Kamer weigerde verlenging waarneming ten onrechte

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 17 februari 2015

Op 1 februari 2013 is notaris N op eigen verzoek ontslagen uit zijn ambt. N verkoopt de aandelen van de notarispraktijk- bv voor een aanzienlijke prijs aan kandidaat-notaris K, en K krijgt voor een jaar de waarneming. Het kantoor staat bekend als prijsvechter en heeft 29 werknemers. De kamer verlengt de waarneming tweemaal tot 1 december 2014, de tweede keer onder de voorwaarde dat K de kamer een kopie stuurt van zijn brief aan de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) waarin hij verzoekt om benoeming tot notaris in het vacante protocol.
De voorzitter van de Commissie toegang notariaat laat K in november weten dat de commissie negatief zal adviseren op zijn benoemingsverzoek. K trekt zijn verzoek in en laat weten een ander bedrijfsmodel te gaan voeren, en hij zal een gewijzigd ondernemingsplan indienen. K verzoekt om verlenging van de waarneming, maar de plaatsvervangend voorzitter van de kamer weigert deze. Bij beslissing van 28 november benoemt de voorzitter van de kamer kandidaat-notaris W tot waarnemer voor een jaar, benoemt kandidaat-notaris X tot waarnemer van W, stelt de beloning van W en X op 200 euro per uur en voor de overige in te schakelen juristen op 150 euro per uur, alles voor rekening en risico van K, inclusief de kosten voor in te schakelen deskundigen voor de beoordeling van de administratie en het automatiseringssysteem.

Het bezwaar

K bestrijdt de beslissingen van de kamer. Hij voert aan dat het kantoor de vastgestelde honoraria niet kan dragen en verzoekt verlaging naar 145 euro voor W, 115 euro voor X en 95 euro voor de overige juristen. Deze kosten moeten op grond van artikel 29a aanhef en onder b Wet op het notarisambt (Wna) en artikel 28 aanhef en onder e Wna voor rekening en risico van N als de vervangen notaris komen. Verder zijn de voorzitter van de commissie en de plaatsvervangend voorzitter van de kamer dezelfde persoon, hetgeen vraagtekens bij de zorgvuldigheid van de besluitvorming zet.
Bovendien is sprake van willekeur omdat de kamer geen redenen geeft die verlenging van de waarneming zou verhinderen. K heeft de kritiek van de commissie opgevolgd en inmiddels een nieuw benoemingsverzoek met gewijzigd ondernemingsplan ingediend.

Het oordeel

• Over de verlenging van de waarneming
Niet is gebleken dat K zijn taak en verantwoordelijkheid als waarnemer niet naar behoren heeft vervuld of kon blijven vervullen. Over de noodzaak tot het nemen van maatregelen om te voorkomen dat het nakomen van de voorlichtingsplicht in het gedrang komt door het moeten passeren van een te groot aantal akten in betrekkelijk korte tijd, alsmede de aard van die maatregelen, bestaat geen verschil van mening tussen K en W. Ter zitting is ook gebleken dat K ook daadwerkelijk reeds verscheidene maatregelen heeft genomen. Verder is niet gebleken dat de praktijkvoering of organisatie van het kantoor onder het waarnemerschap van K zodanig is geweest dat het hem niet kan worden toevertrouwd daaraan leiding te geven. K heeft bovendien, na bekend te zijn geworden met de bezwaren van de Commissie toegang notariaat, zijn ondernemingsplan, waarover overigens een positief advies was verkregen door de Commissie van deskundigen notariaat, aangepast en een nieuw verzoek tot benoeming ingediend. Het hof heeft vooralsnog geen reden om aan te nemen dat dit verzoek kansloos is. Uit de bestreden beslissing blijkt niet waarom de kamer geen aanleiding heeft gezien de waarneming te verlengen. Dit bezwaar is dus gegrond.
Het hof vernietigt die beslissing van de kamer. Daarmee is de waarneming niet verlengd, omdat de kamer geen ontheffing heeft verleend van de maximale duur van de waarneming. De bevoegdheid die de kamer toekomt om ontheffing te verlenen, komt in beroep toe aan het hof. Het hof acht een bijzonder geval aanwezig dat rechtvaardigt ontheffing te verlenen en zal de waarneming daarom verlengen met een jaar.
De waarnemingen van W en X eindigen op 21 februari 2015.

• Over de aanpassing van de tarieven
In zijn uitspraak van 19 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4897, heeft het hof overwogen dat het redelijk is dat aan de waarnemer in een situatie van een ‘zware’ waarneming ten laste van de vervangen notaris (of diens erfgenamen) een uurtarief wordt toegekend van 150 euro exclusief omzetbelasting, te berekenen op basis van de uren die de waarnemer op het waargenomen kantoor aanwezig is, en dus niet over diens reistijd (onverminderd het recht op een redelijke reiskostenvergoeding). Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat het gebruikelijke uurtarief dat een notaris aan zijn opdrachtgevers in rekening brengt veelal hoger is, maar dat gewoonlijk, in tegenstelling tot de onderhavige situatie, niet alle uren die een notaris op zijn kantoor doorbrengt declarabel zullen zijn. Daaraan voegt het hof thans toe dat in het gebruikelijke uurtarief mede is begrepen de vergoeding van de (kantoor) kosten van de notarispraktijk, welke kosten in dit geval niet ten laste van het honorarium komen. De voorzitter heeft een hoger uurtarief vastgesteld gezien de complexiteit van de werkzaamheden als waarnemers. Ter zitting in hoger beroep is van die complexiteit niet gebleken. Kenmerkend voor de onderhavige notarispraktijk is slechts dat veel akten worden gepasseerd, maar dat rechtvaardigt op zichzelf geen hoger honorarium. Het hogere honorarium heeft in het onderhavige geval ook geleid tot het onredelijke resultaat dat over één maand, te weten december 2014, een bedrag van in totaal 68.925,04 euro, exclusief btw, aan honorarium is gedeclareerd. Het hof stelt het honorarium voor W en X vast op 150 euro per uur en voor de overige notarieel juristen op 100 euro per uur.

• Over de draagplicht van de kosten
Wat betreft het dragen van deze kosten overweegt het hof: de kennelijke bedoeling van de wettelijke regeling is dat het honorarium wordt betaald uit de praktijk die door de waarneming wordt voortgezet. In dit geval wordt de praktijk gedreven door de rechtspersoon waarvan alle aandelen aanvankelijk in handen waren van de vervangen notaris, maar thans in handen zijn van K. Het hof zal op dit punt de beslissing van de voorzitter daarom opnieuw formuleren, zodat de waarneming zal plaatsvinden voor rekening en risico van de notarispraktijk van die rechtspersoon.

Het hof vernietigt de beslissing van de kamer.

Opmerking

Het hof gaat niet in op de opmerking van K dat de voorzitter van de Commissie toegang notariaat en de plaatsvervangend voorzitter van de kamer dezelfde persoon is. De KNB heeft een herzieningsverzoek aan het hof gedaan op grond van nadere informatie uit de audits en onjuiste wetstoepassing wat betreft de verlening van ontheffing van de beperking van de duur van de waarneming van een jaar.