GBA/BRP mag alleen gebruikt worden als dit noodzakelijk is voor een notariële akte
Klager K is in september 2014 verhuisd, en heeft zijn vader V, met wie hij geen contact wil, dit nieuwe adres niet gegeven. Op 5 december belt V aan bij K. V blijkt het adres achterhaald te hebben met een simpel trucje: hij heeft notaris N opdracht gegeven tot het opmaken van een testament met K als begunstigde, waarop N de gegevens van K uit het GBA haalde en in het ontwerptestament heeft gezet.
De klacht
K verwijt N dat deze onnodig gegevens uit de GBA heeft gehaald en daarmee zijn privacy heeft geschonden.
Het verweer
N geeft aan dat zij niet wist en kon weten dat K zijn adres geheim wilde houden, en hiervan was in het GBA geen beperking opgenomen. N heeft de gewoonte om in een testament naast de naam en de geboortedatum ook de woonplaats en het adres op te nemen.
Het oordeel
Het opnemen van de woonplaats en het adres van personen in een testament is onnodig, naam, geboortedatum en -plaats zijn voldoende. N heeft dus zonder noodzaak het GBA geraadpleegd en daarmee in strijd gehandeld met het Autorisatiebesluit Wet GBA. Omdat het hier gaat om uitleg van het Autorisatiebesluit en N niet bekend kon zijn met de wens tot privacy van K legt de kamer geen maatregel op.
De notariskamer legt geen maatregel op.
Opmerking
Ingevolge artikel 2 lid 2 van het Autorisatiebesluit van 25 maart 2014 (opvolger van het Autorisatiebesluit uit de GBAperiode) dient een BRP-verzoek van een notaris gericht te zijn op het verkrijgen van gegevens, noodzakelijk voor het verlijden van authentieke akten als bedoeld in artikel 2 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna). Het moet daarbij gaan om de gegevens van degene ten behoeve van wie de akte wordt opgemaakt, dan wel zijn vertegenwoordiger. Of om de gegevens die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de erfgenamen ten behoeve van wie een notariële akte wordt opgemaakt. De overweging om geen maatregel op te leggen, lijkt merkwaardig.