Executeur in privé mag geen btw rekenen
In 2009 is de moeder van klager K overleden. Erflaatster had bij testament notaris X tot executeur benoemd. X was destijds notaris op het kantoor van kandidaat-notaris KN en is per 1 april 2008 gedefungeerd. X aanvaardt de executele en geeft onder andere KN volmacht om hem als executeur te vertegenwoordigen. KN verricht vervolgens werkzaamheden inzake de afwikkeling van de nalatenschap. X heeft in een civiele procedure tegen K onder andere vaststelling van de verdeling van de nalatenschap conform zijn voorstel gevorderd, hetgeen de rechtbank toewees, met dien verstande dat het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat de advocaatkosten niet voor rekening van de boedel dienen te komen, omdat X is opgetreden als gevolmachtigde van de andere erfgenamen en hij deze kosten niet in zijn hoedanigheid van executeur heeft gemaakt.
De klacht
K voert onder meer aan dat KN de advocaatkosten niet ten laste van de boedel had mogen brengen en dat KN ten onrechte een bedrag inclusief btw aan de bv van X heeft betaald. Het stond X niet vrij om zijn werkzaamheden als executeur via een bv te declareren.
Het oordeel
Wat betreft de vraag of advocaatkosten schulden van de nalatenschap zijn, wijst het hof naar de genoemde beslissing van het Hof ’s-Hertogenbosch waaruit blijkt dat advocaatkosten die verband houden met het vaststellen van de verdeling van de nalatenschap níét ten laste van de nalatenschap mogen worden gebracht. X en K procederen verder of de advocaatkosten die verband houden met de goedkeuring van de rekening en verantwoording wél ten laste van de nalatenschap mogen worden gebracht.
KN heeft niet laakbaar gehandeld door in opdracht van de executeur de advocaatkosten die verband houden met vorenbedoeld hoger beroep ten laste van de nalatenschap te voldoen, mede omdat zij op dit punt advies bij de KNB heeft ingewonnen en dat zij aan klager kenbaar heeft gemaakt dat de advocaatkosten nader zullen worden verrekend indien het Hof ’s-Hertogenbosch zou oordelen dat deze kosten geen schulden van de nalatenschap zijn.
X is in privé executeur in de nalatenschap geworden en nu niet is gebleken dat hij als privépersoon een onderneming drijft, heeft hij zijn werkzaamheden als executeur niet met inbegrip van btw kunnen declareren. Het was aan KN om X hierop te wijzen. In hoger beroep bleek dat KN X de Notamail van 26 juni 2014 heeft toegezonden over de uitspraak van het Hof Den Haag van 25 maart 2014. KN had actie moeten ondernemen om de onterecht in rekening gebrachte en betaalde btw terug te krijgen. Dat X zijn standpunt dat hij btw in rekening mocht brengen, handhaafde, doet hieraan niet af. KN had hier een eigen verantwoordelijkheid.
Het hof legt de maatregel waarschuwing op.
Opmerking
De btw-kwestie speelt in de praktijk regelmatig, maar is duidelijk sinds genoemde uitspraak van het Hof Den Haag.