Notaris in het STAK-bestuur: met terughoudendheid en met oog voor alle belangen

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Den Bosch 18 mei 2015

De ouders van klager K woonden in 2014 in België en wilden op korte termijn naar Nederland verhuizen. Omdat in België in beginsel geen schenkingsbelasting is verschuldigd, wilden de ouders een deel van hun vermogen overhevelen naar hun vier kinderen waaronder K. Er wordt een Stichting Administratiekantoor (STAK) opgericht met de zussen van K en notaris N als bestuurders. De ouders cederen een geldvordering uit hoofde van een koopovereenkomst (betreffende verkoop van percelen grond) aan de stichting onder de verplichting van de stichting tot uitreiking van certificaten (certificaten A). De ouders schenken deze certificaten aan hun kinderen.

De klacht

Klager verwijt N onder meer het volgende (de klacht tegen de collega van N blijft hier buiten beschouwing): N heeft K onvoldoende geïnformeerd over de juridische en fiscale gevolgen van de schenkingsconstructie, N heeft zijn vragen niet beantwoord en heeft enkel verwezen naar de fiscaal adviseur van de ouders. Er is sprake van conflicterende belangen bij N, omdat hij het dossier heeft behandeld terwijl hij voorts bestuurder van de stichting is. N heeft als bestuurder van de stichting een financieel belang.

Het verweer

Wat betreft de conflicterende belangen voert N aan dat de ouders van K hem met klem hebben verzocht bestuurslid van de stichting te worden, omdat zij naast de dochters een vertrouwd persoon in het bestuur wilden om de dochters te adviseren. Dit had ook alles te maken met de moeizame verhouding tussen K en de ouders van K. N heeft lang over het verzoek van de ouders van K nagedacht. Na lang aandringen heeft N aan het verzoek gevolg gegeven.
N merkt op dat het binnen het notariaat vaker voorkomt dat notarissen medebestuurder van een STAK zijn. Deze stichtingen worden vaak opgericht met het oog op in de toekomst verwachte problemen tussen erfgenamen.
N had ook enige tijd na de oprichting als bestuurder kunnen toetreden, maar heeft dit niet gedaan omdat hij transparant wilde zijn. N voert voorts aan dat hij geen enkele bezoldiging voor het bestuurslidmaatschap ontvangt en dat als de kamer zou oordelen dat sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling, hij zijn bestuurslidmaatschap onmiddellijk zal neerleggen. N voert verder aan dat de akten zijn verleden voor zijn collega, omdat N in de akte van oprichting van de stichting toetreedt als bestuurslid en bovendien zijn echtgenote een volle nicht van de ouders van K is.

Het oordeel

N heeft de vragen van K voldoende beantwoord. N heeft K voor wat betreft de fiscale aansprakelijkheden van de schenkingsconstructie geadviseerd een ‘eigen’ fiscalist te raadplegen of zich te wenden tot de door de ouders geraadpleegde fiscalist. Dit acht de kamer – gelet op de complexiteit van het dossier – een begrijpelijke verwijzing.
Wat betreft de conflicterende belangen is de kamer van oordeel dat N niet in strijd met artikel 17 Wet op het notarisambt (Wna) heeft gehandeld. N heeft bij de behandeling van het dossier de belangen van alle betrokkenen in het oog gehouden en heeft zich bij de aanvaarding van het bestuurslidmaatschap zeer terughoudend opgesteld. Door de enkele aanvaarding van het bestuurslidmaatschap komt de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van N naar het oordeel van de kamer niet in gevaar. Niet gebleken is immers dat N bij zijn bestuurslidmaatschap een financieel belang heeft, noch dat het bestuurslidmaatschap verband houdt met of leidt tot werkzaamheden voor N of zijn kantoorgenoten. K heeft voor het overige geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgen kan dat N de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling heeft gewekt. Gelet op het voorgaande is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

De notariskamer verklaart de klacht ongegrond.

Opmerking

De notaris heeft er alles aan gedaan om bij de toetreding tot het bestuur van de STAK zijn onpartijdigheid te behouden en alle betrokken belangen te blijven behartigen.