Notaris ontzet uit het ambt wegens ongeschiktheid

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Hof Amsterdam 11 augustus 2015

N gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat Arnhem- Leeuwarden van 1 juli 2014 (ECLI:NL: TNORARL:2015:11), waarbij de kamer de klacht volledig gegrond achtte en N schorste voor drie maanden. Deze zaak is behandeld in Notariaat Magazine van augustus 2014 onder de titel ‘Torenhoge declaraties voor onzinnige en ongevraagde werkzaamheden’.
De kamer oordeelde kort samengevat als volgt: N heeft ter zake van de levenstestamenten onzorgvuldig gehandeld en onnodige en onvoldoende besproken werkzaamheden verricht. Voor zover de notaris de omvang van zijn werk motiveert met de mededeling dat alles handgemaakt is, maakt dat het handelen van de notaris niet minder klachtwaardig, aangezien de kamer bekend is dat er sinds 2011 modelakten zijn. Wat betreft het opstellen van de nieuwe testamenten heeft N bijzonder onzorgvuldig, eigenzinnig en onnodig gehandeld. Wat betreft de declaraties heeft N klachtwaardig gehandeld aangezien hij vele malen meer declareerde dan waarop klagers mochten rekenen, en daarbij ook voor onnodige en ongevraagde werkzaamheden aanzienlijke bedragen in rekening bracht (ongeveer 14.000 euro voor de testamenten en levenstestamenten en ongeveer 14.000 euro voor vier schenkingsakten, inclusief btw).
N heeft het aanzien van het notariaat in zeer ernstige mate geschaad. Bij het opleggen van de maatregel rekent de kamer het N zwaar aan dat hij drie keer eerder voor soortgelijke klachten een waarschuwing en schorsingen opgelegd heeft gekregen en desondanks weer in de fout is gegaan.

Het verweer van N

N voert aan dat de kamer haar oordeel heeft gebaseerd op onjuiste en onvolledige feiten, maar hij specificeert zijn bezwaren tegen die feiten niet. Verder volhardt N in zijn stelling dat klaagster K (de dochter) geen (rechtstreeks) belang heeft om te klagen over het opmaken en passeren van de levenstestamenten en de testamenten voor haar ouders.
N heeft voorts een aanvullend beroepschrift ingediend met als bijlage onder meer een rapport van mr. dr. E.W.J. Ebben (verder: Ebben).
Ebben heeft zijn rapport gebaseerd op door alleen de notaris aangeleverde informatie. Ebben heeft geen contact gehad met klagers en hen niet in de gelegenheid gesteld te reageren op zijn rapport, noch bij klagers geverifieerd of de door N verstrekte informatie juist en volledig was. Ebben schetst in het rapport de feitelijke gang van zaken, het handelen van de notaris en zijn afwegingen en dilemma’s en komt tot de conclusie dat de klachten ongegrond zijn.

Het oordeel

Het hof oordeelt dat K een redelijk belang heeft. K was opdrachtgeefster en N heeft zijn werkzaamheden in samenspraak met haar uitgevoerd. Daarnaast heeft K onweersproken aangevoerd dat zij als zaakwaarnemer van de ouders heeft te gelden. K heeft bezwaar gemaakt tegen het rapport van Ebben. N heeft hiermee zijn geheimhoudingsplicht geschonden en aangezien Ebben door N is ingeschakeld, kan de opinie van Ebben niet als onafhankelijk en onpartijdig worden aangemerkt.
Het hof zal geen acht slaan op het rapport van Ebben.
Het hof is van oordeel dat N het vertrouwen in het notariaat ernstig heeft geschonden. N heeft laten zien niet te beschikken over het inzicht dat nodig is om op behoorlijke wijze het ambt van notaris uit te oefenen, al is het hof ervan overtuigd dat N niet met opzet heeft gehandeld en de wil had om zorgvuldig en op juiste wijze zijn vak uit te oefenen. N heeft zich zozeer laten leiden door zijn streven zijn cliënten van dienst te zijn, dat hij daarbij de belangen van de betrokken partijen bij de door hem verrichte werkzaamheden geheel uit het oog is verloren en niet heeft voldaan aan de eis op zo’n efficiënt mogelijke wijze zijn werkzaamheden te verrichten. Daarbij zijn voor de ouders zeer hoge en onnodig gemaakte kosten ontstaan, die niet opwegen tegen de met de akte beoogde fiscale besparing. Het hof neemt verder in overweging dat met betrekking tot soortgelijk handelen aan de notaris eerder een waarschuwing, een schorsing van vier weken, en een schorsing van twee weken is opgelegd. Ondanks de daartoe geboden mogelijkheid heeft N niet doen blijken in te zien dat zijn handelwijze in dit dossier niet zorgvuldig was. N heeft, daarin gesteund door de door hem ingeschakelde deskundige, juist verklaard overtuigd te zijn van de grote zorgvuldigheid van zijn optreden. Het is dan ook niet te verwachten dat de notaris hierin nog verbetering zal aanbrengen of op andere wijze het inzicht zal krijgen dat nodig is voor een behoorlijke ambtsuitoefening.

Het Hof legt de maatregel ontzetting uit het ambt op.

Opmerking

Het is zeer opmerkelijk dat een (inmiddels oud-)docent notarieel recht zich leent voor een positief rapport voor deze notaris.
Met het ingestelde hoger beroep an sich laat de notaris al blijken geen enkel besef te hebben van het onbehoorlijke van zijn werkwijze en liet hij het hof eigenlijk geen andere keus dan het opleggen van de zwaarste maatregel.