Klacht is tijdens leven van wils(on)-bekwame ontvankelijk, notaris niet alert genoeg
Vanaf begin januari 2012 voeren KN (kandidaat-notaris) en N (‘de notarissen’) gesprekken met vader V (89 jaar, woont al jaren niet meer zelfstandig) over zijn testament en samenlevingscontract. Bij een van de gesprekken zijn V’s partner P en zoon Z aanwezig. V’s dochter K en haar advocaat en Z laten de notarissen weten dat V in hun ogen niet wilsbekwaam is. In mei 2012 passeert N de akten. In juli 2012 worden de goederen van V onder bewind gesteld en wordt een mentorschap over V ingesteld.
De kamer voor het notariaat Arnhem- Leeuwarden heeft de klacht ongegrond verklaard.
De klacht
De notarissen hadden gerede twijfel moeten hebben door de aanwezigheid van meerdere indicatoren van het Stappenplan van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) (waaronder beïnvloeding door de partner) en een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek moeten laten doen door een niet-behandelend arts.
Het verweer
De notarissen stellen dat V helder was in zijn antwoorden en deze kon motiveren en dat zij geen reden hadden om te twijfelen aan zijn wilsbekwaamheid. Onderzoeken uit 2010 gaven slechts licht cognitieve beperkingen aan. De besprekingen werden vanwege de bedenkingen van K en Z samen gevoerd door de notarissen en N heeft de huisarts van V gevraagd naar zijn inzicht, waarop deze aangaf dat V nog helder kon antwoorden als hij niet onder stress staat. Het Stappenplan is gevolgd, maar gaf geen aanleiding voor nader onderzoek.
Het oordeel
Het hof bepaalt dat de klacht ontvankelijk is. De klacht is in 2013 ingediend zodat het nieuwe (ruimere) begrip ‘belanghebbende’ van toepassing is. Verder is het feit dat V nog leeft geen belemmering (het testament kan (theoretisch gezien) nog herroepen worden) aangezien het niet gaat om de inhoud van de akte maar om de wijze van totstandkoming. Daarbij is ook de vervaltermijn van drie jaar voor het indienen van de klacht van belang. Inhoudelijk stelt het hof vast dat N wist dat V al sinds 2007 vergeetachtig is, TIA’s heeft gehad en vreemd gedrag vertoont. Verder wist N dat het vaste notariskantoor van V eiste dat de wilsbekwaamheid uit een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek zou blijken.
Ook wist N van de advocaat van K dat er een verzoek tot ondercuratelestelling was gedaan en in behandeling was. N had niet mogen afgaan op de onderzoeken uit 2010 en op de verklaringen van de eigen huisarts. Het valt N tuchtrechtelijk te verwijten dat zij geen nader onderzoek heeft gedaan door een onafhankelijk arts, bij voorkeur deskundig in dementie. De klacht tegen KN is niet gegrond vanwege haar beperkte rol in het voortraject, waarin zij aangaf niet te hebben getwijfeld over V’s wilsbekwaamheid. Omdat N wel de nodige zorgvuldigheid heeft willen betrachten, maar niet voldoende alert is geweest, acht het hof de maatregel waarschuwing passend.
Het hof legt N de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
Het veel ruimere belanghebbendenbegrip zal een navenant aantal klachten kunnen meebrengen (al dan niet gegrond). Hierbij hoeven de klagers niet te wachten tot de wils(on)bekwame is overleden, maar moeten zij juist tijdig actie ondernemen zodra zij bekend zijn met de litigieuze handelswijze van de notaris.