Belangen van indirecte aandeelhouders zijn ondergeschikt aan het belang van de redding van een ziekenhuis
Notaris N heeft in de tuchtzaak omtrent het Slotervaartziekenhuis van de kamer voor het notariaat Den Haag een waarschuwing gekregen (behandeld in Notariaat Magazine april 2015 onder de titel ‘Notaris mag niet meewerken aan verwatering van aandelen’). De kamer oordeelde kort gezegd: door de emissie is het belang van de aanbiedingsplicht terzijde geschoven. N had zich er, gezien het aan de emissie voorafgaande feitencomplex en de ook voor N kenbare turbulente fase waarin het Slotervaartziekenhuis zich bevond, blijk van moeten geven dat hij op enig moment oog heeft gehad voor de belangen van andere aandeelhouders van Meromi en van de aandeelhouders daarboven.
Het oordeel
Het hof stelt voorop dat klagers niet als partij waren betrokken bij de onderhavige rechtshandelingen die hebben geleid tot de statutenwijziging en de aandelenuitgifte. Hun hoedanigheid van (indirecte) aandeelhouders van Meromi maakte hen nog niet tot partij. Ten aanzien van die rechtshandelingen waren zij aan te merken als derden. Hun belangen konden niet zonder meer de ministerieplicht van N jegens de bij de rechtshandelingen betrokken partijen opzijzetten.
Daarnaast geldt dat de zorgvuldigheid die N in acht had te nemen, moet worden bezien in het licht van de omstandigheden van het geval. In dit verband is onder meer van belang dat het ziekenhuis een zorgorganisatie was, dat wil zeggen een maatschappelijke onderneming met als hoofddoelstelling het bieden van verantwoorde zorg. Het Slotervaartziekenhuis bevond zich bovendien in een financiële crisis en had bestuurlijke problemen. Dat bij de rechtshandelingen het belang van de continuïteit van het ziekenhuis en dus van de daar verleende zorg tot uitgangspunt is genomen, ligt dan ook in de rede. Mede door de wens van de bij de rechtshandelingen betrokken partijen en de instemming van alle relevante organen van het ziekenhuis (te weten de raad van bestuur, de raad van commissarissen, de cliëntenraad, het medisch stafbestuur en de ondernemingsraad) mocht N ervan uitgaan dat de rechtshandelingen destijds noodzakelijk werden geacht voor de continuïteit van het ziekenhuis. Bovendien was aan alle wettelijke en statutaire eisen voor de rechtshandelingen voldaan.
Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat het belang van klagers als (indirecte) aandeelhouders van Meromi van voldoende gewicht was om te rechtvaardigen dat N zijn ministerie zou weigeren. De belangen van klagers als derden zijn overigens bij de rechtshandelingen niet veronachtzaamd, omdat de rechtshandelingen de continuïteit en dus de economische waarde van het ziekenhuis beoogden te beschermen en daarmee de economische waarde van de aandelen in Meromi, en er verder een bijzondere regeling was opgenomen voor de conversie van cumulatief preferente in gewone aandelen, waarbij als basis gold de economische verhoudingen ten tijde van de uitgifte van de cumulatief preferente aandelen.
De vraag of en in hoeverre N op de hoogte was van het geschil tussen de aandeelhouders van de vennootschappen die (al dan niet indirect) de aandelen van Meromi hielden, de erven en klagers, over verplichtingen om elkaar aandelen aan te bieden, kan in het midden blijven, aangezien deze kwestie niet van doorslaggevende betekenis was voor de ministerieplicht van N. Evenmin is die kwestie van betekenis voor het antwoord op de vraag of N ten aanzien van de statutenwijziging en de uitgifte van aandelen zorgvuldig of onpartijdig heeft gehandeld.
N heeft bij de door hem verrichte notariële werkzaamheden aan zijn zorgplicht voldaan in het licht van de omstandigheden van het geval en heeft niet onzorgvuldig of onpartijdig gehandeld.
Het hof verklaart de klacht ongegrond.
Opmerking
Het hof kijkt naar het grotere geheel en het grotere belang in deze zaak. De ondernemerskamer heeft overigens beslist dat er geen sprake was van wanbeleid wat betreft de beslissing tot statutenwijziging en uitgifte van de aandelen.