vorm van door het bestuur van KNB goedgekeurd onderwijs dat is gericht op de notariële jurist, ter verhoging van de kwaliteit van de beroeps- en praktijkuitoefening door notarissen op vakinhoudelijk gebied dan wel op het gebied van notarieel management en de notariële dienstverlening inclusief de Beroepsopleiding Notariaat;
- opleidingspunt: de eenheid aan de hand waarvan de door het bestuur van de KNB aan onderwijs toe te kennen waarde wordt uitgedrukt;
- Persoonlijk PE-plan: een planning van te volgen onderwijs en te leren onderwerpen en vaardigheden welke is goedgekeurd en wordt gemonitord door de KNB;
- verordening: Verordening bevordering vakbekwaamheid.
- Het bestuur van de KNB verleent goedkeuring aan onderwijs dat naast de in artikel 1, sub a vermelde criteria voldoet aan de volgende criteria:
- het onderwijs wordt gegeven door professionele docenten, die ervaring hebben in het geven van cursussen bij verschillende organisaties;
- het gebruikte studiemateriaal is van academisch niveau;
- aan onderwijs van minder dan twee uur worden in beginsel geen opleidingspunten toegekend.
- Tevens bepaalt het bestuur van de KNB het aantal opleidingspunten dat aan de desbetreffende onderwijsvorm wordt toegekend, met dien verstande dat:
- een opleidingspunt is te stellen aan het volgen van een uur onderwijs;
- een opleidingspunt is te stellen aan het geven van een half uur onderwijs;
- twee opleidingspunten is te stellen voor het afnemen van examens met betrekking tot onderwijs per dag.
In alle gevallen voorbereidingstijd daarbij buiten beschouwing gelaten.
- Aanvragen voor het verkrijgen van de goedkeuring worden schriftelijk op een bij de KNB te verkrijgen formulier ingediend bij de KNB onder overlegging van het studiemateriaal dan wel, indien het studiemateriaal nog niet gereed is, onder overlegging van alle van belang zijnde gegevens. Tevens worden opgegeven de namen van de docenten.
- Het bestuur van de KNB beslist uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van de in het derde lid bedoelde gegevens.
- Onderwijs dat wordt aangeboden door of in opdracht van de KNB alsmede de Beroepsopleiding Notariaat wordt geacht te zijn goedgekeurd.
- Van elke vorm van onderwijs wordt een presentielijst bijgehouden, waarop staan vermeld de namen van de deelnemers en van de docenten. Elke deelnemer plaatst na afloop van het onderwijs een handtekening of paraaf achter zijn naam.
- De docent zendt de presentielijst zo spoedig mogelijk na afloop van het onderwijs naar de KNB.
- Van de in artikel 2 van de verordening omschreven verplichting zijn vrijgesteld:
- docenten van onderwijs voor zover zij 12 uren of meer onderwijs in een kalenderjaar hebben verzorgd;
- hoogleraren en docenten, verbonden aan een juridische faculteit van een Nederlandse universiteit, die tevens als notaris of kandidaat-notaris in de notariële praktijk werkzaam zijn;
- de notaris die een geactualiseerd en door de KNB geaccordeerd Persoonlijk PE-plan heeft.
- De in het eerste lid onder a. en b. van dit artikel genoemd vrijstelling geldt niet voor de in artikel 5 lid 2 van dit reglement door het bestuur vastgestelde verplichting.
- De notaris van wie een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift wordt gepubliceerd over een onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 1, sub a vermelde criteria, kan het bestuur van de KNB verzoeken hem vrijstelling te verlenen voor maximaal twee opleidingspunten per pagina. Het bestuur van de KNB beslist uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag tot verkrijging van de vrijstelling.
- Het bestuur van de KNB kan desverzocht aan een notaris in geval van buitengewone omstandigheden geheel of gedeeltelijk vrijstelling van de in artikel 2 van de verordening omschreven verplichting verlenen.
Toelichting
Het KNB-bestuur heeft de afgelopen jaren een vrijstellingsbeleid ontwikkeld (bew.).
