Notaris handelt ongepast door aanvraag van ondercuratelestelling te ondermijnen.
Z verleent op 20 september 2013 een algehele volmacht aan haar broer K omdat zij vanwege haar geestelijke en lichamelijke gesteldheid haar belangen niet geheel zelfstandig meer kan behartigen. Deze akte is gepasseerd door notaris A, ambtsgenoot van notaris N. Eind november doet K een verzoek tot ondercuratelestelling van zijn zuster bij de rechtbank. Begin december bericht N aan K dat Z haar volmacht heeft ingetrokken. Half december passeert N een levenstestament van Z. N en een vriendin van Z dienen een verzoek tot onderbewindstelling en instelling van een mentorschap in bij de rechtbank. De rechtbank leidt de verzoeken door naar het arrondissementsparket en de officier van justitie verzoekt de rechtbank op 16 december tot onderbewindstelling van de goederen van Z en de benoeming van een mentor.
N laat intussen een VIA-arts onderzoek doen naar de gesteldheid van Z. Uit het proces-verbaal van de zitting van 20 januari 2014 blijkt dat de rechter voornemens is K tot bewindvoerder te benoemen. N benadert de rechtbank na de zitting. Op 31 januari 2014 wordt Z onder curatele gesteld met benoeming van een professionele curator.
De klacht
K verwijt N dat deze onzorgvuldig en overhaast handelde met het intrekken van de volmacht en het passeren van het levenstestament, dat N te snel en zonder onderzoek onnodig een verzoek tot onderbewindstelling heeft aangevraagd en daarvoor een rekening aan Z heeft gestuurd, dat N zich onheus over K heeft uitgelaten, en dat zij de rechtbank meermalen buiten zijn medeweten om heeft benaderd, hetgeen in strijd is met een goede procesorde.
Het verweer
N voert met name aan dat K geen belanghebbende is en dus niet ontvankelijk is.
Het oordeel
De kamer oordeelt dat K wel belanghebbende is. Artikel 99 lid 1 Wet op het notarisambt kent ook een afgeleid belang en het belang is niet beperkt tot de relatie cliënt-notaris.
Volgens de kamer heeft N wat betreft de vaststelling van de wilsbekwaamheid onzorgvuldig en inconsistent gehandeld. Bij de beoordeling of er reden voor twijfel is, moeten de indicatoren van het KNB Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid worden nagegaan. N heeft in het eerste gesprek met Z aangegeven dat het beter was dat notaris A de intrekking van de volmacht zou verzorgen. Daartoe bleek A niet bereid. N had informatie moeten inwinnen bij derden (andere dan de vriendinnen/mantelzorgers) omtrent de wilsbekwaamheid. De kamer acht het met name verwijtbaar dat N zonder meer aannam dat A niet wilde meewerken aan de intrekking van de volmacht en geen contact met A heeft opgenomen over zijn redenen daaromtrent. Het bevreemdt de kamer dat N het verzoek tot onderbewindstelling indiende terwijl zij wist dat er een verzoek tot ondercuratelestelling was ingediend, en des te meer omdat N dit verzoek namens zichzelf en de vriendin deed, terwijl zij wist dat dit niet mogelijk is. De kamer acht het ongepast dat N op deze manier trachtte het verzoek tot ondercuratelestelling te ondermijnen. De klacht dat N buiten medeweten van K de rechtbank benaderde is niet gegrond, maar het was wellevend van N geweest om K daarover in te lichten.
Door het handelen van N is elk contact tussen Z en K verbroken, hetgeen K emotioneel zeer aangrijpt. Weliswaar behoefde N niet het belang van K te behartigen (als partijnotaris van Z), maar bij een meer prudent handelen van N had deze emotionele schade vermeden kunnen worden.
De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
De kamer meent dat ook voor het vaststellen van de vraag of er twijfel is de indicatoren van het stappenplan leidend zijn. Het Hof Amsterdam heeft als vaste lijn dat een notaris die geen reden tot twijfel heeft niet het stappenplan hoeft te volgen.
Het is vragen om moeilijkheden als de notaris een cliënt volledig wilsbekwaam acht, maar kort daarna een verzoek tot onderbewindstelling doet (en er bovendien een verzoek tot ondercuratelestelling loopt). Het is niet alleen in het belang van de notaris, maar vooral in het belang van de cliënt (en zijn of haar nabestaanden) dat zo veel mogelijk discussie over wilsbekwaamheid wordt vermeden, waartoe een meer standaardmatig inschakelen van een VIA-arts mogelijk kan bijdragen. De ‘verzekeringspremie’ hiervoor is niet hoog in verhouding tot de schade die voorkomen kan worden, en kan gemotiveerd worden met het aanhalen van het omvangrijke aantal (tucht)zaken dat hierover gevoerd wordt, waaronder zich nogal eens ‘golddiggers’ bevinden die hun geluk beproeven, vooral als de belangen groot zijn.