Tuchtrecht is er ook voor (kandidaat-)notarissen onderling

Leestijd: min

Opslaan

Deel deze informatie

Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015

Klager K was tot 2008 kandidaat-notaris bij notaris N, daarna is hij werkzaam in zijn eigen rechtspraktijk (als zelfstandig jurist). In 2011 maakt N een proces-verbaal op voor een cliënte, waarin vermeld wordt dat cliënte niet tevreden is over de dienstverlening van K (geen stukken vooraf, K wilde haar naar een andere notaris verwijzen dan zij wenste). Bij een e-mail in 2013 aan de rechtbank deelt N mee: ‘Het is niet de eerste keer dat de heer K voor zowel onduidelijkheid als voor (extra) kosten zorgt. Ik moge eveneens verwijzen naar de bijlage (het proces-verbaal), mede daarom lijkt hij mij niet de aangewezen persoon om voor cliënten bij u en uw collega-rechters op te treden.’ N stuurt de e-mail ook ter informatie naar K. In een nalatenschap die bij een andere notaris loopt, en waarin K executeur is, probeert N de zaak naar zich toe te trekken hoewel hij daar niet betrokken bij is. In 2014 bericht N dat het bewind waarbij K betrokken was, is opgeheven en vordert N namens cliënt de volledige nota uit 2011 terug. Een week later bericht N dat de zaak in handen van een advocaat is gegeven ter incassering.

De klacht

N heeft een proces-verbaal opgemaakt met een ander doel dan waarvoor een notaris daarvoor gerechtigd is. N heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door het proces-verbaal naar de rechtbank te sturen. N heeft misbruik van informatie gemaakt. N heeft valsheid in geschrifte gepleegd en zich naar buiten als een procespartij van een cliënt gepresenteerd. N is sinds 2008 bezig om bij zo veel mogelijk instanties en personen de competentie van K in twijfel te brengen.

Het verweer

N meent dat K niet ontvankelijk is, omdat het tuchtrecht niet bedoeld is voor de nasleep van een arbeidsconflict.

Het oordeel

De kamer volgt het verweer van N niet, immers het gaat om concrete gedragingen van N in zijn hoedanigheid als notaris. N kon het proces-verbaal wel opmaken als dit de wens van cliënt was, maar het versturen van dit proces-verbaal lijkt geen ander doel te hebben dan K op ongenuanceerde wijze in diskrediet te brengen en voegt op geen enkele manier iets toe aan hetgeen van een notaris mag worden verwacht. Wat betreft de nalatenschap komt niet vast te staan dat N geen volmacht had. Wat betreft de brieven over het bewind heeft N een niet-correcte betrokkenheid tentoongespreid.

De notariskamer legt de maatregel waarschuwing op.

Opmerking

Vóór de verruiming van het begrip ‘belanghebbende’ werd door de kamers verschillend gedacht over de ontvankelijkheid van een door een colleganotaris ingediende klacht. Het hof Amsterdam oordeelde op 4 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:274, dat iedere notaris belang heeft bij de bescherming van de goede naam van het notariaat in het algemeen. De vraag is of hiermee het ‘oneigenlijk’ gebruik van de klachtbevoegdheid van collega-notarissen voor de hand ligt en dat vetes tussen notarissen via de tuchtrechter worden uitgevochten. Het notariaat gaat hiermee ook verder dan het tuchtrecht van medici en advocaten.