Antedateren akte leidt tot taakstraf en ontzetting uit ambt

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 8 december 2014

Het Openbaar Ministerie vervolgt notaris N voor het antedateren van een koopakte van roerende goederen, welk misdrijf (valsheid in geschrift) gepleegd zou zijn op of rond 4 december 2004. De koopakte is mede ondertekend door N en voorzien van zijn ambtsstempel. De rechtbank spreekt N eind 2010 vrij. In hoger beroep verklaart het hof eind 2012 het medeplegen van valsheid in geschrift bewezen en legt N een taakstraf van 180 uur op. Het hof verwerpt het verweer van N dat het ging om een vergissing. Het hof acht de strafverzwarende omstandigheid dat N zijn ambtsplicht zou hebben geschonden niet bewezen, omdat naar het oordeel van het hof niet is gebleken dat de notaris door zijn handelen een bijzondere plicht, die voortvloeit uit het door hem beklede ambt, heeft geschonden.
N stelt cassatie in bij de Hoge Raad, maar dit wordt niet-ontvankelijk verklaard in mei 2014 (de uitspraak van het hof was goed gemotiveerd). N is per 1 januari 2014 op zijn verzoek ontslagen uit zijn ambt.

De klacht

De KNB stelt dat N partijen de mogelijkheid heeft geboden om frauduleus te handelen en derden te benadelen. Door het plaatsen van zijn ambtsstempel en het mede ondertekenen van de akte heeft de notaris zijn functie misbruikt dan wel laten misbruiken. De KNB verzoekt de kamer N te schorsen.

Het oordeel

Ten tijde van de indiening van de klacht was N nog niet onherroepelijk veroordeeld. Op verzoek van N heeft de kamer de beslissing van de Hoge Raad afgewacht. Nu vaststaat dat N een strafbaar feit heeft gepleegd, heeft N klachtwaardig gehandeld. Dat N is vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid maakt dit niet anders. De kamer vindt dat N de maatschappelijke functie van notaris in het algemeen zeer ernstige schade heeft toegebracht en acht ontzetting uit het ambt de enige gepaste en geboden maatregel.

De notariskamer legt de maatregel ontzetting uit het ambt op.

Opmerking

De juiste datering van de akte is een van de meest essentiële onderdelen van het notarisambt. Het is daarom onbegrijpelijk dat het hof de strafverzwarende omstandigheid van schending van de notariële ambtsplicht niet bewezen heeft geacht, ook al gaat het hier (kennelijk) om een onderhandse akte. Dat de KNB in deze zaak tegen N pas in 2013 een klacht indiende, had als oorzaak dat de KNB toen pas kennis kreeg van de zaak. Per 1 januari 2013 regelt artikel 26 lid 3 Wet op het notarisambt dat alle strafrechtelijke uitspraken betreffende notarissen worden meegedeeld aan de KNB, BFT en de kamer voor het notariaat.