Antedateren raakt kern van notariële taak

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 16 juni 2015

Op 26 november 2004 legt de fiscus beslag op de bedrijfsinventaris van X B.V. Op 29 november passeert (inmiddels oud-) notaris N de akte van oprichting van Y B.V. N stelt op 4 december een overeenkomst op, gedateerd op 1 oktober 2004, waarbij X B.V. haar bedrijfsinventaris verkoopt aan Y B.V. i.o. De overeenkomst is op 5 of 6 december 2004 ondertekend door B namens X B.V., A namens Y B.V. i.o. en N, die de overeenkomst tevens heeft voorzien van zijn notarisstempel.
N is strafrechtelijk vervolgd wegens valsheid in geschrift wegens het antedateren van voormelde koopovereenkomst, met als strafverzwarende omstandigheid het schenden van een bijzondere ambtsplicht.
Het hof heeft N veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uur, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 dagen hechtenis. Het hof heeft N vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat hij als notaris zijn ambtsplicht heeft geschonden.
De Hoge Raad verklaart in 2014 het cassatieberoep van N niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Per 1 januari 2014 is N op diens verzoek ontslag verleend.

Het oordeel

Gelet op het arrest van het hof, dat onherroepelijk is geworden, staat vast dat de oud-notaris zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een strafbaar feit, te weten valsheid in geschrift. N heeft in zijn hoedanigheid van notaris een akte geantedateerd, (mede) ondertekend en voorzien van zijn notarisstempel. Daarmee heeft N gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk notaris betaamt. De klacht is dan ook terecht gegrond verklaard.
Dat N is vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat hij als notaris zijn ambtsplicht heeft geschonden, maakt het voorgaande niet anders. Evenmin staat de strafrechtelijke vrijspraak op dit punt eraan in de weg dat het handelen van N in tuchtrechtelijke zin ernstig wordt aangerekend.
De Hoge Raad heeft in 2009 geoordeeld in een gelijk geval: ‘De strafbare gedraging, waarvan klager wordt verdacht, is een zeer ernstig strafbaar feit want raakt de kern van het werk van een notaris, in het bijzonder zijn maatschappelijke functie. Die functie komt onder meer tot uitdrukking in artikel 21 van de Wet op het notarisambt. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de notaris verplicht is de hem bij of krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede lid. Dit lid bepaalt onder meer dat de notaris verplicht is zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging de werkzaamheid die van hem wordt verlangd, leidt tot strijd met het recht of de openbare orde of wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben. De maatschappelijke functie van een notaris brengt met zich mee dat in het maatschappelijk verkeer vertrouwd moet kunnen worden op door hem opgestelde c.q. ondertekende stukken. Juist door dat vertrouwen in de bemoeiingen van de notaris pleegt er in het maatschappelijk verkeer een grote waarde te worden toegekend aan een door hem opgestelde overeenkomst. Zou bewezen verklaard worden dat klager zich in het kader van de uitoefening van zijn ambt schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door een overeenkomst te antedateren dan zou dat ook ernstig afbreuk doen aan het ambt van notaris en de maatschappelijke functie van de notaris in het algemeen.’ Mede gelet op dit oordeel van de Hoge Raad acht het hof de aan de oud-notaris opgelegde maatregel van ontzetting uit het ambt passend en niet disproportioneel.

Het hof legt de maatregel ontzetting uit het ambt op.

Opmerking

Gezien de motivatie van de Hoge Raad is het bijzonder dat het hof geen aanleiding zag voor de strafverzwarende omstandigheid van het schenden van een bijzondere ambtsplicht.