LID 1
Om voor vrijstelling in aanmerking te komen is het wenselijk dat een notaris die onderwijs verzorgt daadwerkelijk een minimaal aantal uren onderwijs geeft. Het gaat hier dan ook alleen over het geven van onderwijs en niet om de tijd die gemoeid is met de voorbereiding hiervan. De vrijstelling wordt per kalenderjaar bekeken. Voor een volledige vrijstelling van de PE verplichting in een PE tijdvak van twee kalenderjaren moet een docent dus in ieder jaar het minimaal aantal uren per kalenderjaar gehaald hebben.
Wordt door een docent minder les gegeven bij de in lid 1 genoemde opleidingen dan de minimaal genoemde tijd dan kan de docent altijd een beroep doen op artikel 2 lid 2 van dit reglement voor de uren dat onderwijs is gegeven.
(Toelichting van 12 oktober 2022)
- De vaststelling van het vereiste aantal opleidingspunten vindt steeds plaats gemeten over een tijdvak van twee kalenderjaren, zodanig dat de notaris aan het einde van het tijdvak van twee kalenderjaren het totaal voor die twee kalenderjaren vereiste aantal opleidingspunten moet hebben behaald. Het eerste tijdvak van twee kalenderjaren beslaat de jaren 2002 en 2003. Een volgend tijdvak begint de dag nadat het vorige tijdvak is geëindigd. Het aantal opleidingspunten dat een lid moet behalen in een tijdvak van twee jaren bedraagt veertig.
- Het bestuur kan vaststellen dat in een tijdvak van het in lid 1 van dit artikel genoemde aantal punten een bepaald aantal punten behaald moet worden met een bepaald thema of onderwerp.
- Indien een notaris in een tijdvak van twee kalenderjaren meer dan het minimum vereiste aantal opleidingspunten heeft behaald geldt de volgende regeling. Het aantal behaalde opleidingspunten in het betreffende tijdvak dat het minimum vereiste aantal opleidingspunten in dat tijdvak overstijgt, wordt toegerekend aan het volgende tijdvak. Het aantal opleidingspunten dat wordt toegerekend aan het volgende tijdvak kan nooit meer bedragen dan de helft van het voor dat tijdvak geldende minimum vereiste aantal opleidingspunten.
- In het eerste tijdvak waarin een kandidaat-notaris de stage afsluit, wordt het aantal door hem te behalen punten pro rata berekend.
- Indien een kandidaat-notaris gedurende zijn stage meer dan het vereiste minimumaantal opleidingspunten heeft behaald geldt de volgende regeling. Het gedurende de stage behaalde aantal opleidingspunten dat het tijdens de stage vereiste minimumaantal opleidingspunten overstijgt, wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de kandidaat-notaris zijn stage heeft afgerond dan wel het daaropvolgende tijdvak.
Het gedurende de stage behaalde aantal opleidingspunten dat het tijdens de stage vereiste minimumaantal opleidingspunten overstijgt wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de stage wordt afgerond voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de verplichting van artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid. Hetgeen daarna nog resteert kan worden toegerekend aan het daaropvolgende tijdvak.
Het aantal opleidingspunten dat kan worden toegerekend aan het tijdvak waarin de stage wordt afgerond dan wel het daaropvolgende tijdvak kan in totaal nooit meer bedragen dan de helft van het vereiste minimumaantal opleidingspunten als hiervoor bedoeld.
Toelichting
LID 1
(De bedoeling is bew.) dat iemand binnen het tijdvak van twee jaar mag schuiven met het aantal te behalen punten, als het er aan het eind van het tijdvak maar veertig zijn. Zijn de punten niet gehaald, dan wordt niet voorgeschreven dat ze alsnog moeten worden ingehaald. De betrokken notaris of kandidaat-notaris is dan in gebreke.
(Toelichting van 5 december 2001)
LID 2
Als zich bijzondere situaties voordoen of er onderwerpen zijn in een tijdvak waarvan het van belang is voor het notariaat en de beroepsgroep dat alle beroepsbeoefenaren daar kennis van nemen en/of hun kennis op peil houden gedurende een langere periode, dan kan het bestuur voor een dergelijk tijdvak een bepaald aantal opleidingspunten voor deze situatie of dat onderwerp verplicht stellen. Zo wordt ervoor gezorgd dat dergelijke situaties en onderwerpen onder de aandacht van de hele beroepsgroep komen en blijven en dat de kwaliteit en kennis van de beroepsgroep geborgd worden op die specifieke punten in een dergelijk tijdvak. Aangezien het van belang is dat de beroepsgroep zich regulier op alle facetten van het notariaat kan bekwamen, zal het bestuur voor het bepalen in een tijdvak van het aantal punten dat behaald dient te worden voor die specifieke situaties of onderwerpen rekening houden met het belang van de noodzaak dat de education permanente divers moet blijven voor de beroepsoefenaars in een tijdvak.
(Toelichting van 8 maart 2023)
LID 3
Naar aanleiding van de ledenraadsvergadering van 24 november 2004 heeft het bestuur zijn standpunt om de huidige regeling te handhaven heroverwogen. Deze heroverweging leidt ertoe dat het bestuur voorstelt het reglement bevordering vakbekwaamheid zo aan te passen dat het meenemen van boventallige punten naar een volgend tijdvak mogelijk is. Het bestuur stelt hierbij wel als voorwaarden dat maximaal 20 boventallige opleidingspunten kunnen worden meegenomen en dat deze punten slechts voor het volgende tijdvak meetellen.
(Toelichting van 4 mei 2005)
LID 5
Kandidaat-notarissen moeten gedurende hun stage (en nadat zij de beroepsopleiding hebben voltooid) 40 punten behalen. Een enkeling haalt precies dit aantal punten, de overgrote meerderheid heeft bij het afsluiten van de stage een veel groter aantal punten behaald (80-100 opleidingspunten is geen uitzondering). Zodra een kandidaat-notaris zijn stage heeft afgesloten valt hij in de reguliere nascholingsregeling. Artikel 5 lid 3 van het Reglement bevordering vakbekwaamheid bepaalt dat het door hem te behalen aantal opleidingspunten pro rata wordt berekend. Opleidingspunten die behaald zijn tijdens de stage tellen niet mee voor de reguliere permanente educatieverplichting. Kandidaat-notarissen ervaren het als onredelijk dat de door hen behaalde 'boventallige' opleidingspunten tijdens de stage niet meegenomen kunnen worden naar dat eerste reguliere tijdvak. Met name de punten die in de laatste fase van de stage zijn behaald, niet meer nodig waren om te voldoen aan de stageverplichtingen en die vervolgens niet meetellen voor de permanente educatie. Indien men deze punten een paar maanden later had behaald zouden deze punten wel meetellen. Bovendien vindt men het onredelijk nu bekend is dat leden 'boventallige' opleidingspunten wel kunnen meenemen naar een volgend tijdvak. Tijdens de ledenraad in april 2005 is dit aan de orde gesteld en tevens ontvangt het bureau hier veel vragen over.
Het bestuur heeft ten aanzien van dit onderwerp overwogen dat veel kandidaat-notarissen deze regeling als te stringent ervaren. Met name in de situatie waarin zij nog een paar maanden of half jaar in het reguliere tijdvak vallen. Het bestuur heeft besloten dat de regeling zo moet worden ingericht, dat de gedurende de stage behaalde 'boventallige' opleidingspunten met een maximum van 20 kunnen worden toegerekend aan zowel het tijdvak waarin de kandidaat-notaris zijn stage afsluit als het daarop volgende tijdvak.
(Toelichting van 19 oktober 2005)
De in dit reglement aan de notaris opgelegde verplichtingen gelden onverkort ook voor de (kandidaat-)notaris die in deeltijd in het notariaat werkzaam is.
- Het bestuur van de KNB verstrekt jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het kalenderjaar aan ieder lid van de KNB een overzicht van de door hem gevolgde cursussen die door de KNB zijn geadministreerd en waaruit blijkt hoeveel opleidingspunten hij heeft behaald. Dit geldt niet voor de kandidaat-notarissen die vallen onder het stagereglement.
- Het bestuur van de KNB deelt het Bureau Financieel Toezicht mee dat een lid onvoldoende opleidingspunten heeft behaald. Deze mededeling wordt niet eerder gedaan dan twee maanden nadat het lid in kennis is gebracht van de bij de KNB geadministreerde opleidingspunten.
- Voor de administratie van de opleidingspunten en het verstrekken van het overzicht kan een bijdrage in rekening worden gebracht.
De bewijslast van het gevolgd hebben van onderwijs rust op het lid van de KNB.
Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement bevordering vakbekwaamheid. Het treedt in werking op een door het bestuur van de KNB te bepalen tijdstip.